Abida
Vaartijd: van 23 november 1959 tot 4 maart 1961.
Rederij: Shell Tankers N.V.
Werf: P. Smit, Rotterdam jaar 1958 bouwnr. 620
Tonnage: B. 12.226 D. 18.090
Afmetingen: L. 170 B. 21
Roepletters: PCBP
Machine: 7 cil Smit/Burmeister & Wain, 8.750 PK
Snelheid: 14,5 kn.
Radio: Hoofdzender Marconi Globespan, noodzender Marconi Reliance,
Ontvangers Philips BX-925, H2L7U
Route: O.a. Engeland, Noorwegen, Zweden, Curaçao, Meer van Maracaibo
In april 1985 te Gadani Beach gesloopt
Kapitein: A.J. van Oudvorst / J. Lous / R. India
1e Stuurman: J.W. Pieters
2e Stuurman: J.H.A. Budding / J. Rijkmans / J.J. van Schagen / B. van Hardeveld
3e Stuurman: T. van Heuveln / H.W. Vermaas / A.J. Bloem
4e Stuurman: R. Stomp / C.T.M. Houtman
Ll. Stuurman: J.W. Beijer
Hoofd Wtk: C. Assenberg / G.J. Weidema
2e Wtk: F.F. Walthuis / J.A. Bakker
3e Wtk: R.M.F. van den Berg / P.J. Engelsma
4e Wtk: W.A.M. Bouma / A.P. de Groot / J. Polling / H.H. Apfel
5e Wtk: J.A. Bieze / H.E. Daniëls / J.P. Hendrikse / L.H. Klippel /
C.H.J. van Dijk / C.P. De Waard / P.K. Polman / J. Wellema
Bootsman: J.C. v/d Loos / A. v/d Meer
Hofmeester: C.E. Bestebroer / A. van Santen / M.G. Bruggeman
Chef kok: J.A. Priemus / S.T.E.V.E.N. van Welie / P. Smit / P.H. van den Berg
In de periode van november 1959 tot juli 1960 zonder uitzondering in de Noordeuropese wateren gevaren. Uit de losse hand een paar havens: in Scandinavië: Gothenburg, Malmö, Stockholm, Gevle, Sundsvall, Örnsköldsvik, Oslo, Bergen, Trondheim, Tromsö, Kirkenes, Fredericia. Kiel en Hamburg in Duitsland, en in Groot-Brittanië diverse havens. In april nog even een dokbeurt in Rotterdam er tussendoor.
Met die korte reizen naar de Noordeuropese havens lagen we natuurlijk erg vaak in Rotterdam (lees: Pernis). Als je in die tijd met het openbaar vervoer wilde (of moest) reizen, was de aangewezen methode: met het veerbootje van Pernis naar Vlaardingen, dan lopen naar het station via de Westhavendijk en dan verder met de trein naar je bestemming. Dat sloot natuurlijk allemaal niet zo goed op elkaar aan, en daardoor was ik veel tijd kwijt om op die manier naar huis (Amsterdam) te reizen. Via via had ik het adres gekregen van iemand die auto's verhuurde. Zodra we wisten hoe laat we in Pernis zouden aankomen, belde ik hem op als we nog buitengaats waren. Hij zorgde er dan voor dat een auto klaar stond op de Westhavendijk en gaf de sleutels af bij het kantoor van de havenmeester. Dat was toen vlak bij Café-Restaurant "De Maas", waar ook het bootje van Pernis aankwam.
Dat zag er toen zo uit:
Op die manier reisde ik dus zeer comfortabel naar Mokum. Meestal reden er wel een paar mee, die ook (ongeveer) dezelfde kant op moesten. Ik kon wel de treinkosten bij Radio-Holland declareren, maar natuurlijk niet de autokosten!
De gevolgen van storm bij temperatuur onder nul in de Oostzee.
In Tromsö lagen we vlakbij een walvisslachterij. De walvisjagers brachten hun vangst rechtstreeks naar de fabriek; de walvis werd via een helling op de wal gesleept en daar in stukken gesneden en gezaagd. Een erg onsmakelijk gezicht en een afschuwelijke stank.
Hwtk. Assenberg en 1e stm. Pieters bij de bottenzaag (en in de stank).
Voor we uit Rotterdam naar Noorwegen vertrokken, hadden verschillende officieren extra jenever ingeslagen; die zou met een goede winst in het drooggelegde Noorwegen kunnen worden verkocht. Dat bleek ook wel te kloppen: de jenever, die ons per fles ongeveer 2,50 gulden (belastingvrij!!) kostte, bracht bij de mannen van de walvisslagerij (omgerekend) ongeveer 15 gulden op! Van de winst heb ik nog een mooie Noorse trui gekocht, dus kwam de woekerwinst uiteindelijk toch in Noorwegen terug. Maanden later betaalde ik “waar ook ter wereld” nog met Noorse kronen!
Om in Kirkenes te komen, moest eerst de Noordkaap worden gepasseerd. Zoals de naam al aangeeft, is dat het noordelijkste punt van Europa, en ligt op meer dan 70 graden NB; ver boven de poolcirkel dus. ‘s Zomers wordt het daar ‘s nachts niet helemaal donker; wel raar hoor. Kirkenes ligt pal tegen de Russische grens (toen heette dat nog de Sovjet Unie) en niet eens zo ver van Moermansk, de belangrijkste Russische haven aan de noordkust. Omdat Kirkenes dus zo dicht bij Rusland ligt, spraken de “Kirkenezen” behalve Noors ook Russisch!
Dit deel van Noorwegen is ook door de Russische troepen van de Duitse bezetters bevrijd. Er stond, en staat misschien nog steeds, een bevrijdingsmonument dat een Russische soldaat voorstelt.
Kirkenes:
Bevrijdingsmonument.
Op 26 juli vertrokken we naar Curaçao en bleven het daaropvolgende halfjaar in de West rondhangen met een uitschieter naar Las Palmas en een keer naar Thameshaven. Een aantal zogenaamde lake trips, d.w.z. Meer van Maracaibo – Curaçao v.v.
In Willemstad, Curaçao ging ik vaak even buurten bij de mannen van PJC (radiostation Curaçao Radio), dat op de bovenste verdieping van het postkantoor was gevestigd. Doordat je je collega’s nu persoonlijk kende, was het contact met PJC ook wat persoonlijker. Op die manier liet ik nog wel eens een telefoontje aan mijn kennissen doorgeven, dat we er weer aankwamen. Dat scheelde ook aanmerkelijk in de kosten. Aan die lake trips nog een aardige herinnering overgehouden. Dat zat zo in elkaar. Op Curacao was men bezig een VHF station voor de scheepvaart (marifoon) te installeren. Nu wilden ze daar de verbindingsmogelijkheden testen voor het station werkelijk in dienst gesteld zou worden. Daarvoor hadden ze assistentie nodig van een (liefst Nederlands) schip, dat een reeks lake trips achter elkaar zou maken. Op de Abida stond ook een VHF-installatie, dus dat was gauw geregeld. Elke keer dat we uit Willemstad vertrokken en als we weer terugkwamen een paar keer verbinding gemaakt. Met degene die daar voor verantwoordelijk was (helaas weet ik zijn naam niet meer) afgesproken, dat hij me van boord zou ophalen om naar het vliegveld te gaan. Hij was namelijk bezig met zijn sportvliegbrevet.
Of ik zin had om een stukje met een Piper Cub mee te vliegen. Nou, raad eens …… Gelukkig had ik mijn camera bij me, wat voor “mijn piloot” een reden was om het deurtje uit de scharnieren te tillen: dat was makkelijker bij het fotograferen. We hebben een paar rondjes boven en om het eiland gemaakt en ik kon lekker plaatjes schieten. Daarvoor werd de kist even scheef gehangen, zodat ik een vrijer schootsveld had. Officieel was het niet toegestaan om boven Curaçao luchtfoto’s te maken. Dat had iets te maken met militaire aangelegenheden. Hier staan een paar foto’s: de Piper PJ-ACL, het Schottegat (toen nog zonder Koningin Julianabrug) en de Abida aan de steiger in de Annabaai.
Het eten bij de Shell was best goed en gevarieerd. Zo hadden we een keer gebakken schol op het menu staan. Dat heb ik me goed laten smaken, niet wetende wat de gevolgen zouden zijn. Hondsziek ben ik geweest! Boven de 40 graden koorts, ik liep zowel van boven als van onderen leeg. Een paar keer bewusteloos geraakt; ja dat was best heftig. Een dokter heb je niet aan boord; de eerste stuurman heeft wel een medisch handboek, een soort “Dokter op Zee”, en daar moet je het maar mee doen. Ik had koorts (en hoe!), en daar was dat boek erg duidelijk in: kinine. Hoe de andere symptomen bestreden moesten worden, stond er schijnbaar niet in. Ik lag voor oud vuil in mijn kooi en alleen voor de hoognodige zaken ging ik onder begeleiding naar de radiohut. Na een paar dagen was alles weer in orde en scheen ik er verder geen nadelige gevolgen van te hebben ondervonden. Later zou blijken dat die conclusie erg voorbarig was.
V.l.n.r.: 2e stm. Van Hardeverld - Kapt. Lous - 2e wtk. Bakker - 4e stm. Houtman - 3e wtk Engelsma - Hwtk. Assenberg - 5e wtk. Van Dijk.
In Montevideo hoorde ik, waarschijnlijk van de scheepsagent, dat je in de stad heel mooie suède jasjes kon kopen. Dat leek me een goed idee om Loes mee te verrassen als we thuis waren. Ik kreeg een paar adressen en bij de eerste de beste bleek de baas redelijk Engels te spreken. Binnen 24 uur kon hij een mooi jasje naar maat maken. Helaas zouden wij dezelfde nacht al vertrekken, dus kon dat niet doorgaan. Hij liet me een vel prachtig lichtblauw suède zien, maar ja, de levertijd, hè. Dus maar een uit de voorraad uitzoeken. Om de juiste maat te bepalen, werd uit het atelier een van de jonge dames van ongeveer hetzelfde postuur als Loes gehaald, en die moest als showmodel fungeren! Het werd uiteindelijk een mooi donkergroen jasje.
Van Montevideo gingen we naar Rio Grande do Sul in Brazilië.
Van de haven reed een tram naar de stad, maar toen we dat museumstuk zagen, gingen we toch maar liever lopen.
Op 4 maart in Thameshaven afgemonsterd en met de Harwich-boot naar Nederland. En het begin van ruim twee maanden verlof.









