Instrumenten

Private concerts  / Recitals
Classical guitar
Neapolitan mandoline
Archlute
 

DE GITAAR

Slechts weinige instrumenten hebben een voorgeschiedenis van meer dan 500 jaar. Het succes van zowel de Spaanse Vihuela da mano,6-korig (zes dubbele snaren), als de Italiaanse renaissancegitaar, 4-korig (vier dubbele snaren), heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de Guitarra Spagnola. Deze rijkelijk versierde en met vijf dubbele snaren bespannen barokgitaar is ontstaan in Spanje op het einde van de 16° eeuw.

Niet alleen in Spanje maar in de meeste West-Europese landen werd dit instrument bespeeld in aristocratische kringen waar het overigens  meer gewaardeerd werd dan in Spanje zelf.

Gitaristen zoals Robert de Visée, Francesco Corbetta waren vast verbonden aan het hof van Lodewijk de XIV. Hun muziekbundels werden opgedragen aan de Koning die, evenals zijn dochters, zelf een fervent gitaarspeler was.

Rond 1780 wordt er nog een zesde paar snaren toegevoegd aan de Guitarra Spagnola De meeste 6-korige gitaren in Spanje zijn gebouwd in Cadiz . Bijna gelijktijdig  worden de 6 koren ontdubbeld eerst in Frankrijk en Italië Spanje volgt pas veel later. Ook de snaarspanning wordt verhoogd. Dit wordt dan de 6 snarige “romantische gitaar” genoemd met zijn typische snorvormige kam. Wenen en Parijs waren de belangrijkste gitaarcentra waar gitaarvirtuozen zoals Mauro Guiliani, Fernando Sor, enz. actief waren.

In de 19° eeuw worden er mechanische stemschroeven aan toegevoegd en rond 1884 bouwt Antonio Torres ( Almeria, Spanje, 1827) de eerste gitaar die qua vorm en bouwprincipes maar weinig meer verschilt van de “klassieke gitaar” zoals wij die vandaag kennen. De hedendaagse gitaartechnieken zijn volledig gebaseerd op het werk van gitaristen zoals Francisco Tarrèga en Emilio Pujol.

In de 20° eeuw hebben in Spanje de gitaristen Andres Segovia en Narciso Yepes gevolgd door Alexander Lagoya en Ida Presti in Parijs en in Engeland Juliam Bream en John Williams voor de grote doorbraak gezorgd. Ook het grote succes van het Concierto de Aranjuez van de componist Joaquin Rodrigo heeft voor een nieuwe doorbraak gezorgd.
 
DE GETHEORBEERDE LUIT  (Archiliuto)
 
De theorbe is een luitvariant met dubbele schroevenkast, ontstaan in Italië op het einde van de 16° eeuw en veroverde al snel de plaats van de kleinere renaissanceluit .  Men heeft zeven extra bassnaren toegevoegd en de mensuur langer gemaakt dan die van de renaissanceluit en ook de klankkast is aanzienlijk groter geworden.
Ze is voornamelijk gebruikt geweest als begeleidingsinstrument (basso continuo). Ze heeft 14 enkele of dubbele snaren waarvan er 6 of 7 over de toets heen lopen waar ze met de linkerhand aangedrukt kunnen worden. Er bestaan heel wat varianten van dit instrument en ook de stemming is niet altijd dezelfde.
Het instrument waar Herman op speelt is een variant van de theorbe, vandaar de benaming getheorbeerde luit of arciliuto.  Deze werd meer gebruikt voor solostukken op te spelen  Het is een kopie nagebouwd naar een Duits voorbeeld.  De stemming is lager dan de traditionele renaissanceluit, namelijk in mi net zoals de collacione van Guiseppe Antonio Brescianello (+/- 1700) maar dan met de extra toegevoegde bassen.
 
De Napolitaanse mandoline
 
De Napolitaanse mandoline is in Italië ontstaan, op het einde van de l7°eeuw en behoort tot de luitfamilie. De chitarra morsica zou  de oudste voorloper geweest zijn, peervormig en met bolle rug, door de moren geïntroduceerd in Zuid Europa.
In de 15°eeuw is er naast de pandura ( zie ook bandurria)ons een mandora bekend. In de 17° eeuw vindt men nieuwe benamingen terug zoals mandola, armandolino voor de  nieuwe varianten met wisselende snaar aantallen.
De 17° eeuwse Milanese mandoline (recentere naam voor de armandolino) met zes dubbele snaren is het meest verspreid en pas na 1700 neemt de 4-korige Napolitaanse mandoline met de vioolstemming sol re la mi (4° naar 1°) haar plaats in naast de Milanese mandoline.
De meest bekende barokwerken voor dit instrument zijn de concerti voor mandoline van Antonio Vivaldi. De bekendste mandolinebouwers waren de familie Vinaccia maar ook de bekende vioolbouwer Antonio Stradivarius heeft naast zijn befaamde violen ook nog mandolines en gitaren gebouwd.
Een tweede grote bloei kende de mandoline op het einde van de 19° tot in de helft van de 20° eeuw met ontelbare mandoline bouwers en grote mandolinevirtuozen zoals Raffaele Calace en de bekende Italiaanse virtuoos, Silvio Ranieri die in Brussel gevestigd was.  Hij was de grote promotor van de mandoline in ons land.
Na een rustperiode (1945-1980) komt dit instrument opnieuw in de belangstelling.  Er worden nieuwe hoogwaardige instrumenten gebouwd zowel kopieën van historische instrumenten als moderne versies en ook nieuwe composities worden er gecreëerd en dit vooral in Duitsland.
 
Bandurria
 
De oorsprong van de  naam bandurria is de oude Soemerische naam pan-tur de naam van hun snaarinstrumentje zo een 4.000 jaar geleden! In het Latijn werd de naam pandura. Het instrument werd door de Romeinen verspreid in zuid Europa.

Met in de middeleeuwen nog met drie snaren, 4 snaren in de renaissance en 5 dubbele snaren in de barok periode (met plectrum bespeeld) werd het de Spaanse tegenhanger van de Milanese mandoline met 6 dubbele darmsnaren. Alleen de vorm van de klankkast is anders, de bandurria heeft niet die bolle rug van de mandoline maar een platte rug zoals bij de gitaar. De bandurria is mee geëvolueerd met de tijd en kreeg er in de 19° eeuw nog een 6°paar snaren bij. Ook werden de darmsnaren vervangen door  metalen snaren. Er zijn ook heel wat instrumenten gemaakt geweest met 6 enkele snaren net zoals bij de Milanese mandoline.

De laatste verbeteringen dateren van begin 1900 en werden door de befaamde gitaarbouwer José Ramiréz, gerealiseerd. (Calvete model) De bandurria is vandaag nog steeds vrij populair in de volksmuziek, niet alleen in Spanje zelf maar ook op de Filippijnen en in sommige Latijns-Amerikaanse landen. De speelwijzen zoals ze in de volksmuziek gangbaar zijn, zijn wel enigszins anders dan de klassieke speeltechnieken  zoals  ze onderwezen worden in  de academies o.a. het Liceo de La Musica in Barcelona.

Er zijn twee gangbare stemmingen : van 6° snaar naar 1° 
sol#-do#-fa#-si-mi-la  of één toon lager
sol-si-mi-la-re-sol