Bedrijfskundig Magazine (2003) 24-2: pp 12-13. “Netwerken” is op feesten geliefd als bezigheid en als gespreksonderwerp. Je hoort er over in gesprekken over dates, baantjes, kennis en macht, om slechts enkele uit vele contexten te noemen. Hoewel iedereen het erover eens is dat je het zowel doet als hebt, gaat de inhoud van die conversaties meestal niet verder dan vage speculaties over wie je moet hebben om iets voor elkaar te krijgen. Om er achter te komen hoe netwerken nou echt werken moeten ze wetenschappelijk worden onderzocht, zeker als je een serieuze voorspelling wilt doen wat voor soort netwerk gunstig voor jou kan zijn. Om uit te pluizen in welke mate succes voort komt uit persoonlijke factoren, zoals kennis en ervaring enerzijds en door sociale factoren – het netwerk – anderzijds, moet je alle mogelijke factoren in een voldoende grote populatie meten en ze vervolgens statistisch van elkaar onderscheiden. Ga er maar aan staan. Sociale gaten Moderne netwerkanalyse combineert wiskundige precisie in de theorieën met rekenkracht van de computer en met degelijk empirisch onderzoek. Hiermee kan men vrij betrouwbare voorspellingen van succes doen, een bijzonderheid in de sociale wetenschappen. Een van de fraaiste resultaten uit dit vakgebied is de zogenaamde structurele gatentheorie van Ron Burt. Omdat het voor mensen ondoenlijk is om al hun 6 miljard medeaardbewoners persoonlijk te kennen, zijn er vele ‘gaten’ in de sociale structuur, namelijk de ontbrekende relaties die er in theorie hadden kunnen zijn. Ondernemers weten dit als geen ander en zij gaan zelf als lachende derde tussen twee partijen in staan die geen direct contact met elkaar hebben. Dat is letterlijk het Franse woord entre-preneur, ofwel tussen-nemer. Op de markt Laten we als voorbeeld een kijkje nemen op de tweedehands automarkt in Cotonou, West Afrika. Die markt is twaalftalig, en heeft geen lingua franca, al spreken veel mensen Frans. De autohandelaren, gemiddeld vijftalig, zoeken bij elke klant een importeur, maar liefst zodat klant en importeur geen taal gemeenschappelijk hebben en zij wel met zowel klant als importeur kunnen praten. Uit die talige speelruimte halen zij hun winst. Het kan ook dichter bij huis: jij kent een bedrijf dat een stagiair zoekt en een student die een stageplaats zoekt en brengt ze vervolgens met elkaar in contact. Jouw winst is wellicht een wederdienst. In het algemeen is iedereen in meer of mindere mate ondernemer van zijn eigen leven. Burt vatte de netwerkessentie van ondernemerschap in een wiskundig model, wat hij toetste op netwerken tussen mensen, tussen bedrijven, tussen bedrijfstakken en tussen landen. Op al deze niveau’s en in vele contexten bleek telkens opnieuw de voorspellende kracht van het model. Het model is openbaar en de inzichten kan je gratis tot je nemen. Nu is het jouw beurt om er de vruchten van te plukken. Ondernemerschap Jouw netwerk is jouw sociaal kapitaal, met dien verstande dat het niet jouw persoonlijk eigendom is, zoals financieel kapitaal, want elke sociale relatie is voor de helft van iemand anders. Een voor jou gunstig netwerk moet, zoals je al hebt gelezen, veel ‘gaten’ bevatten die jij als enige overbrugt, tussen partijen die geen direct contact met elkaar hebben, en geen ander indirect contact met elkaar dan via jou. Jij hebt dan, zoals dat heet, structurele autonomie. Jouw voordeel van structurele autonomie is dat je toegang hebt tot meer en meer diverse informatie. Mensen die samen met hun vrienden een hecht kliekje vormen, horen allemaal ongeveer hetzelfde van elkaar en weten niks bijzonders. Je ziet dat het hier niet over vriendschap en gezelligheid gaat, maar alleen over profijt. Een ander voordeel van structurele autonomie is timing: jij hoort als eerste dat A iets wil wat B te bieden heeft, voordat A en B dit via andere wegen over elkaar horen en jij kan daar je voordeel mee doen. Bovendien heb jij de macht om te bepalen of A’s belangen gediend zullen worden. Tenslotte spreken mensen over jou en als jij je een beetje netjes gedraagt pluk jij de voordelen van je reputatie. Op die feestjes zeggen ze dan namelijk tegen elkaar dat ze bij jou moeten zijn en niet bij een ander. Vertrouwen en reputatie spelen een niet te veronachtzamen rol. Je structurele autonomie wordt nog verhoogd als je goede contacten met je concurrenten hebt, want dan is het veel moeilijker voor derden om jou tegen je concurrenten uit te spelen. Als je dit alles voor elkaar hebt dan ben je een echte sociale kapitalist. Netwerken voor vrouwen Binnen een groot bedrijf heeft Burt voor een flink aantal werknemers onderzocht wat het effect van hun netwerk was op hun promotiekansen. Dit onderzoek leek aanvankelijk een teleurstelling voor Burt, want wat hij aantrof werd niet door zijn model voorspeld. Nadat hij echter vrouwen en mannen analytisch van elkaar had gescheiden deed hij een belangrijke ontdekking: mannen en vrouwen hebben verschillende soorten netwerken nodig om vooruit te komen. Velen hadden al zo’n vermoeden, maar niemand had begrepen hoe nou een netwerk in elkaar moet zitten dat vrouwen de beste kansen biedt. Hebben ze hulp nodig van hun (mannelijke) baas of moeten vrouwen vooral elkaar helpen? Deze en andere ideeën klinken heel plausibel, maar ze bleken allemaal onjuist te zijn. Wat bleek? Vrouwen moeten inderdaad hulp van boven krijgen. Echter, hulp van hun eigen baas brengt hun carrière niet in een stroomversnelling. Binnen bedrijven vindt men het normaal dat bazen hun eigen mensen steunen en een vrouw die door haar baas wordt gesteund krijgt daardoor geen bijzondere aandacht. Wat wel helpt is de steun van een andere hoger geplaatste ‘sponsor’. Hij (het is meestal geen zij) heeft eigen sociaal kapitaal, wat de vrouw in kwestie kan lenen. Met dit geleend sociaal kapitaal komt zij sneller vooruit dan met veel structurele autonomie, in tegenstelling tot mannen, voor wie Burt’s model wel opgaat. Je (m/v) kent dit principe ongetwijfeld uit eigen ervaring, toen je voor het eerst in een bedrijf of bij een sportclub kwam. Iemand die daar al langer bij hoorde leidde je rond en stelde je voor. Later kwam je die mensen aan wie je was voorgesteld opnieuw tegen. Ze wisten toen al dat je door iemand die erbij hoorde was geïntroduceerd, en daarom accepteerden ze jou; ze maakten een praatje met je en zo ging het balletje rollen. Het is een mechanisme voor nieuwkomers, die nog weinig legitimiteit binnen de organisatie hebben. Omdat vrouwen nog steeds worden gediscrimineerd, en in bedrijven vaak minder legitimiteit hebben dan mannen, is voor hen geleend kapitaal van belang. Voor mannen, behalve als ze net beginnen, werkt dit niet, het maakt ze zelfs een beetje verdacht: een man is toch vanzelfsprekend goed, die heeft toch geen bijzondere introductie nodig? Zolang nog te veel mensen in deze onzin geloven is het voor vouwen helaas nodig om sociaal kapitaal te lenen, als ze tenminste snel promotie willen maken. Vrouwen in hoge posities Wat kan je nog meer van Burt’s onderzoek leren? Veel mensen proberen van anderen in vergelijkbare posities af te kijken wat ze zouden kunnen doen om zelf meer succesvol te zijn. Vrouwen, in managementfuncties vaak in de minderheid, kijken dan soms naar succesvolle mannen. Ze kunnen echter beter kijken naar wat hun (nog te maken) netwerkcontacten voor ze kunnen doen, dan hun netwerken te spiegelen aan fraai ogende netwerken van anderen. En tenslotte de bedrijven die talentvolle vrouwelijke managers in dienst hebben en die graag willen behouden: zorg voor sociale sponsors! Toen Burt werd gevraagd of hij dit onderzoek in Nederland wilde repliceren zei hij: “er zijn bij jullie veel te weinig vrouwen in management posities om statistisch significante aantallen te verzamelen”. Misschien kunnen jullie hier wat aan doen, door van zijn model te leren en Nederland te veranderen. Jeroen Bruggeman Dank voor commentaar aan Charlotte Plattel. |