Geplaatst 3 nov. 2010 14:08 door Marike Vreeker
[
3 nov. 2010 14:17 bijgewerkt
]
Zoon tekent als Anton Heyboer.
Vijf snelle, oranje lijnen op een leeg A3-vel. Dan is het klaar en pakt hij een
nieuw vel. Hij deelt de triptrap met zijn vriendinnetje. Zij tekent kleine
poppetjes in alle kleuren. ‘Mama, kijk, ik heb een
kalkoen getekend!’ roept hij. Ik kom kijken. En warempel. Of eigenlijk is het
meer een parelhoen. Hij scheurt het blad uit het blok. ‘Deze is voor Xiao Yun,’
zegt hij. ‘Maar ik wil die niet,’
zegt het vriendinnetje. Zoon begint opnieuw te tekenen. ‘Dit is geen kalkoen,’
zegt hij na vier lijnen boos. En scheurt het vel eruit. ‘Maar je hebt toch al
een kalkoen,’ vraag ik. ‘Wat wil je dan?’ ‘Twéé kalkoenen,’ zegt hij. Als hij tien vellen later klaar is slaat
Xiao Yun haar arm om hem heen. Hij doet hetzelfde bij haar. Legt zijn hoofd in
haar hals met zwarte vlechtjes. ‘Wij zijn lief op elkaar,’ zegt Zoon.
‘Vérliefd’, verbetert de Chinese wijsheid. Ik aai over de twee bolletjes en
sluip naar de keuken. Mooi moment voor een wijntje.
|
Geplaatst 24 mei 2010 13:09 door Marike Vreeker
Brummen, de IJssel. Fietsen door de uiterwaarden. Wilgen,
paarden en fluitekruid. Mei. Pontje over naar Bronkhorst. Saai dorp, vindt
Zoon. Weer terug, pontje over. Ik ken de pontbaas nog. Eenentwintig jaar
geleden voer ik wekelijks naar een vriendje aan de overkant. Vijftien jaar
geleden pendelde dit pontje een avond heen en weer tussen twee poppodia, aan
elke oever een. Zakken vol biermuntjes, achterovergedrukt tijdens de bardienst.
De Tröckener Kecks en een onverwacht weerzien met de jongen van de eerste kus: ‘Ga je mee naar buutn, brommer kiekn?’ Wist ik
veel. Twintig jaar geleden: Paul staat bij de pont. Spannendste jongen van het
dorp, prachtig scheef gezicht. Onbereikbaar want wel drie jaar ouder. Hij
vraagt: ‘Wat zoekt een eenzame saxofoniste hier?’ Ik lach.‘Vertier, vertier.’ Snel
wegfietsen.
|
Geplaatst 18 dec. 2009 12:27 door Marike Vreeker
[
3 nov. 2010 14:12 bijgewerkt
]
Op m’n achttiende zat ik in een bluesband. Charlie’s
Bluesbreakers. Ongeveer eens per zes weken traden we op in illustere zalen als
‘De Proatkoele’ in Dedemsvaart of Jongerencentrum De Koog in Noord-Scharwoude.
Bij Alkmaar in de buurt, ja. De meeste optredens waren dik anderhalf uur
rijden. Ik zat dan bij Charlie in de auto, die meestal weinig zin had in een
optreden. Het publiek had er altijd wel zin in. Behalve bij De Proatkoele dan,
daar kwamen ze om te proaten, die drie mannen aan de bar. Het leukst waren de
optredens dicht bij huis, bijvoorbeeld in De Bliksem, in Brummen. Dan kwam er
een aantal vaste fans kijken, waaronder Marten. Marten was er
altijd. Ik zie hem nog met glimmende
ogen op de maat meeknikken. Een biertje in de ene hand, en van de andere hand
ging de duim omhoog na mijn saxsolo. Marten vond het schitterend, altijd.
Genoot met volle teugen. Altijd enthousiast, altijd complimenteus. Voor Marten
deed ik het.
Zaterdag stond ik te signeren in Brummen. Er sloot iemand aan in de rij die ik
vaag kende maar niet kon plaatsen. Voordeel van een dorp is dat iedereen elkaar
kent. ‘Hé Marten’, groette iemand uit de rij hem. Ik kon mijn oren niet geloven
en keek nog eens goed. Het was hem. Volgens mij zag ik hem voor het eerst bij
daglicht; ik wist niet dat hij rood haar had. Of was ik dat vergeten? Ik had
hem immers twintig jaar niet gezien. ‘Ik zag je staan in de krant,’ zei hij.
‘En ik dacht: dáár moet ik heen.’ Hij kocht twee boeken en ik signeerde ze. Voor
Marten, mijn trouwste fan.
|
Geplaatst 28 nov. 2009 12:29 door Marike Vreeker
[
28 nov. 2009 12:31 bijgewerkt
]
Na een driekwart jaar hard werken en een week feest
(de boeklancering) was het ineens stil. Je maakt nog eens een praatje met een
boekhandelaar, mailt met de uitgever en vertelt collega’s dat het nu echt in de
winkel ligt. En dan is daar de eerste recensie. Niet mals, maar daar hadden we
op gerekend. Immers, onze bedoeling was een licht, pretentieloos boek te
schrijven. Niet iets om het literaire fileermesje langs te halen, maar een
hapklaar brokje; prettig vermaak voor op het strand of in de trein. De
recensent snap die bedoeling wel: ‘ik sluit niet uit dat dit boek zijn weg naar
het grote publiek vindt.’ Goedzo!
Maar dan de tweede recensie. ‘Wat een goede politieroman sterk maakt,’ dicteert
de recensent, ‘is een wat excentrieke rechercheur, die op onconventionele wijze
een opzienbarend misdrijf oplost. (…) Pers en publiek dienen de politie onder
enorme druk te zetten om de zaak zo snel mogelijk op te lossen. Een tweede of
derde moord hangt in de lucht en voortvluchtige verdachten kunnen elk moment
naar Zuid-Amerika verdwijnen.’
Wat ik zo vreselijk leuk vind aan ons boek, is dat we ons niks hebben aangetrokken
van de geijkte thrillerformule. We vertellen hoe een politieonderzoek écht in
zijn werk gaat. We creëerden herkenbare mensen in plaats van clichétypes uit
detectiveseries die nooit met hun baas overweg kunnen. Toen het af was zeiden
we: wat hebben we nu eigenlijk geschreven? Een politieroman? Een
misdaadverhaal? Een thriller? Detective? Policier? Hoe noemen we dit? En daar
zit hem volgens mij de crux. Het Koepelmysterie past niet in een genre. Ik zou niet weten waar
ik het mee kan vergelijken. Baantjer, Geeraerts? Appels en peren. De politie-ervaring
van Auteur heeft bepaalde verwachtingen geschept. Maar we schreven een eigen zinnig
boek. Daarmee steek je je nek uit, dat is spannend. En wat is het dan gaaf dat
lezers zeggen: ‘ik vind het leuk! Het is grappig, geloofwaardig, onderhoudend,
goed geschreven en het heeft een
verrassend plot!’ Ik weet het wel: laat de lezers maar oordelen. |
Geplaatst 12 nov. 2009 13:11 door Marike Vreeker
Ik draai om mijn as. Moet schrijven aan de Turkse Connectie,
maar kom er niet toe. Alvast een persbericht schrijven voor het Brummens
Blaadje, maar geen zin. De chaos aan JacobsVreeker bestanden ordenen; komt
later wel. 600 JacobsVreeker mails verwijderen, nee. Rusteloos en lusteloos.
Het regent, ik wacht op een nieuwe klus bij Yacht, ik heb een rare hoest die al
weken duurt, het huis moet weer eens worden opgeruimd, nog een stuk muur verven…
allemaal smoesjes. Een mail van de uitgever wakkert de onrust aan. Hij stuurt
de poster en de advertentie. Oh God, het wordt nu echt. Om me heen wordt
iedereen enthousiast. ‘Ik ga het kopen hoor’, belooft een collega. ‘Twee stuks,
mooi Sinterklaascadeau!’ ‘Wanneer ligt het nu precies in de winkel?’ ‘Jullie
hebben best veel pers he? Ik zag Marc bij DAG tv.’ Ik knik en lach en vertel en
lach nog eens en leg uit. ‘Spannend zeker’, zegt een oplettende collega. Ik
kijk haar aan. Ja, spannend ja. Godvergeten spannend en raar en onbestemd. Waar
zijn we aan begonnen! Dinsdag aanstaande: de presentatie van ons boek.
|
Geplaatst 22 okt. 2009 12:27 door Marike Vreeker
[
22 okt. 2009 12:35 bijgewerkt
]
Zoon
speelt met treinen en auto’s. Ook als we kleien of tekenen boetseert hij een
locomotief of duidt hij z’n gekras als ‘goederentrein’. Tijd voor wat anders,
vind ik. Van zolder haal ik een doos met oud speelgoed van mezelf. Daarin zit een complete barbie-tuinset, een kaptafel met roze
bekleed krukje, een prinsessenbed met echte gouden spijlen en een rood koffertje met barbies. De mooiste exemplaren
liggen onderin. In puntgave staat, omdat ik er als kind alleen maar naar keek.
Die geef ik niet, dat vind ik zonde. Ik pak een pop die bovenop ligt en
probeer of de romp kan draaien. ‘Krak’, zegt de pop en ik zit ineens met
brokstukjes in mijn handen. Oeps. Nouja, het was toch een lelijk ding, met
afgeknipt haar en korfbaldijen. Zoon is gebiologeerd door een ‘mevrouw’ met
giga-lange benen, dito blonde vlechten en blauwe soulschoenen. Die mevrouw moet
mee naar beneden, de rest gaat weer in de koffer. Hij neemt ook een roze jurkje
mee. Dat moet de mevrouw aan. Maar het jurkje hoort bij een Pipa, een popje
ongeveer twee keer zo klein als de mevrouw. Ik haal Pipa voor hem op. Hij
kleedt haar uit en grijnst: ‘helemaal bloot!’ Dan sabbelt hij wat op Pipa’s
borsten. Hm. Even later zegt hij: ‘Haar haar zit niet goed, heb je even een
schaar?’ ‘Ben je belazerd,’ schiet ik uit. ‘Kom maar hier.’ Ik strijk de gouden
lokken van Pipa weer glad en trek gelijk haar kleren aan. Jongens en poppen… ik
begin te twijfelen aan mijn idee. Ik bekijk de langbenige mevrouw. Kon die haar
benen niet buigen? ‘Knap’, doet het been en de onderste helft bungelt opeens
los in de maillot. Even later vind ik Pipa onder het gasfornuis. Als ’s avonds
Zoon op bed ligt berg ik alles weer op. Morgen vingerverven.
|
Geplaatst 12 okt. 2009 13:05 door Marike Vreeker
[
22 okt. 2009 12:33 bijgewerkt
]
Ik heb een hekel aan hei. Niets troostelozer dan een eindeloze vlakte vol plantjes van dezelfde hoogte. Hier in de buurt stikt het ervan. Twee weken per jaar staat het spul in bloei. Maar ook die paarsheid tot aan de horizon; gooi maar in m’n pet. De associatie met turf, armoede en plaggenhutten is me te sterk. Plek zat voor een asielzoekerscentrum, denk ik dan. Van naaldbossen moet ik ook niet veel hebben. Die donkere, altijd natte stammetjes… treurig word je ervan. En dan de geur: dennenshampoo en Kerst. Dat doet de zaak geen goed. Nee, dan loofbos. Dat leeft, dat heeft kleur! Uitbundig schopten we afgelopen weekend door koperrode bladeren op de grond. Verstoppertje spelend achter de eeuwenoude stammen. We vonden tamme kastanjes, eikels en beukennootjes en ontdekten wonderlijke paddenstoelen onder grillig gevormde eiken. Prachtig! Ineens klonk het geluid van een fietsbel. Het duurde even tot het doordrong. Nogmaals het geluid, dichterbij. We draaiden om en konden met een snoekduik nog net Zoon redden van een botsing met voorbijstuivende ATB’er. Even later kwam er nog een rijtje langs sjezen. De rest van de wandeling keken we steeds angstig om en bleven netjes aan de rechterkant. In het bós, godbetert. Kunnen die lui niet de hei op? Of het naaldbos in, voor mijn part. |
Geplaatst 7 okt. 2009 12:35 door Marike Vreeker
[
9 okt. 2009 00:34 bijgewerkt
]
Morgen fotosessie. Voor de achterflap en de poster. Auteur en ik overleggen: wat doen we aan, welke stijl? Sjiek of stoer? ‘Een beetje make up kan geen kwaad trouwens’, zegt Auteur langs z'n neus weg. ‘Ik heb wel ergens lippenstift’, opper ik manmoedig. ‘Hm, ja, en foundation.’ Ah. We naderen onbekend terrein. ‘Ik heb eigenlijk geen idee wat dat is’, beken ik. Auteur gelooft zijn oren niet. Maar het is echt waar. Tot meer dan een lijntje en mascara kom ik niet. En ik voel me vreselijk kaal als dat er niet op zit.
In een ver verleden solliciteerde ik als stewardess bij de KLM. Die persoonlijkheidstest, die kwam ik wel door, bedacht ik me destijds. Niet te hanig opstellen, en rust uitstralen. Als zo’n vliegtuig crasht moet je natuurlijk een beetje van zo’n dame op aan kunnen. Keep it cool. Ik had overigens nog nooit gevlogen – detail. Maar de make up, dat gaf me hoofdbrekens. Ik oefende en kliederde en probeerde te wennen aan het stopverfgevoel van de lippenstift. De muffe lucht die uit de poederdoos kwam camoufleerde ik door ’s ochtends nog even de plaatselijke parfumerie binnen te lopen voor een gratis shot Chanel 5. Ik glimlachte de hele dag kalmpjes en rende tussendoor naar de wc om het spul bij te werken. Ik kwam tot de een na laatste ronde. ‘Uw verschijning is grandioos’, zeiden ze. ‘Zo verzorgd… Maar als een vliegtuig neerstort moet een stewardess snel kunnen handelen. En we vinden u wat traag.’ |
Geplaatst 29 sep. 2009 05:56 door Marike Vreeker
[
29 sep. 2009 06:36 bijgewerkt door Marc Jacobs
]
De proefdruk is ingeleverd. Met 238 A4tjes onder mijn arm in een rood mapje drentel ik naar het kantoor van de uitgever. "U mag het hier afgeven", zegt de receptioniste vriendelijk als ze onze contactpersoon heeft gebeld. “Dat gaat helaas niet”, zeg ik en kijk streng. Dat kan ik goed. Het heeft in ieder geval tot gevolg dat onze man de trap afdaalt en het document persoonlijk in ontvangst neemt. “Knap hoor, zeker als je dat voor de eerste keer doet", complimenteert hij ons met het controlewerk. Hij moest eens weten. Duizenden teksten heb ik al gecontroleerd. Wat een heerlijke baan was dat toch, eindredacteur. Lekker in je spijkerbroek naar het werk met als grootste zorg het consequent toepassen van komma’s en punten. Oja, er was soms ook een deadline, eens in de twee maanden. Eerst zat ik bij een vakblad voor de zonweringsbranche, Zonvak. Om het toch enigszins leuk te maken bedachten we de actie Zonvakker van het Jaar. In een autootje crosten hoofdredacteur G en ik het hele land door, op zoek naar onze ‘Sunfucker of the year’. Later deed ik een vakblad voor de evenementenbranche. Beroepshalve deed ik me tegoed aan de exquise buffetten van Maison van den Boer en versloeg ik gigantische bedrijfsfeesten voor de werknemers van Randstad, Cap Gemini, Ohra... Megaparties, waar de Dance Valley bij in het niet valt. En ik mocht op reis: India, Estland, de ABC-eilanden… Tot slot het mooiste blad voor muziekliefhebbers dat toen bestond: Music Maker. Ik kreeg mijn eigen sax-rubriek en ging Candy interviewen. ‘Ik word oud’, verzuchtte ze tijdens het gesprek. Dat zette ik natuurlijk in vette letters boven het artikel. Candy was woest en veranderde het in ‘Ik word een beetje ouder’. Zonde. A la Bibeb streefde ik naar een band met de geïnterviewde om zodoende tot een openhartig gesprek te komen. Bij Candy lukte dat niet, maar bij vele anderen wel. Schrijven: het mooiste vak dat er is. |
Geplaatst 14 sep. 2009 12:53 door Marike Vreeker
[
27 sep. 2009 16:22 bijgewerkt door Marc Jacobs
]
Mail van de uitgever: ‘Graag zou ik van jullie nog het volgende willen ontvangen: ingrediënten voor de achterflaptekst. Een omschrijving van jullie eigen persoon en geen c.v. dus.’
Heu. Uitgever verwacht hobby’s. Of een streng gereformeerde opvoeding, exotische woonoorden, beroemde artistieke familieleden of andere elementen die een schrijver tot een Boeiend Persoon maken. Wat nu te vermelden? ‘De flap hoort niet bij een boek, maar bij de verpakking’, lees ik op internet. ‘Maar bij de gemiddelde Nederlandse flaptekst raak je prompt gedeprimeerd van zoveel dorre correctheid.’ Dat inspireert. Ik schrijf een bio en mail Auteur. Die kan het waarderen en mailt meteen de zijne retour. Van mij mag het zo, graag zelfs. Laten we onszelf vooral niet te serieus nemen. Hier komt ie:
Marike Vreeker is 38, 1,82 m lang en heeft krullen van zichzelf. Ze studeerde Letteren in Utrecht en woont in Meppel, maar ergens anders zou ook lukken. Naast haar fulltime baan als communicatieadviseur is ze actief als schrijver, saxofonist en amateurfotograaf en heeft ze de tuin rond juli al winterklaar. Ook wasjes doen gaat haar goed af in combinatie met de opvoeding van haar al weer driejarige zoon.
Nu nog goedkeuring van de uitgever. |
|