Hector
Vaartijd: van13 juli tot 16 september 1958.
Rederij: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM)
Werf: Gebr. Pot, Bolnes jaar 1943 bouwnr. 885
Tonnage: B. 1.906 D. 2.875
Afmetingen: L. 94,8 B. 12,9
Roepletters: PEOY
Machine: 6 cil. Burmeister & Wain, 1.900 PK
Snelheid: 12,5 kn.
Radio: Hoofdzender TDE - ontvangers AR-88 en H2L7U
Aantal passagiers: 12
Route: Middellandse Zee. O.a. Piraeus, Beiroet, Yerakini, Lattakia, Ceuta.
Geschiedenis: 1940 op stapel als “Midas”.
1941 gevorderd door Duitsland.
1943 “Sperrbrecher 180”.
1944 Gebombardeerd en gezonken.
1947 gelicht en aan Nederland overgedragen.
- o -
1968 verkocht naar Griekenland: Fastbud”.
1971 verkocht naar Griekenland: “Hector”.
1978 in brand en geabandonneerd nabij Izmir.
1983 gesloopt in Aliaga.
In Lattakia was nog geen ligplaats vrij toen we daar aankwamen en gingen we ten anker buiten de driemijl zone, waar reeds een aantal schepen lag te wachten voor een plaats aan de kade. Hartje zomer, dus behoorlijk warm, en dan zou je wel willen zwemmen. Maar hoe stond het met haaien? Niemand die het echt wist, dus bleven we eerst maar een beetje in de buurt van de gangway, die lekker laag boven het water hing. Niemand werd aangevallen door de haaien, en ook bij andere schepen werd wel gezwommen. Maar voor het echte werk wilden we eigenlijk naar een andere ten anker liggende boot zwemmen. Op de radar hadden we gezien dat de dichtstbijzijnde iets minder dan een zeemijl van ons af lag. Dat was een Oost-Duits schip. Een van de opvarenden maakte deze reis mee als een soort vakantietrip; waarschijnlijk goede relaties in de top van de KNSM. Hij studeerde aan het CIOS, een sportopleiding. Hij werd belast, of belastte zich zelf, met de leiding van de zwemploeg. We gingen met een man of zes richting Oost-Duitser. Geregeld van borstslag naar rugslag wisselen (en andersom), om te voorkomen dat we te moe zouden worden. Tenslotte was het een ongetraind zooitje. Bij ons doel aangekomen, werden we argwanend bekeken en we mochten niet aan boord. Wel mochten we uitrusten op en aan de gangway. Nadat we weer een beetje waren bijgekomen zwommen we op tegengestelde koers terug naar de Hector.
In dat zelfde Lattakia, maar dan toen we aan de kade lagen, kwam er een Syriër aan boord, die schildpadjes verkocht. Het waren landschildpadden van zo’n 25 cm lang. Dat was natuurlijk veel leuker dat die standaard souvenir-rotzooi. Ik schat dat er in totaal een stuk of acht aan boord waren. Mijn schildpad had ik Eduard gedoopt, maar daar luisterde hij niet echt naar. Bij mooi weer lieten we ze uit op de ruimluiken, daar konden ze lekker met elkaar spelen. Maar dat wilden ze kennelijk helemaal niet, want ze probeerden steeds van het luik af te springen. En als er één ding waar schildpadjes niet goed in zijn, is dat juist springen. We hebben toen maar wedstrijden voor ze georganiseerd. Dat deden we meestal in een gang, dan moesten ze wel dezelfde kant uit. De winnaar kreeg dan een blaadje sla; de verliezers trouwens ook, omdat we niet wisten of ze de spelregels wel begrepen. In Amsterdam heb ik Eduard mee naar huis genomen. Uiteindelijk hebben vrienden van me hem aan Artis geschonken.
