|
RELAAS ZITTINGEN 07 februari 2005 Het Hof is samengesteld uit de magistraten Fernando Bermudez, Carlos Ollero en Alfonso Guevara, die als president fungeert. Enrique Molina is Openbaar Aanklager en de burgerlijke partij AVT-Asociación de Víctimas del Terrorismo wordt door Pedro Cerracín vertegenwoordigd. De verdediging van de beklaagden bestaat uit Iñigo Iruin, Jone Goirizelaia, Arantxa Zulueta, Aitor Ibero, Iker Urbina en Endika Zulueta. 11 februari 2005 Bij het hervatten van het proces klaagt de verdediging erover dat alle bezwaren geopperd bij de vorige zitting, nog niet werden opgelost. Bovendien wrijft de verdediging de magistraten van de 4de Strafkamer van de Audiencia Nacional ambtsovertreding aan. Dit wordt gemotiveerd door de inhoud van de tot nu toe gekende besluiten: verwerping van de verzoeken om eindelijk met echte bewijzen voor de dag te komen, de snelheid waarmee het proces gestart werd om te verhinderen dat de beklaagde zouden vrijkomen na een maximale preventieve hechtenis van 4 jaar, die binnen een paar dagen een feit zou geweest zijn, en de schending van fundamentele en burgerlijke rechten. 14 februari 2005 Vandaag werden de verklaringen van Olatz Dañobeitia en Ugaitz Elizaran verdergezet die gisteren verklaard hadden hoe de werking van de jongerenorganisaties er uit zag, respectievelijk als woordvoerder van Jarrai en de tweede als schatbewaarder van Haika. Zij onderstreepten elke verband met ETA, zowel op structureel vlak als op economisch-financieel vlak als een fabeltje. De beslissingen namen zij zelf en ETA had met die beslissingen geen enkele uitstaans. Zij bevestigden dat zij zich toelegden op de rechten van de jongeren, en dat hun activiteiten in alle openbaarheid plaatsvonden: conferenties, debatten, concerten, manifestaties, ontmoetingen persconferenties. Aan de basis van hun functioneren, lag altijd de lokale organisatie. 15 februari 2005 De rechtzitting van vandaag startte met de verklaringen van Gorka Urbiola, Aitziber Perez en Amaia Maestre. De drie jongeren ontkenden elke band met ETA, noch met Jarrai, Haika of Segi en verklaarden dat ze enkel hadden deelgenomen aan antimilitaristische manifestatie, aan betogingen tegen de onzekerheden van de Baskische jeugd en voor het feminisme. De Comisión Permanente del Consejo General del Poder Judicial Español, de permanente commissie van de algemene Raad van de Rechterlijke Macht, bekritiseerde de Baskische regering omdat zij een waarnemer hadden gestuurd tijdens het proces. (Waarom die verontwaardiging? Zijn er zaken die het daglicht niet mogen zien?) De commissie voerde aan dat processen in Spanje openbaar waren en dat het dus niet nodig was een waarnemer te sturen (vreemde logica). Zij orakelden verder dat de Rechterlijke Macht onafhankelijk is en het dus laakbaar is dat er zou gecontroleerd worden. “Spanje heeft één van de meest geavanceerde systemen die alle rechten garanderen”, besloten zij. (Waarom wordt er dan getwijfeld aan dat systeem, ook door internationale organisaties? Hoe komt het dat ontelbare feiten kunnen aangehaald worden die het systeem zonder moeite onderuit halen?) 17 februari 2005 De grondtoon van vandaag was opnieuw de verklaring van de jongeren in de zaak “Jarrai-Haika-Segi”. Igor Ortega, ex-woordvoerder van Jarrai en Haika, zette in een helder exposé de motieven (verouderde structuren) uiteen die geleid hebben naar de ontbinding van Jarrai, en de daaropvolgende oprichting van Haika, een organisme met “nationaal” karakter en een werking die de verschillende realiteiten van Euskal Herria in rekening bracht. Hij verduidelijkte dat het proces, een gevolg van de debatten van Amaiur (bijgewoond door 4.000 jongeren) een overweldigend succes kende. Van af dat ogenblik werden plaatsen bereikt die niet door Jarrai, noch door Gazteriak (de evenknie van Jarrai in Iparralde, Frans-Baskenland), werden aangedaan. De politionele operaties tegen Haika zijn een intimidatie en een weerwraak op het grote succes van die jongerenorganisatie. Igor Ortega onderstreepte de totale autonomie van de jongerenorganisatie, een autonomie die hij beschouwde als enig in Europa. “Wij zijn de waterdragers van ETA niet, en ook niet de jongeren van Batasuna. Soevereiniteit is naar mijn oordeel een absoluut goed.” “Het is schandalig dat ik mijn onschuld moet bewijzen. Er is hier geen enkel misdrijf in het spel. Het is een politiek proces”. Op die manier trok de jongere Patricio Jimbert, uit Gasteiz-Vitoria van leer. 18 februari 2005 Het verloop van deze zitting werd gekenmerkt door de poging van het Openbaar Ministerie en de burgerlijke partij om te laten uitschijnen dat Jarrai, Haika en Segi dezelfde organisatie is. Dat de beklaagden elkaar kenden en dat zij gezamenlijk diverse activiteiten hebben georganiseerd. Unai Gonzalez, Arkaitz Martinez de Albeniz, Xabier Gojenola, Asier Iñigo, Dabid Lizarralde en Asier Otxoa verklaarden dat bij geen enkele actie ook maar enig misdrijf aan de basis lag, en dat het nu wel heel duidelijk werd dat dit proces er enkel gekomen is om de Baskische jeugd te criminaliseren. Alleen Lizarralde verklaarde lid te zijn van Segi, maar onderstreepte de onafhankelijke natuur ervan ten aanzien van de andere organisaties, zowel op het politieke als op financiële vlak. 21 februari 2005 Na de verklaring van de laatste beklaagde, Markel Ormazabal, die elke relatie met Jarrai, Haika of Segi ontkende, was het de beurt aan de getuigen voorgedragen door het openbaar Ministerie. Juan Joxe Petrikorena, lid van Batasuna, verklaarde dat er geen enkele band bestond tussen de militanten van Jarrai, Haika en Segi, en verwierp de verdachtmakingen dat Batasuna zou meegewerkt hebben aan om het even welke sabotage van straatprotest. 23 februari 2005 Openbaar Aanklager Enrique Molina wil absoluut hiërarchische banden aantonen tussen ETA en Jarrai, en roept daarom Jon Salaberria op als getuige. De Baskische parlementair en ex-militant van Jarrai verkaart dat als Jarrai zich door één iets karakteriseert, het wel degelijk het nemen van eigen beslissingen is. Nooit heeft hij kennis kunnen nemen van enige richtlijn opgedrongen door KAS. De verwoede pogingen om een structurele afhankelijkheid aan te tonen, berusten op een vergissing, een foute inschatting of zelfs een moedwillige lastercampagne. KAS is uit de context van het “Proces van Burgos” ontstaan, en verkondigde een democratisch minimumprogramma gebaseerd op het recht van de Basken om te beslissen. Hij verdedigde uitgebreid die minimumeisen. Jarrai onderschreef die eisen, maar op basis van gelijke, niet als ondergeschikte. De Openbare Aanklager ondervroeg hem over de omstandigheden van zijn arrestatie door de Guardia Civil in 1995, beschuldigd als communicatieverantwoordelijke van Jarrai en coördinator (in opdracht van KAS? ETA?) van straatprotest in Gipuzkoa, waardoor Enrique Molina liet doorschemeren dat dit een voldoende bewijs was voor connectie. Salaberria antwoordde hierop gevat dat die stelling gearchiveerd werd en dat de beschuldiging, een zelfbeschuldiging was, afgelegd onder zware foltering. Hij beëindigde met te stellen dat op basis van de zogezegde bewijzen en beschuldigingen tegen de 42 beklaagden, hij zich ook tussen hen had moeten bevinden. Hij leek hem vrij contradictorisch om banden te leggen met ETA, louter op basis van het lidmaatschap van één van de drie organisaties. 24 februari 2005 Vandaag werd verder gegaan met de getuigenissen opgeroepen door het Openbaar Ministerie: Inma Berriozabal en Joseba Kamio. Laatstgenoemde, Kamio, sinds 10 jaar verantwoordelijke voor de pers van Jarrai, herhaalde de bezwaren van vorige getuigen in zake de vermoedelijke (door de magistraten opgedrongen) banden met externen (ETA en Kale Borroka). Hij herhaalde dat de jongerenorganisatie geen richtsnoeren, van geen enkel type, kreeg van “buitenstaanders”. “Jarrai beschikte over een complete autonomie en ik kan mij niet voorstellen dat anderen zouden zeggen wat wij moesten doen. Wij waakten over die autonomie met uiterste zorg, in zoverre dat dit afgunst opwekte bij anderen”. Kamio benadrukte ook dat hij nooit aanzette tot straatgeweld. 25 februari 2005 De bedoeling van het Openbaar Ministerie en van de burgerlijke partij (AVT) is door middel van getuigenissen de connectie tussen Jarrai-Haika-Segi met ETA aan te tonen, die tot stand zou gekomen zijn door bemiddeling van KAS. Josu Arkauz, Jose María Dorronsoro en Jose Luís Alvarez Santacristina “Txelis”, leden van ETA, opgesloten in diverse gevangenissen in Spanje komen vandaag aan beurt. De strategie om die banden aan te tonen, loopt niet van een leien dakje omdat alle voorgaande getuigenissen met klem elke Band hebben ontkend, en de aanklagers geen mogelijkheid zagen om hen klem te zetten. Alvarez Santacristina, opgeroepen als verantwoordelijke voor het politieke apparaat van ETA verklaarde: “Mijn taak bestond er in de opinie van alle politieke, sociale en culturele medespelers in Euskal Herria te kennen en te evalueren, door middel van alle mogelijke verspreidingsmechanismen: documenten, boeken, tijdschriften… Op basis van die kennis en die opinie werd de politieke en gewapende strategie uitgewerkt. Zo werden inlichtingen, over de eigen informatie van de jongerenorganisaties, ingewonnen. Net op dezelfde manier zoals van iedere andere organisatie.” De verdediger van de burgerlijke partij (AVT), Pedro Cerracín, probeerde de verklaring zo lang mogelijk te rekken, om toch maar een kleine hint te vinden voor een vermeende band. Na ettelijke en herhaalde ontkenningen, ontstond er een incident tussen de voorzitter van het Hof, Alfonso Guevara, en Pedro Cerracín. De misnoegde voorzitter riep uit: “Ofwel zwijg je nu, ofwel verlaat je de zaal”. 28 februari 2005 De verklaringen van José Luís Alvarez Santacristina “Txelis”, die op 25 februari door de incidenten werden onderbroken, konden vandaag worden afgehandeld. Er werd hem naar de oorsprong van bepaalde documenten gevraagd, vermoedelijk door de Guardia Civil op zijn pc gevonden op het moment van zijn arrestatie (Vermoedelijk? Zijn ze dan niet echt gevonden?). |