![]() Een kasteel is eigenlijk een huis dat versterkt was, dat wil zeggen een huis dat verdedigd en beschermd kon worden tegen eventuele aanvallen van buiten af, Met andere woorden een versterkt huis. De bewoners waren meestal edellieden, zoals bijvoorbeeld, Ridders, Hertogen, Keizers, Koningen en Kerkleiders. Het kasteel was vaak het teken van rangen en standen en had een bepaalde status. De lieden lieten het graag zien, hoe groter het kasteel hoe groter hun macht. In het kasteel woonden ook het personeel, zoals o.a. Keuken personeel, Stalknechten, een leger en bedienden. De eerste kastelen. De eerste kastelen zijn ontstaan in de 9e eeuw en bestonden uit aarde wallen met daarom heen een gracht. Later werden deze wallen versterkt met houten palen. Deze bouwsels werden Motte kastelen genoemd. Later werden er binnen de aarde wallen houten torens gebouwd die een betere bescherming boden. In de 10e eeuw ontstonden er steeds meer van deze motte kastelen waarbij er ook een voorburcht werd gebouwd om het eigenlijke motte kasteel beter te kunnen beschermen en te verdedigen. Ook de voorburcht werd beschermd door een gracht en een ringmuur door houten palen, deze muren werden palissaden genoemd. In deze muur werd een poort gebouwd met daarvoor een ophaalbrug die men kon ophalen bij dreigend gevaar. Binnen de voorburcht was plaats voor het bouwen van houten stallen en werkplaatsen, ook werd er vaak een waterput geslagen. De eerste stenen kastelen. In de tweede helft van de 10e eeuw ontstonden de eerste stenen kastelen, dit was meestal een vierkante toren met twee en later meer verdiepingen en waren vaak door een brede gracht omgeven. Deze torens werden donjon of woontoren genoemd. Veelal was het een kelder verdieping met daar boven het woongedeelte. Ook lag de toegang meestal op de verdieping en was alleen te betreden door middel van een houten ophaalbrug en houten trap. De trap kon bij dreigend gevaar binnen gehaald worden. De latere torens hadden vaak muren van wel 1.00 tot 1.50 meter dikte. Soms zelfs nog dikker. De uitbreiding van de kastelen. Vanaf de 12e eeuw werden deze woontorens uitgebreid met diverse bijgebouwen en omgeven door muren met meerdere torens, veelal op de hoeken om de omgeving beter in de gaten te kunnen houden. Nog later werden deze verder uitgebreid met steeds meer gebouwen zoals woonvertrekken, stallen, werkplaatsen, slaapvertrekken voor het leger en kapellen. Ook werden er voorburchten aangelegd soms met eigen omgrachting en poort gebouwen. Nog later werd het geheel ook nog eens omgracht. Over de grachten lagen ophaalbruggen die opgehaald konden worden bij onraad. In de poort gebouwen na de ophaalbrug hingen dikke ijzeren hekken, genaamd valhekken, met aan de onderzijde dikke stalen pinnen die neergelaten werden als laatste middel om de vijand tegen te houden. In de muren werden weergangen gebouwd van waaraf men de vijand kon beschieten. Ook werden er schietgaten in de muren aangelegd. De weergang op het poortgebouw had vaak gaten in de onderzijde, mezekou genoemd, waardoor men hete pek en andere middelen naar beneden gooide om de vijand te bestoken. Het einde van de kastelen. In de 15e eeuw komt er een eind aan de geschiedenis van de kastelen. Omdat het buskruit was uitgevonden en de bewapening steeds zwaarder werd waren de kastelen niet meer opgewassen tegen de beschietingen en raakte zo hun verdedigbare functie kwijt. In de loop der eeuwen werden ook de lasten steeds zwaarder om het kasteel te onderhouden, zodoende werden er veel kastelen afgebroken.Vanaf ongeveer de 17e eeuw kreeg ook de functie van wonen meer aandacht en de vraag naar Luxe nam toe. Dit is voor heel veel kastelen de redding geweest, veel kastelen werden er in deze tijd omgebouwd en verbouwd voor luxe bewoning en daar waar kastelen werden afgebroken werden landgoederen en buitenplaatsen aangelegd en gebouwd. In de 19e en 20e eeuw kreeg men weer meer aandacht voor kastelen en de historische achtergrond ervan en werden er kastelen die al lang in verval waren geraakt gerestaureerd waarna ze een nieuwe functie kregen zoals bijvoorbeeld een museum. De ruïnes die er nog stonden werden opgeknapt en zijn nu nog steeds, samen met veel kastelen te bezichtigen. Ook vandaag de dag worden er nog steeds kastelen gerestaureerd. Enkele kastelen worden nog steeds bewoond, zelfs nog door het nageslacht van de vroegere bewoners. Op deze wijze hebben veel kastelen een nieuw bestaan gekregen en blijft de herinnering aan vroeger bestaan. |
