Navigatie

Titels‎ > ‎

De hoofdpersonen

  

Erik van Houten (bijna 40)

"Op de tv in de keuken sprak een minister over de noodzaak om meer vrouwen in de top van de politie te benoemen. De korpschef naast haar – toevallig ook een vrouw – was het daar heel erg mee eens. Dat was een bijzonder standpunt, vond Erik en zette de tv af. Hij voelde hoofdpijn opkomen. Misschien moest hij naar bed gaan met een boek. Eindelijk `De tuin der gewenning´ van `Yves Navarre´ eens uit lezen, de homoseksuele Franse auteur die een eind aan zijn leven maakte. Het lag klaar op zijn slaapkamer. Of `De laatste deur´ van Jeroen Brouwers opnieuw. Dat lag ernaast.
Erik verheugde zich niet op zijn komende verjaardag. Veertig werd hij. Een vriend van zijn gescheiden moeder had precies op zijn veertigste verjaardag zelfmoord gepleegd. Waarom wist Erik eigenlijk niet, maar het was een raar idee. Dood, weg, nooit meer terug. En dat hij dat dan zelf had gedaan. Hoe wist hij ook niet. Dat moest hij toch eens aan zijn moeder vragen. Zelf vond hij dat hij er jonger uit zag dan zijn bijna veertig jaar. Veel jonger, al liepen er lijntjes onder zijn ogen en rimpels op zijn handen. Maar niemand raadde zijn leeftijd in een keer. Zijn haar was nog donker en nergens grijs. Een beetje grijs zou misschien wel bijdragen aan zijn autoriteit, dacht hij. Erik vond dat hij wel wat weg had van George Clooney in Ocean’s Fourteen. Hij had zelfs zijn haar op dezelfde manier laten knippen als Clooney, door met een uit een tijdschrift geknipte foto naar de kapper te gaan. Het was wel jammer dat alleen hijzelf een gelijkenis met de gevierde Amerikaanse filmster zag. Josephine zag het niet. Dat had ze gezegd toen hij daar eens naar had gevraagd en hem vervolgens uitgelachen."
 

Mail Erik: klik dan hier!
Vind Erik op LinkedIn.



 
Sigrid de Wilde (33)

"Sigrid de Wilde was 33 jaar oud, had een slanke bouw en halflang, rood krullend haar, dat ze meestal in een staart droeg. Ze besteedde ‘s ochtends weinig tijd voor de spiegel en vermeed er overdag in te kijken. Geen zin in confrontaties met haar eigen beeltenis. Met haar lange benen en rechte houding bewoog ze zich op een manier die haar mannelijke collega’s om deed kijken. Sigrid merkte dat wel, maar schonk er geen aandacht aan. Geen man–vrouwgedoe op de werkvloer, was haar strikte opvatting. Ze maakte ook geen gebruik van het feit dat ze vrouw was. In elk geval niet bewust.

Sigrid was streng opgevoed door haar vijftig jaar oudere vader. Haar ouderwetse opvoeding had echter eerder een tegenovergesteld effect gehad. Want wat niemand vermoedde van het destijds zestienjarig meisje, was dat ze niet bij haar vriendinnetje bleef slapen tijdens het weekend, maar met vreemde en behoorlijk wat oudere mannen spacecake en bijbehorende seks nuttigde. Dat ze bier dronk als een spons en rookte, heel veel rookte bij tijd en wijle. Tijdens haar Utrechtse studententijd had ze in haar stamkroeg – liefst in gezelschap van boezemvriendin Aafke – menig kerel eronder gezopen. Haar fraaie, platte buik getoond op een manier die mannen gek maakte en vrouwen ziedend. Geflirt en geouwehoerd, verleid en beledigd. Om aan het eind van de avond door Aafke te worden thuisgebracht. Die kon nog meer bier hebben dan zijzelf.

Toen ze wat meer in staat was patronen in haar leven te doorzien had ze verschrikt geconcludeerd dat ze wel erg om aandacht verlegen had gezeten. Ze had het drinken beperkt tot een enkele uitspatting per jaar en de mannen met rust gelaten, 29 was ze toen. Sindsdien leidde Sigrid een rustig leventje, dat voornamelijk bestond uit werken. Ze was ambitieus en gegrepen door het recherchevak. Maar ook het uniform had ze graag gedragen. Ze voelde zich er zeker in en sterk en had eraan moeten wennen weer om in haar eigen kloffie naar haar werk te gaan. Voor mode had ze bovendien weinig interesse."


Mail Sigrid: klik dan hier!
Vind Sigrid op LinkedIn.
Wessel van Veen (54)

“Wessel!” klonk het door de telefoon. Een gebiedende stem, die niet veel tegenspraak duldde. Stevig, zeker van zichzelf en met een wereld aan ervaring. Een goede chef om voor te werken, ook al was hij soms een beetje een dominee. Hij had er een handje van om een preek te houden als hij aan het woord was.

Wessel was met roken gestopt toen het nergens meer was toegestaan. Hij was niet van plan geweest om naar speciale stinkzaaltjes te gaan om daar zijn geliefde sigaar te gaan roken. Bovendien, dat duurde ook veel te lang en het was zonde om zijn kostbare sigaren te mixen met ordinaire sigarettenrook. Daar had hij ook helemaal geen tijd voor. Vroeger zag je hem nooit zonder sigaar. De hele dag door had hij er een branden. Hij deed er lang mee, met zijn geïmporteerde Long corona’s of tuitsenorita’s. En hij kon zo fijn nadenken, terwijl hij bedachtzaam aan zijn sigaar trok. Dat miste hij wel erg. Toen de antirokers maffia het pleit won, had hij gezworen nooit meer een sigaar aan te raken. Hij had zijn hele voorraad in één keer weggedaan en had er nooit meer een aangestoken. Niet dat hij het niet moeilijk vond. Zeker de eerste weken was hij nurkser dan ooit en kon hij er maar niet aan wennen. Hij miste niet eens zozeer het roken zelf, als wel de handelingen. Zijn kamer stond altijd blauw van de rook. Het was wel een stuk frisser nu, dat moest hij toegeven. Maar op bepaalde momenten had hij graag weer de zuivere rook willen proeven."
Subpagina''s (1): Sigrid de Wilde