Kort historisch overzichtToen Carolus Linnaeus in 1753 begon met het geven van twee namen aan iedere soort heeft hij gekeken naar verschijningsvormen. De eerste naam is voor het genus of geslacht. De tweede naam is voor de soort aanduiding. Vaak zegt die naam iets specifiek van de plant. Dat kan zijn een karakter trek, of gelijkend op iets anders of gevonden in een speciaal gebied. Niet alleen krijgt iedere plant twee namen, hij moet ook worden vergezeld van de naam van de persoon die hem heeft bedacht, tesamen met het jaartal waarin de naam in de wetenschappelijke literatuur voor het eerst is verschenen. In het geval van de geraniums (toen was er nog geen sprake van Erodium)
heeft hij de naam die al werd gebruikt overgenomen. Planten met een
vrucht die werd vergeleken met de bek van een kraanvogel werden
aangeduid als Geranium. In het Nederlands is het Ooievaarsbek geworden. Omdat het binomiale stelstel door Linnaeus is bedacht is zijn naam
gekoppeld aan veel planten die toen in zijn "Species Plantarum" en later in "Systema Naturae" zijn beschreven. In de tijd van Linnaeus was Latijn de taal van de wetenschap en vandaag de dag is het nog steeds voorgeschreven planten en dieren Latijnse namen te geven. De Geraniums die hij noemt in zijn Species Plantarum en Systema Naturae omvatten zowel Geranium als Pelargonium en Erodium. Pas in 1787 worden de soorten gesplitst op basis van sexuele kenmerken. Charles Louis L'Héritier de Brutelle heeft de genus namen Pelargonium en Erodium geïntroduceerd. Monsonia was al door Linnaeus bedacht. Begin 19e eeuw is er sprake van vier geslachten die tesamen de Geranium familie vormden. |
Laatst bijgewerkt: Tot nu toe beschreven soorten: |




