|
RELAAS ZITTINGEN
MEI 2006
05 mei 2006
José Ramón Aranguren, vice-president van de uitgeversmaatschappij Orain, is één van de beklaagden in het macroproces 18/98. Hij kreeg een zware hartaanval en moest twee heelkundige ingrepen ondergaan. 08 mei 2006
Bij aanvang van de zitting lieten alle beklaagden weten dat er een grens is aan hun geduld. Zij hadden hun vrienden Jokin Gorostidi (overleden) en José Ramón Aranguren (in kritieke toestand) in hun gedachten. Zij klaagden de respectloosheid van het Hof aan en brachten de zaken Iñigo Elkoro, Mikel Egibar en David Soto in herinnering, er aan toevoegend dat de directe oorzaak voor hun conditie, de omstandigheden waren waaronder dit proces plaatsvindt. 09 mei 2006
Vandaag verscheen een getuige met naam in de getuigenbank: José Luis Álvarez Santacristina, alias “Txelis”, hoofd van het politieke apparaat van ETA tot zijn arrestatie in 1992. Ook hij verwierp de thesis dat ETA andere organisaties, hetzij Kas, hetzij Ekin, hetzij om het even welke organisatie, voor eigen doelstellingen gebruikte er aan toevoegend dat die thesis absurd was. Verbazing alom toen op het einde van de zitting Angela Murillo de partijen opvorderde voor 17 mei, wat niet voorzien was in de reeds opgestelde kalender door het Hof. De OA had zonder medeweten van de verdediging de Policía Nacional, de Guardia Civil en de Ertzaintza voor die dag opgeroepen. De verdediger, José María Elosua, diende bezwaar in en het Hof moest uiteindelijk bijdraaien. De al afgesproken datum van 10 mei komt eerst aan bod en dan 17 mei. 10 mei 2006
Vandaag werden verscheidene getuigenissen afgelegd, waaronder ook die van de Policía Nacional, de Guardia Civil en de Ertzaintza. Zoals stilaan een nefaste gewoonte wordt, werd ook vandaag door het Hof een onregelmatige beslissing genomen. Een Ertzaina, die opgeroepen was omdat hij de auteur was van een politierapport, ontkende ooit dergelijk rapport geschreven te hebben. Nochtans ging de aanklager gewoon door met de man over het rapport te ondervragen. De Ertzaina kon zijn ogen niet geloven en vertelde dat hij dit nog nooit had meegemaakt. Verdediger Kepa Landa tekende protest aan, omdat een getuige, vreemd aan het proces en door geen enkele partij opgevorderd, zo maar vragen kwam beantwoorden waarvan hij de draagwijdte niet kon inschatten. De voorzitster, Angela Murillo, oordeelde om onverstoord verder te procederen. Toen de OA de vraag stelde of de betrokkene ooit dat rapport gezien had en het antwoord negatief was, besloot de OA geen verdere vragen meer te stellen. Een andere Ertzaina die opgeroepen was, hoofd van de Centrale Inlichtingendienst Jon Iturregi, kwam zelfs niet opdagen en zal dus later verhoord worden. Nadien kwam een Guardia Civil, belast met de ondervraging van de gemartelde Josu Arkauz, aan de beurt. Hij ontkende natuurlijk de gruwelijke feiten. Hierop las de verdediger van Arkauz een zin voor uit de "bekentenis", en verwees naar het taalgebruik dat zijn cliënt nooit zou gebruiken. De Guardia hield voet bij stuk. 17 mei 2006
Nieuwe getuigen werden voor vandaag opgeroepen : de Baskisch gevangene Carlos Almorza, Marga Izaga, een arbeider bij de krant Gara, Iñaki Herrán en Eugenio Etxebeste, alias “Antton”. Deze laatste gaf een gedetailleerde uitleg over zijn ervaringen bij ETA vanaf zijn toetrede in 1972 tot nu. De idee van een ‘splitting-theorie’ (volgens de OA waren er in ETA leden die ook actief waren in andere organisaties: gesplitste activiteiten dus) werd door Antton afgedaan als absurd, omdat dit bij de gewapende organisatie een schisma zou teweegbrengen. Hij benadrukte de totale autonomie en onafhankelijkheid van ETA. 18 mei 2006
Volgens Sabin del Bado en Txaro Buñuel, de volgende getuigen, was de beslissing om een ambassade in Brussel te openen alleen ingegeven door het feit dat zij gedelegeerden hadden in het Europees Parlement, en om de relaties (steun zoeken voor een oplossing van het conflict) te vergemakkelijken. Alhoewel deze ambassade voor iedere Bask vrij toegankelijk was, komt die beslissing absoluut niet van ETA. 23 mei 2006
Vandaag werden verscheidene getuigen onderworpen aan een kruisverhoor: onder andere Jose Mari Esparza, uitgever van Txalaparta, en Félix Irazusta, attaché van de onderneming die het tijdschrift “Argia” publiceert. Een bericht dat in 1993 in “El Mundo” verscheen, meldde dat beide ondernemingen deel uitmaakten van het netwerk dat KAS en de politieke partij Herri Batasuna financierde. Deze informatie was gebaseerd op een document dat “vermoedelijk” in beslag genomen werd bij ETA, en “Project Udaletxe” genoemd werd. Zowel Esparza als Trazusta deden haarfijn het functioneren van beide ondernemingen uit de doeken en ontkenden dat ze nooit onderworpen geweest waren aan externe of vreemde directieven. Ze wezen er ook op dat beide ondernemingen al doe jaren in geen enkel proces betrokken waren geweest. 24 mei 2006
Fundamentele bewijsstukken waren dus verdwenen. Daarbij rijst de vraag of ze wel bestonden. De inhoud ervan is anders niet mis: balansen, memo’s, bijvoegsels en documenten die waardevolle gegevens bevatten over de boekhouding en de werkomstandigheden in de periode 1998, 1999 en 2000. Het zijn 200 onmisbare documenten, waarop de OA nu net zijn beschuldigingen ten aanzien van de beklaagden in de zaak Egin baseert. Het zijn net die documenten waarvoor de verdediging verscheidene getuigen ten ontlaste had opgeroepen. Zonder deze documenten kan en mag het proces niet verder gezet worden. Om de fundamentele rechten van de verdediging niet in het gedrang te brengen en de garanties op een eerlijk proces te vrijwaren, werd net als in januari de Raad van Baskische Advocatuur ingelicht. De verdediging vroeg dan ook het resultaat van die tussenkomst af te wachten. Toen Murillo geen aanstalten maakte om dat te doen, onderstreepte de verdediger, José Mari Elosua, die ernstige gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien. Uiteindelijk werd een half uur reces toegestaan, tijdens welke de Raad had laten weten dat zij met de verdediging wilde praten, om de toestand beter te kunnen inschatten. Hun oordeel zal vrijdag, zowel aan de verdediging, als aan het Hof kenbaar gemaakt worden. Alsof er niets gebeurd was, gaf Murillo de opdracht de kruisverhoren van Antonio López verder te zetten. De verdediging weigerde en kondigde aan dit wel te zullen doen na de afspraak met de Raad. Daarop werd de zitting geschorst tot maandag, 29 mei 2006. 29 mei 2006
De Spaanse politieagent, die de verklaring van Edorta Jiménez notuleerde, en die al een paar dagen voordien was opgeroepen, had ook voor vandaag zijn kat gezonden. Openbaar Aanklager (OA) Molina schrapte hem dan maar gewoon van de rol. Bij de werkelijk aanvang van de zitting informeerde de griffier dat de 200 documenten, die betrekking hebben op de boekhouding en de werkomstandigheden bij Egin, nog altijd niet terecht waren en dat vanuit het Vijfde Hof geen antwoord gekomen was (net voor de zitting werd dan toch een brief ontvangen met de melding dat er geen documenten meer waren). Daarop vroeg de verdediger José Mari Elosua, bijgetreden door alle anderen, om die documenten als niet bestaande te verklaren. Er werd hevig geredetwist hierover, omdat de volgende getuigen net op basis van die documenten zullen ondervraagd worden. Subpagina's (16): 01. Zittingsdagen in november 2005 02. Zittingsdagen in december 2005 03. Zittingsdagen in januari 200604. Zittingsdagen in februari 2006 05. Zittingsdagen in maart 2006 06. Zittingsdagen in april 2006 07. Zittingsdagen in mei 2006 08. Zittingsdagen in juni 2006 09. Zittingsdagen in juli 2006 10. Zittingsdagen in september 2006 11. Zittingsdagen in oktober 2006 12. Zittingsdagen in november 2006 13. Zittingsdagen in december 2006 14. Zittingsdagen in januari 200715. Zittingsdagen in februari 2007 16. Zittingsdagen in maart 2007 |