Vitrea


Vaartijd: van 23 februari 1962 tot 21 maart 1963. 

 

 

 

Rederij:            Shell Tankers N.V.

Werf:              Wilton Feijenoord, Schiedam     jaar   1962        bouwnr. 763

Tonnage:         B. 21.873         D.   36.012     

Afmetingen:      L. 202         B. 26          

Roepletters:      PIGU

Machine:          2 Wilton Feyenoord Pametrada turbines, 12.500 APK

Snelheid:          15 kn.

Radio:              Hoofdzender Marconi Globespan – noodzender Marconi Reliance

                      Ontvangers Philips BX 925 – H3L7U

 

Route:             O.a. Rotterdam – Puerto la Cruz -  Rotterdam – Bandar Mashur – Bombay -                                        Bahrein – Umm Said –  Mersin – Mina al Ahmadi - Montreal – Curaçao - Martinez -                              Birkenhead

 

Kapitein:                 C.J. van de Weyer - J.L. Leyerweert - S.J de Geus – W. Kuyper

1e stuurman:           W.A. Kleine -J.Priest – H.H.J. Dijkhuizen      

2e            ,,              A.J. Schumm - Jolle de Jong

3e            ,,           J.B.P. Imming  - J.S. Schegardus – B.J. Dul – O.A. van Druten –                                     P.R. Brunet de Rochebrune

4e            ,,           G.C.H. Dijkstra -M.F.D. Becx

Ll.           ,,            R.J. Westerbrink

Hoofd wtk.:            C. de Gast – H. van Manen

2e wtk.:                 G. Vis van Heemst – C.L. Fehrmann

3e wtk.:                 H. Blaauw – A. de Boer – J.A. Bieze - J.W. van der Veen

4e wtk.:                 F. Dane – C.H. de Koning - W.D. Hoogland

5e wtk.:                 P.F. Buil – E. de Haan - J.C. Pisa – M.J. Baak – C.G. Klitsie

Ll. wtk.:                 W.Th. Mellegers

Bootsman:              C.J. de Fouw

Voorman:               J.T. Rood

Pompman:              A.A. van Ginkel

Hofmeester:            H.J. Nuis

Chef kok:                J.A. Priemus

 

 

 

 

In juli 1985 te Chittagong gesloopt

 

 

 

De Vitrea was de eerste Nederlandse tanker met de gehele opbouw op het achterschip.

 

 

 

 

De "Vitrea" aan de afbouwkade van

Wilton Feijenoord, Schiedam.

 

Een paar dagen voor de proefvaart.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De proefvaart op 27 februari was min of meer een herhaling van de proefvaart van de Ondina. Veel gasten aan boord, die zich de hapjes en drankjes goed lieten smaken. Handje schudden met meneer Larive, die iets zei in de geest van: zo, alweer een proefvaart, sparks, bevalt wel, zeker?

 

 

 

Tijdens de proefvaart,

op volle zee,

werd de Vitrea overgedragen aan

Shell Tankers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste reis gingen we in ballast naar Puerto la Cruz in Venezuela. Bij aankomst gingen we ten anker. De rust werd wreed verstoord door een enorme dreun en plotseling slingeren. Het bleek dat een andere tanker, de Wabasha van Mobil Oil, te dicht langs de Vitrea was gevaren en met haar stuurboordzijde de boeg van de Vitrea had geraakt. Wij hadden alleen maar wat plaatschade, maar van dat andere schip was de brugvleugel en de stuurboordsloep behoorlijk gehavend.

 

De "Wabasha",

na de aanvaring,

gemeerd in Puerto la Cruz.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                         

              

 

 

       Schade onder de bak van de Vitrea;

     verbogen plaatwerk, afgebladderde

     verf en vrij uitzicht naar buiten.

     Bovendien bleek het luik van het

     Suez-kanaal-zoeklicht ontzet te zijn. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Dit was de schade,

die de "Wabasha"

aan de aanvaring had overgehouden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een van de stuurlieden had een fiets mee aan boord genomen; niet zo zeer om in vreemde havens uitgebreide fietstochten te ondernemen, maar voor gebruik bij het laden. De lading, in het algemeen ruwe olie, wordt meestal via drie, vrij forse laadslangen, onder hoge druk van de wal naar het schip gepompt. Van tevoren is al uitgerekend hoeveel olie in welke tank moet. Als het schip afgeladen is, moet het niet alleen recht liggen (geen slagzij maken), maar ook niet te veel achterover en al helemaal niet vóórover liggen. Bovendien moet met “hogging” en “sagging” rekening worden gehouden. Dat betekent zoveel als een bolle rug en een holle rug. Daardoor komt extra veel spanning op de romp te staan, en dat kan tot vrij ernstige problemen lijden. In het uiterste geval zelfs dat het schip breekt.

Goed, terug naar de fiets. Om het allemaal goed in de gaten en onder controle te houden hoeveel olie in de verschillende tanks zit, moet de hoogte van de lading in die tanks worden gemeten. En dan moeten de stuurlieden en bemanningsleden, die met het laden zijn belast, snel van voor naar achter kunnen. Een fiets is per definitie sneller dan lopen, vandaar. Het is natuurlijk wel zo, dat, wanneer het schip achterover ligt, het een flinke trap is om naar het voorschip te komen. En andersom bijtijds afremmen, anders rij je je te pletter.

Op dit schip had ik een enorm grote hut; ik schat ongeveer 20 vierkante meter. De kooi kon tot een (smal) tweepersoons bed worden uitgeschoven, best wel handig als je vrouw een reis mee zou varen. Verder een grote dubbele kast voor kleding e.d., een schrijftafel met een stel laatjes, twee makkelijke stoelen, een zit- of ligbank en een tafeltje. Dat tafeltje was vast aan dek bevestigd, omdat een schip nu eenmaal kan slingeren. Ook een grote badkamer met wc, wastafel en douche. Wel luxe, hè?

 

 

Ook de radiohut was behoorlijk groot, dat moest ook wel, want er stond ook veel apparatuur in. Kijk maar op de  foto. Links zie je de hoofdzender, daarnaast de nood-zender, schrijfmachine, hoofdontvanger, schakelkast met daarbovenop de noodontvanger en (onder het luikje) de VHF zend/-ontvanger. Op tafel nog een blik pijptabak en een seinsleutel. Boven de hoofdontvanger zie je een bordje met PIGU; de roepletters van de Vitrea.

 

In de Middellandse Zee, onderweg naar de Perzische Golf, werd in de machinekamer geconstateerd, dat via het schroefas-lager water naar binnen lekte. Wel niet zo dramatisch dat het machinekamerpersoneel nu laarzen aan moest, maar toch ....

Na het passeren van het Suez-kanaal ging het schip op een rustig plekje ten anker in de Golf van Suez. Het schip werd gekropt, 'kop omlaag - kont omhoog' om het zo maar eens te zeggen, door zoveel mogelijk ballast naar voren te pompen.

Tijdens de reparatie van het schroefas-lager was er genoeg tijd om een sloep te strijken en met een groepje belangstellenden een rondje om het schip te varen. Uiteraard ging ik ook mee, met fototoestel.

 

 

Met de kop omlaag en de kont omhoog. Op de foto van het voorschip is, met enige moeite, de schade te zien die door de Wabasha in Puerto la Cruz is veroorzaakt: een deuk in de boeg en de railing ietwat verfrommeld. Het Suezkanaal-zoeklicht staat nog op de bak, terwijl dat eigenlijk achter het daarvoor bestemde luik zou moeten staan. (Dat luik is, hoewel niet erg duidelijk, te zien: onder het voorste kluisgat, op de grens van wit en grijs). In ieder geval is wel goed te zien, dat de schroefas ruim boven water steekt.

De reparatie was blijkbaar afdoende, want er deed zich later geen lekkage meer voor; ook nietr bij achteruit draaiende machine.

Het eten bij Shell Tankers was uitstekend, laat daar geen misverstand over bestaan. Die ene keer pech op de Abida met die “ikan boesoek” zal ik maar niet mee tellen. Ruime porties, goede kwaliteit en plenty variatie. Vooral de zondagse rijsttafels met een biertje van de company waren befaamd.

Maar het Kerstdiner sloeg alles. Hieronder het menu van Kerst 1962 op de Vitrea.

 

 

 

Ja, ook aan wijn was gedacht. Al waren er een paar die-hards die liever een fris biertje hadden.

Hofmeester Nuis en ik hebben ons best gedaan om er een “authentieke Franse” menukaart van te maken. Maar het echte werk werd natuurlijk door chef-kok Priemus en zijn mannen in de kombuis verricht.

Een paar collega’s hadden, waarschijnlijk door gebrek aan ervaring, de porties niet goed gepland, en moesten tijdens de kalkoen al afhaken.