Geplaatst 6 aug. 2010 04:52 door Marc Jacobs
|
Daar liep hij. Bedaard zijn stappen zettend, rustig op zich heen kijkend. Hij viel op, want hij was de enige die een pak droeg, maar - als concessie aan de hoge temperatuur, die op dat moment midden in Coimbra de dertig graden al wel bereikt zou moeten hebben, zonder stropdas. Zijn leeftijd was hem aan te zien, maar de hitte leek hem niet te deren. Hij keek om zich heen naar alles was er in de winkels te zien was. Ik zag hem daar opeens recht in zijn gezicht, zo kalm en zo waardig. Hem viel niets op, maar mij des te meer. Alsof ik plotseling het schrikdraad had geraakt, zo voelde het. Het trok door mij heen van boven naar onderen. Het was hem. Het was hem echt. In den vleze, met alle tijd van de wereld. Wat te doen? Hem door laten lopen, niets doen, net doen alsof hij een van de velen was? Een toerist, een ingezetene, een voorbijganger net als de tientallen die ophangen met de duurste camera´s of met boodschappentassen dezelfde weg vervolgden? Hoe vaak zou hij niet door een Nederlandse bemoeial worden aangesproken? Hoe naar zou dan wel niet voor hem zijn? Maar toch, het was een kans en zou ik het mezelf niet kwalijk nemen als ik het niet zou doen? Zeker minuten bleef ik als verstard zitten op mijn metalen terrasstoel en dorst niet om te kijken. Toen sprong ik op, ik zou gek zijn als ik geen poging zou ondernemen om met hem in contact te komen in die snikhete Portugeese winkelstraat. Het tempo van het gezelschapje was niet hoog geweest. Met enige stappen was ik ze genaderd en er voorbij. Wat moest ik zeggen? Zouden zij me wegjagen? Wat zou ik zelf willen? Even verderop was een boekwinkel. Ik liep hen snel voorbij en posteerde mij voor de etalage. Als ik goed zou hebben gegokt, zou hij vast even een blik door de ruit werpen en dan naast mij staan. Dan zou ik hem kunnen aanspreken. Als vanzelf. Het werkte! Ik zag zijn reflectie in het raam en hij nam even de tijd om te kijken. Dit was mijn kans en ik sprak hem aan. `Mag ik u even aanspreken?´ zei ik, duidelijk en wel. Het kwam er makkelijk uit. `Als u daar geen zin in heeft, dan ben ik meteen weg, hoor!´ voegde ik eraan toe. Dat zou zomaar kunnen, maar dan had ik het maar geprobeerd en zou ik mijzelf niets kwalijk nemen. Maar niets van dit alles! De grote man ging er voor staan en zowaar een glimlach verscheen om zijn lippen. Hij was het wel gewend. Vanzelfsprekend. Er kwam een andere man bij staan, die sympathiek leek te kijken. Ze hadden de tijd en ze namen wel even de tijd. Snel vertelde ik wie ik was. En dat ik ook schrijver was, maar dan van politiethrillers. Het klonk aanstellerig, maar het was waar. Ik zag even zijn ogen oplichten toen hij me vroeg of hij mij dan zou kunnen kennen? Nee, dat niet, natuurlijk. De glans doofde weer wat. Maar kwam toch ook weer wat terug toen ik vertelde bij de politie te hebben gewerkt. Op een of andere manier maakt dat indruk, denk ik. Ik moest het gesprek gaande houden, niet te lang, maar toch zo lang dat ik indruk zou maken. ´Waarom bent u indertijd naar Portugal verhuisd?´ vroeg ik hem. Iets beters viel mij niet in. ´Iedereen ging al naar Toscane en niemand ging hierheen, dat is wat het was,´ zei hij. ´Sinds 1984 woon ik hier al en het bevalt me uitstekend.´ Wij kletsten over huizen, heen en weer vliegen naar Nederland, over het land en de mensen. Een heel gewoon praatje van twee Nederlanders in den vreemde. Ik dacht aan zijn boeken, ik dacht aan zijn gedichten, aan zijn vernietigende kritieken op andere schrijvers, aan zijn televisieoptreden bij Paul en Witteman, aan alles wat hij had gedaan en kon niet een intelligente vraag bedenken waar hij van zou opkijken. Ik dacht aan recensies, die ik huilend van het lachen tientallen keren gelezen zou moeten hebben. Ik dacht aan de term ´lid van de onwelriekende gleuvenbrigade´. Maar niets hiervan kwam over mijn lippen. Ik moest iets doen. Dit vasthouden. Een kaartje! Zou hij een kaartje hebben? Ik vervloekte mijzelf dat ik weer niets bij mij had, geen folder en geen kaartje of niets. Nee, aan kaartjes deed hij al jaren niet meer. En dan gaf ook maar gedoe. Of ik dan een pen bij mij had? Geen schrijver zonder pen. Die had ik niet. Een lichte paniek maakte zich langzaam van mij meester. Hoe hield ik dit vast? ´E-mail, heeft u een e-mailadres?´ zeg het maar, ik onthoud het wel! Iets anders schoot mij niet te binnen.
Ja, hoor, Gerrit Komrij glimlachtte en hij noemde zijn adres. ´Laat maar weten hoe het verder gaat!´ Het was inderdaad eenvoudig te onthouden. Ik zal het nooit vergeten, denk ik. En denk alvast na over wat ik hem zal schrijven. Ik gaf hen beiden een hand en als een schoolmeisje maakte ik, geloof ik, ook nog een klein buigingje. ´Wat heerlijk om u even te ontmoeten,´ zei ik en huppelde weg. |
Geplaatst 19 mei 2010 02:57 door Marc Jacobs
Het PvdA raadslid Jelmer Staal zegt in de LC dat het cultuurbeleid niet door de politie moet worden bepaald. Dit omdat de politie niet genoeg agenten vrij kan maken en daarom een metalfestival in augustus niet kan doorgaan. Bij ieder groot evenement is inzet van politie noodzakelijk, helaas. Of het nu een strandfeest is, een zeilwedstrijd, een voetbalwedstrijd, een festival of een multiculturele markt met muziek en dans. Lang van te voren komen de organisatoren al bij elkaar om samen met de politie veiligheidsscenario’s te maken. Wat kan er mis gaan? Welke risico’s moeten we afdekken en wat vinden we aanvaardbaar? En “we” is dan niet de politie, die adviseert alleen maar, de gemeente beslist uiteindelijk. Bij de politie zijn specialisten in dienst, die niets anders doen dan hierover nadenken, draaiboeken schrijven en zelf de leiding nemen over de inzet tijdens het evenement. Het uitgangspunt is dat leuke dingen mogelijk moeten zijn, maar wel veilig moet gebeuren. Maar politiecapaciteit is schaars, buitengewoon schaars. In Leeuwarden zijn in 2010 net zo veel agenten beschikbaar als in 1947! Dus elk uur politie-inzet bij een evenement is weg en kan niet meer worden ingezet voor de wijkagent, surveillance op straat of het vangen van boeven. Voordat de politie adviseert aan de gemeente om een evenement niet door te laten gaan, zijn alle mogelijkheden bekeken en is er gewikt en gewogen of het toch niet kan. Pas dan zal een negatief advies worden gegeven. Ooit heb ik geadviseerd om een aftelfeest niet door te laten gaan, omdat we de veiligheid niet konden garanderen. Dat heeft zelfs geleid tot Kamervragen, gesteld door het VVD Kamerlid Latitia Griffith. Dat moet ik nu nog horen. Met Latitia en mij is het helemaal goed gekomen. Wij zouden samen dansen in de stad, als alles goed zou zijn gegaan.
|
Geplaatst 22 feb. 2010 15:52 door Marc Jacobs
[
22 feb. 2010 15:54 bijgewerkt
]
Van Akkrum tot Zwaagwesteinde.
|
Geplaatst 26 jan. 2010 13:35 door Marc Jacobs
Heet water helpt niet Het vriest nu echt veel te hard Dag
tom dick en harry |
Geplaatst 16 jan. 2010 05:36 door Marc Jacobs
[
18 jan. 2010 06:24 bijgewerkt
]
Elke dag vul ik een keteltje met warm water. En daarmee loop ik de tuin in en giet het hete water op het ijs van de vijver. Het is meer een vijvertje; een klein en ondiep plasje water en er komt een watervalletje in uit. Het is afgelopen zomer aangelegd door mevrouw D, die heel handig is met dit soort dingen. Zomers stroomt de waterval, nu niet, nu staat het stroompje stil en ik hoop dat de pomp niet kapot is gevroren. Aanvankelijk brak ik het ijs met een klauwhamer, niet door er op te slaan, maar door het voorzichtig met de klauw van de hamer omhoog te trekken. Maar dat werkte niet meer toen het ijs te dik werd en timmeren was uit den boze. Even heb ik overwogen om een boormachine met een grote houtboor te gebruiken, maar met het keteltje lukt het prima om een wakje open te houden. Tom, Dick en Harry wonen in het vijvertje. Volgens het tuinboek moet het vijvertje veel dieper zijn voor goudvissen, maar de drie heren leven nog steeds. Elke dag vraag ik hoe het met ze gaat. ‘Hallo jongens,’ zeg ik aan de rand van het vijvertje staand, ‘even opzij, hier komt het hete water!’ Dan doen ze dan ook, ze schieten onder het ijs als ze me aan zien of horen komen. Het zijn nogal schuwe diertjes, ondanks het feit dat ik het toch zo goed met ze meen. En moet ik ze nu eten geven of niet? Onder de tien graden eten ze niet meer, heb ik ergens gelezen. Maar in de grachten wordt vrolijk gevist en ijsvissen is meestal heel succesvol. Dus vissen eten gewoon door, hoe koud het ook is. Voor de zekerheid krijgen ze een snufje vissenvoer in hun wakje. ‘Hier is wat te eten, kijk maar,’ zeg ik dan en breng mijn keteltje weer naar binnen. Boven, in mijn werkkamer, kan ik naar ze kijken. Ze zwemmen rond in het open stuk af en toe tik ik op het raam om de kat van de buren te verjagen. Ik zou het zo koud hebben daar, snel de verwarming wat hoger. |
Geplaatst 14 dec. 2009 02:45 door Marc Jacobs
Mevrouw D was in cocktailjurk en ik in smoking. We mochten kiezen schaatskleding of black tie. Dat eerste was ook leuk geweest, maar speciale schaatskleding bezitten wij niet. Schaatsen nog wel, maar ver weg op zolder. Op de fiets reden wij onder een mager zonnetje in de richting van het WTC. In cocktailjurk en smoking en een rood dasje. Het was een bijzonder gezicht, mensen met ijsmutsen op en houtjes om hun nek, tussen de zwarte vlinderdasjes. Maar ook een aantal mannen die wel wilde komen, maar zich maar niets hadden aangetrokken van het kledingvoorschrift, uit hun smoking waren gegroeid of bij het verhuurbedrijf achter het net hadden gevist. ‘Wat moet ik dan aan? Margot! Er staat duidelijk black tie en ik krijg de broek met geen mogelijkheid meer dicht! Kan jij het nog uitleggen?’ Misschien wel, maar niet meer op zondagmorgen en niet meer zo’n eind, dacht Margot. ‘Had je niet eerder even kunnen passen!’ Vloeken klinken door de slaapkamer en een smokingbroek wordt als een vod in een hoek gesmeten. ‘Ik ga niet!’ riep hij overstuur, de puber in de man is nooit helemaal weg. En stuurs ging hij op het bed zitten. Toos pakte de broek op en bestudeerde de band. ‘Er kan wel een centimeter uit, misschien wel twee, maar dat haal ik nu niet.’ Het was al elf uur. ‘Kan je je buik niet een beetje inhouden?’ ‘Heb ik al geprobeerd, gaat niet,’ zei hij, zijn laatste hoop verflauwde weer. ‘Ga maar alleen dan, dan blijf ik wel thuis!’ Het was geen opofferingsgezindheid. ‘Onzin,’ zei Margot, die al veel langer geleden volwassen was geworden en dat ook was gebleven. ‘Dan doe je toch gewoon je donkerblauwe pak aan, met die rode das. Dan zie je er ook heel netjes uit.’ ‘Maar dat is geen smoking!’ riep hij nog, maar zuchtend capituleerde hij.
Had ik maar schaatskleding aangetrokken, dacht hij, en glimlachte knikkend naar de kroonprins. Margot had een prachtige jurk aan. |
Geplaatst 10 dec. 2009 03:16 door Marc Jacobs
Af en toe valt er een drukwerkje op de mat. Van een Japanse fabrikant van fototoestellen. Nikon Pro heet het. Ik krijg het niet omdat ik een professionele fotograaf ben, maar omdat ik een camera heb gekocht die ook door beroeps wordt gebruikt. Er staat weinig in over nieuwe uitvindingen van de fabrikant, maar wel iets. Dit keer iets over lenzen die kunnen bewegen op hun voet, of hoe je dat moet uitleggen. Wat daar nu precies het nut van is, weet ik niet, maar men was er kennelijk blij mee. Waar het extreem duur uitgevoerde magazine vol van staat is foto’s. Van topfotografen die het uitsluitend doen met Nikons natuurlijk. Foto’s waar je beter niet naar kan kijken, zo fraai, zo knap, zo weergaloos. Een haarscherpe F16 hoog in de lucht met op de achtergrond het door mensen gemaakte eiland in Bahrein. Je kunt alle belettering lezen op het vliegtuig. Een schoonspringende dame net voordat ze het water raakt met notabene het logo van de camerafabrikant op de achtergrond. Elke spier van haar lichaam is aangespannen, dat kan je zien. Elke waterdruppel is afzonderlijk te onderscheiden. Een witte haai die meters boven het water uitspringt in Flase Bay in Zuid Afrika, ook al weer messcherp in beeld gebracht. Chris Brunskill maakte de foto en legde in de tekst uit hoe. Het was niet zonder risico, lezen we. Ik kan er lang naar kijken, naar dit soort foto’s. En droom rustig over die ene foto in de Nikon Pro met mijn naam eronder. Ik blader eens door de 25 duizend foto’s die ik op mijn computer heb staan. Hij zit er niet bij. |
Geplaatst 8 dec. 2009 07:37 door Marc Jacobs
[
8 dec. 2009 11:50 bijgewerkt door Marike Vreeker
]
Dit is wel een heel bijzonder gevoel. Het Koepelmysterie is te leen bij de openbare bibliotheek en in Oosterwolde heeft iemand het mee naar huis genomen...
|
Geplaatst 8 dec. 2009 07:31 door Marc Jacobs
De letter ‘r’ verdwijnt. Niet uit de geschreven taal, dat niet, maar hij wordt veronachtzaamd in de spreektaal. Werd de ‘r’ voorheen nog trots voor in de mond genomen, steeds vaker hoor je hem langzaam maar zeker naar achteren glijden. Er komt een brouwend geluidje voor in de plaats, half ingeslikt en gemaakt door de tong naar achteren in de mond te trekken. Het begint op Amerikaans te lijken. Die doen dat ook allemaal. Lekker lui en makkelijk, als diaree valt het uit de mond. Wij noemen het ‘Leids’ of ‘Goois’, want daar doen ze het allemaal. Als je daar netjes een ‘r’ voor in de mond neemt, dan verraad je onmiddellijk je provinciaalse komaf. En dat is dodelijk. In één van zijn laatste interviews fulmineerde Jos Brink er op los. En dit kwam ook voor, het is niet ‘werrek’, maar ‘werk’, riep hij. Je kunt het niet opschrijven, maar bedenk er zo’n Goois GTST meisje bij en je hoort het hem zeggen. De soaps doen het allemaal en de commerciëlen ook. Jonge meisjes met een brouw-r ver achter in de keel. En zelfs het journaal, vroeger een deftige meneer, die netjes met een perfecte dictie van een papiertje het slechte nieuws voorlas, doet het nu ook. Het zijn nu meisjes geworden van een zekere leeftijd. Die kennen zo’n ‘r’ al lang niet meer. Ik ben ouderwets geworden. Zomaar, ineens. Kadentenbedood, dat leerde mijn moeder me. Kadentenbedood, lekker voor in de mond, herhalen net zolang tot je krrentebrrood kon zeggen. Kadentenbedood, kadentenbedood, kadentenbedood... |
Geplaatst 4 dec. 2009 10:26 door Marc Jacobs
[
20 jan. 2011 03:00 bijgewerkt
]
Elke avond aten wij aardappels, maar voordat ze gekookt en glazig op ons bordje lagen waren het bonkige knollen voorzien van aarde en uitlopers. Mijn moeder kocht die in grote zakken rechtstreeks van de boer en die werden in de kelder gelegd. Mijn taak was het om elke dag daar een mandje op te halen en dan was het schillen geblazen. Dunschillen moesten we, maar alle spruiten eraf en ogen eruit. De grote aardappels in tweeën of soms in vieren in de pan, dan goed wassen en koken. Zeker twintig minuten en nog werden ze wel eens glazig. We aten daar altijd groente bij, sperziebonen (rangen!), spruitjes (schoonmaken), bloemkool (in roosje snijden) of kool(stoven). En vlees, gehakt (ballen van draaien), worst (was relatief makkelijk klaar te maken), schnitzel (in paneermeel bakken) of soms kip, maar dat moest heel lang ineen braadpan opstaan. Dat viel daarna ook echt van de botten af. Soms ook draadjesvlees, dat moest nog langer. Een enkele keer kregen we lever. Niet lekker gebakken met uitjes en stukjes spek, nee, zo uit de pan op het bord. Zwart van buiten, rauw van binnen. En elke keer trapten we er weer in, we dachten van een afstandje dat het biefstuk was! En jus, jus was er altijd! Mijn moeder wierp een half pakje bleu band in de gloeiendhete vleespan, goot er water bij, snel de deksel erop vanwege het gesis en brouwde zo de eeuwige jus. Jus van uw eigen vlees. Dat moest wel, om die gortdroge aardappelen weg te krijgen. Mijn vader overgoot alles met zeeën aan jus en hagelbuiten aan zout en achteraf begrijp ik waarom. Hij schepte ook altijd te veel op, want steevast bleven er aardappelen onaangeroerd liggen, waar dan later de sigaret na het eten in werd uitgedrukt. Als toetje yoghurt met beschuit, kaneel en suiker. Maar wel uit hetzelfde bord, dat wij verwoestend schoonmaakte, voordat de lekkernij erop mocht. Nu eet ik nooit meer gekookte aardappelen. Gebakken, puree, als patat of chips, ik ben er dol in. Wit van de mayonaise eet ik ze elk uur van de dag. Maar doodgekookt met een kuiltje jus? Never again!
|
|