Onze meest kritische proeflezer uit Maastricht heeft het Ondergronds Kwaad uit. Hij heeft heel wat aan te merken en voor een groot deel gaan we daar in mee. Hij leest op de letter en vindt hier en daar een los eindje of een onlogische constructie. Dat is gelukkig snel vast te binden of te repareren, waarmee het verhaal sterker wordt. Onze proeflezer is geen thrillerliefhebber, maar wel geïnteresseerd in de ontwikkeling van de personages in de boeken. Daar denkt hij lang en diep over na en komt dan met een oordeel.
“Zelf vind ik de karakterschets van het leven van Marianne de Vries erg mooi neergezet, zeker als tegenstelling tot de levenslopen van de anderen, de personages worden knap uitgelicht, hun leven, hun grote leed, hun kleine leed, beide worden levendig en waarachtig beschreven. Voor mij is het contrast mooi, hoe ieder toch vooral bezig is met zijn eigen leed, -- je leeft en dan ga je dood -- daar niet of nauwelijks los van kan komen, en eigenlijk alleen maar bezig is met hoe je toch maar levend de overkant kunt bereiken.”
Maar over het verhaal zelf, of het wel spannend is, of de plot wel werkt – dat moet je altijd maar afwachten als schrijver, je schrijft het op, maar de lezer moet het beoordelen – heeft hij natuurlijk ook een waardering.
“Maar als de opzet is dat het een spannend verhaal wordt wat lekker weg leest, je af en toe een voorsprongetje krijgt op onze rechercheurs, spannende verrassingen, je de behoefte gevoelt om vooral verder te willen lezen – Owwww, wat zou er gaan gebeuren? – een mooi inkijkje in het politieapparaat, hoe zit het wereldje van de grote criminelen in elkaar, en dan nog een spannend plot en een mooie epiloog als toetje;
Dan is die opzet wat mij betreft geslaagd!”
|