). Het was springtij en de wind blies NW, een gevaarlijke combinatie. Toen ik die namiddag, na een felle worsteling met de wind vanuit de Kunstenaarslaan de dijk opstapte, kon ik mijn ogen niet geloven. Nog nooit had ik het water zo dichtbij gezien. Er bleef misschien veertig meter strand over, en daar voorbij vulde een ziedende schuimmassa het beeld, zeker tweehonderd meter ver. Later, ter hoogte van de
dat ontdekte ik pas later, had José zich vanaf het Vissersdorp tot aan de oostelijke slufter gewaagd. De foto’s die hij van daar meebracht versterkten alleen maar het alarmerende beeld dat ik die namiddag had opgetekend. En dus staken we de koppen samen, later die week toen het schuim was verdwenen, en gingen op zoek naar wat er allemaal had gespeeld.
, de dijk ter plaatse van de rampe op ongeveer 8.50+TAW. Er bleef dus een theoretische marge van 1.83 m over tot de wandeldijk. Van de zeereepdijk bij de slufters kennen we het hoogtepeil niet, maar de foto´s van José laten duidelijk zien hoe het water gewoon over de dijk spoelt. Maar hier speelt nog een ander effect mee, en daar komen we verder op terug. Bevestiging van onze waarnemingen vonden we op de site van de BMM
waar op 10 februari voor De Panne een hoogwaterstand als resultante van getijde en wind van 4.70 m boven MSL
was voorspeld, of dus 6.90+TAW. Daar de storm uiteindelijk minder hevig uitpakte dan was voorspeld, is onze 6.67+TAW heel aanvaardbaar.
Voor een goed begrip van wat volgt moeten we toch even stilstaan bij het fenomeen golf. Wanneer onder invloed van de wind, vooral bij storm, het zeeniveau gaat stijgen, maar onder het niveau van de dijken blijft, is daarmee voor de kust de kous niet af. De golven die boven dat zeeniveau uitstijgen vormen het echte gevaar, afhankelijk van hoe de kust is toegerust om die golven op te vangen. De deining die ontstaat onder invloed van wind die boven de zee blaast, bestaat uit oscillerende golven. Deze golven worden gekenmerkt
[4] door een hoogte, een lengte en een snelheid. Hierbij verplaatsen zich enkel de golftoppen, niet het water zelf.
Wanneer deze golftoppen onze zachtglooiende kust bereiken dalen golflengte en -snelheid, en wordt de golf dus
[5] hoger, en hoger, tot het golfdal de grond raakt waardoor de hele golf voorover stort. Dit is het breken van de golf. Hierbij wordt de snelheid van de golftop op het water overgedragen, en ontstaat een horizontale stroming, landwaarts gericht onmiddellijk na het breken, en teruglopend nadat de golf zijn verste uitlooppunt heeft bereikt. Hierbij wordt in de eerste fase zand opgewoeld, dat in de tweede fase mee naar zee wordt gesleurd. De ontzanding van de kust wordt dus op gang gebracht door de stroming die na het breken van de golven ontstaat.
De brekende golf klimt boven het zeeniveau uit, in een mate
[6] die afhankelijk is van de bodemhelling, de aard van de bodem en uiteraard de golfhoogte zelf. Bij de golfhoogten van ruim 1 m die we op 10 februari konden waarnemen is het dan ook logisch dat de uitlopende golven vlot over de Westhoek dijk gingen. Op het strand, waar het zand, zeker als het droog en mul is, sterk remmend optreedt, lopen de golven minder ver uit, maar sleurt de teruglopende golf evengoed zandkorrels mee naar zee.
De getijstromen
Een tweede gegeven dat een belangrijke rol speelt in deze materie zijn de getijstromen, die de verplaatsing van gigantische watermassa's van en naar het strand regelen. De ebstroom loopt van noord naar zuid, de vloedstroom in omgekeerde richting. Als gevolg hiervan is het 20 minuten vroeger hoogwater in De Panne dan in Oostende, en is de stand van het hoogwater ook 30 à 40 cm hoger dan in Oostende. Dit betekent dat ook bij storm een hogere waterstand mag verwacht worden voor het strand van De Panne.
Naast de waterverplaatsing is er ook de verplaatsing van het zand dat bij kustafslag in het water terechtkomt, de zanddrift. Dit zand wordt door de noord-zuid ebstroom van het strand naar zee gebracht, en door de vloedstroom langsheen de kust naar het noorden vervoerd. Onder invloed van wind, de locatie en oriëntatie van zandbanken en andere factoren wordt een deel van dit zand terug op het strand afgezet, klaar voor verder transport landinwaarts door de wind. Sommige strandzones vertonen een positieve zandbalans, waarbij het zand dat - vooral bij storm - verloren gaat, met een rentetoeslag wordt teruggebracht door de vloedstroom. Dit is het geval voor De Panne, Oostduinkerke, De Haan en de Zwinmonding. In deze zones werden daarom nooit strandhoofden
[7] gebouwd.
Het is dan ook ongehoord dat net in De Panne de zeereepduin aan de Westhoek destijds, in de zeventiger jaren van vorige eeuw met een dijklichaam werd bekleed. Deze historische vergissing is ondertussen algemeen als dusdanig erkend. Meer nog, de kruin van deze dijk is te laag, zodat regelmatig bij zware storm – ook weer op 10 februari laatstleden – zware schade ontstaat door het overgeslagen water dat het dijklichaam langs achter onderuit haalt. Met zware herstelkosten tot gevolg. Indien hier geen dijk zou hebben gelegen, zou het afgekalfde duin binnen het jaar weer zijn hersteld door het zand dat hier vanuit zee wordt neergezet ... zoals bij de slufters die de afgelopen jaren herhaaldelijk zijn aangezand, nadat het winterse stormseizoen voorbij was.
Overheid: zeeweringsbeleid
Het is duidelijk dat onze waarnemingen vragen over de veiligheid oproepen. Dus is een logische volgende stap in dit verhaal na te gaan hoe ver ondertussen de Afdeling Kust van de MDK
[8] met deze materie gevorderd is. Toevallig was er voor enkele maanden in Oostende een studiedag gewijd aan de mogelijke gevolgen van de klimaatwijziging voor de kustveiligheid, CLIMAR
[9]. De Afdeling Kust die aan een nieuw kustveiligheidsplan werkt, het Masterplan 2050, onderzocht er samen met een reeks specialisten in dit domein de stand van zaken. De teksten kunnen worden geraadpleegd, dus zal ik me hier beperken tot enkele relevante gegevens. Bedoeling is dat dit Masterplan vanaf 2010 in uitvoering gaat:
1. De scenario’s : in de huidige situatie wordt er van uitgegaan dat de ergst denkbare storm
[10] het zeeniveau naar 8.00+TAW zou opstuwen. Ten gevolge van de opwarming van de aarde zijn er diverse scenario's voor het jaar 2100. Het matig scenario voorspelt een temperatuurs stijging van 2°C en een stijging van de windsnelheid met 2%. Dit zou het water kunnen opstuwen naar 8,80+TAW. Bij het worst case scenario: 4°C en een windsnelheidstoename met 8% zou het peil op 10,40+TAW brengen.
2. De staat van de zeeweringen: De Panne moet de huidige superstorm aankunnen, dank zij zijn brede strand enerzijds en de brede duinengordel achter de slufters anderzijds. Bij de verhoogde scenario’s ingevolge de klimaatwijziging zijn vanaf het matig scenario op twee plaatsen verdere maatregelen nodig, namelijk ter hoogte van de Pannevissers loodsen, en in de omgeving van de oostelijke slufter. Laten dit nu net de twee zones zijn die wij op 10 februari in de gaten hielden. Zie ook de kaartjes van het Waterbouwkundig Laboratorium hieromtrent op het einde van de tekst.
3. Zeeweringsbeleid gebaseerd op:
- opstellen decreet zeewering
- veiligheidslijn, te allen prijze te behouden; voor De Panne loopt deze
lijn rond de Houtsaegerduinen, over de wandeldijk(en) en rond de
slufters
- veiligheidsnorm: storm met retourperiode van 1.000 jaar
- veiligheidstoets in situ om de vijf jaar
- jaarbudget zeeweringen € 20M, actuele waarde.