Op 31 maart 1966 verleent het College van Burgemeester en Schepenen van de toenmalige gemeente Samrée aan de heer Fernand Limet uit Warzée de toelating om een kapel te bouwen nabij de Moulin de Belle Meuse. Architect Yvon Bielen uit Fromville-Melreux tekent het plan. De heer Fernand Limet kocht deze ‘moulin à farine et à eau’ op 23 juni 1965 om deze in te richten als een verblijfplaats voor jongeren. Volgens men ons in Bérismenil vertelde, wenste hij een bijdrage te leveren aan de morele en de godsdienstige vorming van de jeugd. Volgens zijn echtgenote mij liet verstaan, deed hij ook aan geestelijke en lichamelijke begeleiding van mensen. Het gebouw en zijn omgeving werd aangekleed met verwijzingen naar het katholiek godsdienstige: kruisen, heiligenbeelden, een Lourdesgrot met fonteintjes ... Een kapel om tijdens het verblijf van jongeren de heilige mis op te dragen mocht niet ontbreken. Velen kwamen hem hierbij ter hulp, hetzij door een financiële bijdrage, hetzij door bouwarbeid ter plaatse. In de helling was door de vorige eigenaar een kuil gegraven en met natuursteen uitgebouwd. Deze diende als bewaarplaats voor bieten en ander veevoeder. De vroegere afboording met natuursteen kan je nog onderscheiden in de zijmuren van het centrale gedeelte van de kapel. De grond errond werd weggegraven en diende als aanvulgrond rond een zwembad waarvan je de contoeren nog kunt zien op het speelplein. De vrijgekomen ruimte wordt later de parking. De architect tekende eigenlijk een kleine kerk en deze werd als zodanig toegerust. Zoals elke klassieke kerk staat ze op het oosten gericht. De opkomende zon schijnt door een groot venster de kapel binnen. Het is de gedroomde plaats voor een glasraam. Vooraan, centraal in de absis, staat het altaar. Een tabernakel voor de bewaring van de heilige hosties is ingebouwd in de muur. In een zijnis is er plaats voor de benodigdheden van de misdienaars, zoals de ampullen met water en wijn. De haak om het wierookvat aan te hangen en de gong te bevestigen zijn niet vergeten. Het altaar bevat een relikwiesteen. Dit wijst erop dat het altaar is ingezegend. Om aan de eisen van de nieuwe liturgie te beantwoorden werd het altaar omgekeerd zodat de priester ‘met het gezicht naar het volk’ staat. Doorheen de jaren zijn de benodigdheden voor de eredienst, die oorspronkelijk aanwezig waren, opgeborgen of verdwenen. In het centrale gedeelte, het schip van de kerk, stonden klassieke kerkbanken met kniel- en zitmogelijkheid. Ook rieten kerkstoelen waren oorspronkelijk aanwezig. Restanten van dit meubelair kan je nog op andere plaatsen in de molen weervinden. De muren waren versierd met heiligenbeelden. Maar wij, opgevoed in het Don Bosco-centrum, hebben deze verwijderd en gekozen voor de naakte schoonheid van de natuursteen en het houten gebinte. Om de kilte van de grond op te vangen, is een houten vloer, gemaakt van machinepaletten, getimmerd. Om de kapel ook in koudere periodes menselijk te gebruiken is er een schouw gemetst en een kachel geplaatst. Een gerichte verlichting is aangebracht om een aangepaste sfeer te creëren.. | De voorbouw is als portaal groot uitgevallen en kan beschouwd worden als een deel van het schip van de kerk. De reden is dat de oorspronkelijke poortopening naar de bietenkuil niet is weggekapt maar behouden. Tegen de linkermuur bevindt zich een eiken kruis met het jaartal 1917. Dit kruis stond oorspronkelijk aan het brugje over de Belle Meuse maar was verdwenen. Nadat het blijkbaar veel had meegemaakt, zelfs een poging tot verbranding, werd het in het bos door een klas leerling-houtbewerkers gevonden. Zij restaureerden het, plaatsten het als teken van de Goede Week op de speelplaats van hun school in Hoboken. Zij construeerden een replica, die door hun collega’s leerlingen bouw aan de toegang van het kampeerterrein is geplaatst. Het oorspronkelijke kruis hangt nu op de linkermuur. Vanwaar het jaartal? Vroeger, in de lentetijd, om een vruchtbare oogst af te smeken, stapten de boeren en hun gezinnen driemaal mee in een processie tijdens de zogenaamde kruisdagen. Zij droegen het kruis doorheen de velden en baden voor een vruchtbare groei van de gewassen op het veld. Tijdens de eerste wereldoorlog plantte de toenmalige pastoor van Bérismenil op de derde kruisdag van elk jaar aan het uiteinde van het dorp een kruis. Hierdoor gaf de bevolking haar verlangen naar vrede aan. In 1917 gebeurde dit aan een doorwaadbare plaats van de Belle Meuse.. Omdat de molenhuisgemeenschap deze kapel niet wil laten verloederen maar behouden, besloot de Raad van Bestuur het dak te vernieuwen om sneeuw- en waterinsijpeling te voorkomen. Op deskundige wijze heeft dakwerker, Baland Philippe uit Nadrin, een nieuw bovendak gelegd en degelijk afgetimmerd. Onze kapel oogt mooi. Kan deze ruimte nog functioneren in het huidig gebeuren in de Het Molenhuis?Grijpt er nog een klassieke mis of een hedendaagse eucharistieviering plaats? Is deze kapel nog een ruimte van gebed? Zet ze nog aan tot bezinning? Het is onze wens dat deze ruimte uitnodigt tot innerlijkheid en bezinning. Kunnen mensen er loskomen van hun zorgen, de drukte en de vele verplichtingen? Daar moet uitwisseling van levensinhoud kunnen gebeuren. Dan zal je de ander leren zien zoals hij of zij werkelijk is. Religie, de grote verbondenheid, kan bij de eenvoudige natuursteen worden ervaren. De warmte van de kachel zal ontmoeting mogelijk maken. Zo’n keuze voor deze ruimte vraagt om concrete aanwijzingen. Het mag geen bar worden, ook geen stapelplaats van matrassen, noch droogplaats voor natte kleren en modderige botten. Daar kan ’s avonds aan de kinderen verteld worden en samen gezongen. Het is de plaats voor de leid(st)erskring en het evaluatiegesprek. De houten vloer nodigt uit voor yoga en spirituele houdingen. Het raam gericht op het oosten vraagt om meditatie over begin en einde. Het eiken kruis timmert aan de duurzaamheid over lijden en pijn heen. Zet er een kaars en laat je samen leiden tot gebed. Eddy Timmermans Bestuurslid. |