"Het water loopt al zingend door de beken naar de groene zee"
De Belle Meuse ontstaat uit de moerassen van "Fagne des Mochettes", zo'n 595 meter hoog. De beek stroomt door de bossen omlaag en passeert het Molenhuis dat op 460 meter ligt. Verder kabbelt de beek langs moerassige en drassige gebieden naar Nadrin, waar het in een klein stuwmeer komt: "Le lac de Belle Meuse" is een klein recreatieoord waar men kan zwemmen, vissen en roeien. De Belle Meuse vervolgt haar weg en mondt uit in de beek "Ruisseau du Martin Moulin". Later stroomt het water de Ourthe in op een hoogte van 310 meter. De afstand, van het ontstaan van de Belle Meuse tot aan de Ourthe bedraagt 14 kilometer, het hoogteverschil bedraagt 285 meter. Door dit hoogteverschil op zo een korte afstand moet de beek snel stromen. De stroming van de beek voert veel gesteenten en ander materiaal mee en er blijft weinig langs de kant en op de bodem liggen. Door het snel stromen van het water kan deze veel zuurstof bevatten. Meestal is het water helder en zijn op de bodem zand- en leisteen duidelijk te zien. Soms kan de beek echter zo onstuimig tekeer gaan dat ze er troebel, donker en gevaarlijk uitziet. Ze raast en buldert en sleurt dan grote brokstukken mee.
| In de buurt van Het Molenhuis stroomt de Belle Meuse onder de weg door. Het landschap aan de ene kant van de brug is totaal anders dan aan de andere kant. Het water, de plantengroei, het geluid, het licht en het gevoel daarbij; het is heel verschillend. De Belle Meuse stroomt ons tegemoet uit een rustig donker en ietwat koud monotoon sparrenbos. Van plantengroei is daar grotendeels niets te merken, enkel wat mossen doen het daar goed. Hoe heel anders is het aan de overkant van de brug, het speelser uitzicht komt vooral door de variëteit van de plantengroei, en ook door het niet zo hoge geboomte dat meer licht naar de waterkant brengt. Vooral els en wilg vormen de kanten van de beek. Als deze struikbomen langs het water staan, dan is het water van een goede kwaliteit. Ze zorgen door hun bladeren voor micro-organismen zodat er zoetwatervissen kunnen leven. Naast de beek loopt een wandelpad dat aan beide kanten een ander bos vertoont, het bos rechts waardoor de beek stroomt, is een fijnsparrenbos, de bomen staan op een zachte helling. Aan de andere kant van de weg groeit een loofbos met vooral beuk, de wegkant is er rotsachtig en steil. Juist voor dit loofbos staan zeven machtige fijnsparren. In de winter treden ze naar voren. Je mag je hartenwensen aan de "Belle Meuse" toevertrouwen, ze neemt ze mee naar de weidse zeeën. |
|