Acmaea


Vaartijd: van 12 juli tot 9 oktober 1963. 

 

 

 

 

Rederij:              Shell Tankers N.V.

Werf:                 P. Smit, Rotterdam         jaar  1959       bouwnr.  622

Tonnage:            B. 12.222            D. 18.090        

Afmetingen:        L. 170                 B. 21           

Roepletters:        PCCS

Machine:            7 cil. Smit/Burmeister & Wain, 8.750 PK

Snelheid:            14,5 kn.

Radio:                Hoofdzender Marconi Globespan, noodzender Marconi Reliance

                        Ontvangers Philips BX-925 en H3L7U

 

Route:                Stanlow, Curaçao (en ongetwijfeld nog een aantal andere)

 

 

Kapitein:                  J.W. Pieters

1e stuurman:            G.F. de Boer

2e              ,,            R. Jousma

3e            ,,             L.B.A. van Bruinesse

4e            ,,             W.R. Muusze

3e wtk.:                   H.E. Daniëls

4e            ,,             R.E. Janssens      

5e            ,,             F. Ozinga

 

 

 

 

Dit werd mijn eerste reis als getrouwd man.

De Acmaea was (toen in ieder geval) een zogenaamde witte olie boot. Stanlow en Curaçao zijn twee havens die we zeker hebben aangedaan.

Er is één ding dat ik me nog goed herinner van deze reis. Met kapitein Pieters had ik al eerder gevaren: namelijk op de Abida, waar hij toen eerste stuurman was. Op een zekere dag vond hij het toen (op de Abida dus) nodig om mij een order te geven. Dat ging niet op een erg sympathieke manier, dus gaf ik hem te verstaan, dat alleen de gezagvoerder mij opdrachten kon geven; verder kon iedereen mij wat vragen, maar niets opdragen. Blijkbaar  vond hij dat niet prettig en was hij het niet vergeten, toen hij kapitein op de Acmaea was, en ik als telegrafist was aangemonsterd.

In het begin van de reis ontstond er een verschil van mening tussen mij en de (Spaanse) bediende die mijn hut moest schoon houden. Daar had hij problemen mee; hij was als “captain’s steward” aangemonsterd en had dus niets met de “radio officer” te maken. Omdat de hofmeester niet in staat was dit probleem op te lossen, zat er voor mij niets anders op, dit bij de kapitein te melden. Uiteindelijk is het allemaal in orde gekomen en ben ik zelfs nog in een of andere haven met diezelfde bediende de wal opgeweest. Waar? Geen idee.

Voor Pieters was het verhaal echter nog niet af, want achteraf bleek dat hij het nodig had gevonden om mij een slechte conduite te geven, omdat ik “problemen had met de buitenlandse bemanning”. Hij was echter “vergeten” om mij die conduitestaat voor gezien te laten ondertekenen.

Gevolg:een telefoontje van Radio-Holland, dat ik mij op het hoofdkantoor moest melden. Daar kreeg ik voor het eerst te horen dat ik een slechte conduite had gekregen van Pieters. “en wat mijn commentaar hierop was”. Toen bleek dat ik die conduitestaat niet eerder had gezien en ook niet getekend. Mijn verklaring, dat het een misselijke wraakneming i.v.m. dat geintje op de Abida was, werd geaccepteerd. Maar ….  Shell Tankers had aan Radio-Holland laten weten, dat ik bij hun niet meer welkom was. Daar had ik knap de pest over in; voornamelijk omdat het allemaal niet terecht was. Kort en goed, er werd een afspraak gemaakt met iemand van personeelzaken van Shell Tankers, waar ik samen met de heer Schortinghuis van R.H. naar toe ging. We werden vriendelijk ontvangen en ik mocht mijn verhaal doen. Toen ik klaar was met mijn relaas, zei de Shell-meneer, dat ik natuurlijk nog niet wist, dat die bewuste bediende, na vertrek uit Rotterdam, de hofmeester met een mes te lijf was gegaan, en in de eerste de beste haven – in West-Afrika – van boord was gezet. “Dus je wil wel weer bij Shell varen?” Natuurlijk was mijn antwoord ‘ja’. OK, dan zorg ik wel dat je niet samen met kapitein Pieters op hetzelfde schip komt. Misschien is dat wel een van de redenen dat ik nog steeds Shell tank voor mijn Opeltje.