1. Stationsgebied Utrecht Van 2001 tot 2003 heb ik als programmamanager een leidende rol gespeeld bij de herstart van het stationsgebied Utrecht. Het is ingrijpend project, met een totale investeringsomvang van 4 miljard euro, waarvan ongeveer 20% van publieke zijde.
Al meer dan vijftien jaar werden plannen gemaakt voor een drastische aanpak van het verpauperende stationsgebied. De plannen liepen steeds opnieuw spaak door gebrek aan draagvlak onder de bevolking en wantrouwen tussen de partijen. Telkens veroorzaakte dat grote politiek onrust. Het Stationsgebied was de splijtzwam van Utrecht. Alle vertrouwen in dit plan leek in 2000 verdwenen. Toen na de tussentijdse verkiezingen Leefbaar Utrecht als voormalige
opposant van de plannen de bestuurlijke verantwoordelijkheid kreeg voor dit
project legde men in het collegeakkoord vast dat “de bevolking zou moeten
kunnen kiezen tussen twee plannen”. De betrokken vastgoedpartijen (Corio/Hoog
Catharijne, NS Vastgoed en Jaarbeurs) waren daar zeer op tegen. Tezamen met de
projectdirecteur heb ik een strategie ontworpen om de zaak vlot te krijgen. Met
een uiterst intensieve gemeenschappelijke zoektocht werden de marktpartijen
weer voor het project gewonnen.
| 2. IJsseldelta Kampen Van 2004 tot en met 2006 ben ik de trekker geweest van het project IJsseldelta. In de nota ruimte werd als Overijssels voorbeeldproject ontwikkelingsplanologie het project IJsseldelta voorgedragen. Verschillende partners hadden plannen in de IJsseldelta (woningbouw, nieuwe rivierarm, spooraanleg, natuurontwikkeling), zonder dat deze onderling afgestemd werden. Ik startte met een volledig blanco situatie. In een uiterst krappe tijdsspanne (gedicteerd door de PKB Ruimte voor de Rivier en door de aanleg van de Hanzespoorlijn) moesten de plannen voor een integrale gebiedsontwikkeling opgesteld worden. De bereidheid om samen te werken was aanvankelijk bij partijen in het geheel niet aanwezig. Met
een intensieve rondgang kon ik het persoonlijk vertrouwen van de bestuurders
winnen. Daarna werden op mijn voorstel een vijftal ontwikkelvarianten aan de
bevolking voorgelegd. Dat leidde tot een eigen alternatief vanuit de bevolking,
gebaseerd op een door ons opgestelde varianten. Door dit alternatief over te
nemen wonnen we het draagvlak en vertrouwen van de bevolking, en op basis van
dat vertrouwen en draagvlak vervolgens ook van de gemeentebesturen. Een
uitgekiende lobby naar de Tweede Kamer en de betrokken bewindslieden (die ik
samen met gedeputeerde Rietkerk heb getrokken) verplichtte de ministeries van
VROM V&W en LNV aan het project. 3. IJsselsprong Zutphen Vanaf begin 2007 ben ik projectleider IJsselsprong Zutphen, in opdracht van de provincie Gelderland, de gemeenten Zupthen, Voorst en Brummen en waterschap Veluwe. Bij deze opgave zijn ook de ministeries van V&W, VROM betrokken. De opgave betreft het maken van een gemeenschappelijk plan voor het oplossen van de waterveiligheid (twee dijkverleggingen en een bypass), in combinatie met de bouw van 3000 woningen, de aanleg van rail- en weginfrastructuur en natuurontwikkeling.
Ook hier moet een gebrek aan vertrouwen tussen de partijen overwonnen worden. De belangen zijn tegengesteld, het is lastig om een gemeenschappelijke noemer te vinden. Inmiddels heb ik op basis van een intensieve en transparante communicatie het vertrouwen van de betrokken bevolking en de klankbordgroep weten te verwerven. De bevolking kan vroegtijdig, aan het begin van het planproces, meepraten over een aantal vraagstukken en heeft inmiddels een aantal duidelijke voorkeuren geformuleerd. De lokale overheden en de rijkspartijen hebben op dit moment geen eensluidende visie op de toekomstige ontwikkeling. De komende tijd zal in het teken staan van het vinden van creatieve oplossingen die de tegenstellingen overbruggen, een intensieve lobby en communicatie, en het financieel sluitend maken van de business case. Ik heb daarvoor zeer intensief overleg met alle betrokken bestuurders, collectief zowel als in vorm van bilateralen. |
