|
RELAAS ZITTINGEN 01 april 2005 Het getuigenverhoor op vraag van de verdediging begon met de historici Lorenzo Espinosa en Iñaki Egaña en met de Italiaanse schrijver Giovanni Giacopuzzi, auteur van de boeken: “ETA-pm: El otro camino” en “ETA: Historia politica de una lucha armada”. Zij hadden het over KAS. Na een historische analyse kwamen zij tot de sluitsom dat KAS conjunctureel en spontaan ontstaan is in een periode van climax van sociale bewegingen. Verscheidene partijen en organisme namen deel aan het overkoepelende orgaan. Zij weerlegden ook de neergelegde besluiten van de “deskundigen” van de Guardia Civil en van UCI: “Hun besluiten zijn het gevolg van een vooropgezette these. De gegevens en verklaringen die aangehaald werden, zijn in veel gevallen afgelegd onder foltering. Van de in beslag genomen “hypothetische” documenten weten we niet of ze echt of vals zijn. In ieder geval is aan wat zich afspeelde in die periode, een serieuze draai gegeven.” 04 april 2005 Historicus Iñaki Egaña en schrijver Giovanni Giacopuzzi, onderstreepten dat de Kale Borroka, het straatprotest, een fenomeen is met een spontaan karakter dat zich in de loop van de geschiedenis in Euskal Herria heeft ontwikkeld. Een spontaan protest van jongeren die opkomen voor hun rechten. 05 april 2005 De sociologen Jakue Paskual en Pedro Albite manifesteerden dat Jarrai, Haika en Segi wel contacten onderhielden met diverse Baskische organismen om de bepaalde kwesties aan te snijden, maar dat zij altijd hun autonomie bewaard hebben, zonder afhankelijk te zijn van anderen. 06 april 2005 De president van het Hof, Alfonso Guevara, zijn toevlucht nemende tot een vonnis van het Hooggerechtshof, opteerde ten gunste van de uitgeschreven transscripties van de telefoongesprekken en de vertalingen ervan, en niet tot het beluisteren ervan. De verdediging die dit bewijs (de transscripties) als betwistbaar had willen wraken, protesteerde tegen dit voornemen. Zij onderstreepten dat de transscripties niet identiek waren en misschien wel gemanipuleerd werden. Zij wilden de gesprekken integraal beluisteren. En zo gebeurde het ook. Er werden allerhande telefoongesprekken beluisterd die handelden over publieke activiteiten, voorbereiding van initiatieven, enz. 07 april 2005 Het beluisteren van de getapte telefoongesprekken moest vandaag nog worden verder gezet. Het Hof kwam te weten hoe concerten, festivals en andere jeugdmanifestaties werden georganiseerd, maar over de kern van de zaak, een misdrijf opsporen, was er geen enkele aanwijzing. Hoelang de “deskundigen” met dit banale feit bezig zijn geweest, werd niet vermeld. Alle moeite om opzettelijk verkeerd te vertalen, was voor niets geweest. 11 april 2005 In de besluiten bij zijn eindpleidooi hield de Openbare Aanklager, Enrique Molina, vast aan zijn aanklacht dat Jarrai, Haika en Segi organisatorische banden hebben met ETA. Hij trekt wal de aanklacht terug tegen Maider Alonso, Sonia Jacinto, Amaia Maestre, Gorka Urbiola en Unai Beaskoetxea, die al in voorlopige vrijheid werden gesteld. De andere 28 jongeren beschuldigt hij van “integratie in een gewapende organisatie” in de hoedanigheid van “leiders of verantwoordelijken”, waarvoor een celstraf van 10 jaar geëist wordt. Hij beschouwt de jongerenorganisatie als “medewerker aan subversie tegen de Constitutie en verstoring van de openbare orde, opgelegd door ETA”. In de rangen van ETA is het de belangrijkste groep met implicaties in de Kale Borroka, volgens zijn opinie. 18 april 2005 De twee zittingen van vandag zijn volledig gewijd aan de besluiten van het OM, Enrique Molina. Hij argumenteerde een laatste maal zijn stelling “verbonden met ETA” en de beklaagden zijn schuldig omdat ze behoren tot die organisatie. Om dat te bewijzen haalt hij de stelling van Baltasar Garzón aan: “De theorie van de dubbelmandaten (desdoblamiento). Een structuur (onder de hoede van ETA) die belast werd met het “dynamiseren” van jongeren en die tezelfdertijd de gewapende organisatie voorziet van nieuwe kaders. Hij haalt (niet bewezen) elementen aan, zoals het feit dat Jarrai en ETA deel uitmaakt van KAS, die via politieke commissarissen strategieën doorsluist naar deze organisaties. Hij haalt de complementaire strijd van de Kale Borroka aan als strategie om de druk op de ketel te houden. Hij draait de stelling van de verdediging, dat alles in het openbaar gebeurde, door te stellen dat dit feit (openbaar) de onwettigheid moest verdoezelen. Niet zomaar onwettige activiteiten, maar een uitgesproken voorkeur die de doelstellingen van ETA volledig onderschrijft. Wij hebben wel geen wapens gevonden, maar dat is een geen klassiek concept. Het komt er op neer dat de dezelfde doelstellingen verdedigen als ETA, voldoende is om ook tot lid te worden gebombardeerd van ETA. 19 april 2005 Eenmaal de voornaamste argumenten van zijn betoog te hebben toegelicht, en te hebben opgemerkt dat er geen wraking van de “deskundigen” (die zijn argumentatie hebben bijtreden en volgens hem geen belang hadden bij dit proces), gebeurd was, wilde de Openbare Aanklager de feiten individualiseren door elk van de 28 jongeren afzonderlijk te beschuldigen van “betrokkenheid bij een gewapende organisatie”. Hij herinnerde opnieuw aan het gebrek van bewijzen voor de 5 vrijgelaten jongeren, maar verzekerde over voldoende basis te beschikken om de rest wel verantwoordelijk te stellen. Hij overliep een voor een de beklaagden, vooral de aandacht toespitsend op de telefoongesprekken, waarbij hij vaststelde dat de betrokkenen bijna altijd dezelfde personen waren. Zij waren dus volgens hem de verantwoordelijken voor de jongerenorganisaties (die zouden samengewerkt hebben met ETA). 20 april 2005 De verdediging van de beklaagden, die nu hun pleidooi mochten houden, wezen in de eerste plaats op het politieke en mediatieke karakter van dit proces. Zij overliepen de voorbije weken en moesten vaststellen dat er een enorm gebrek aan bewijslast was, en vroegen dan ook de vrijspraak. De verdediger Arantza Zulueta onderstreepte dat de eigen “deskundigen” van de Guardia Civil openlijk hun idee-fixe hadden blootgelegd: “De Guardia Civil is ervan overtuigd dat ze allemaal van ETA zijn, maar het heeft hen vele jaren gekost om politici en magistraten ervan te overtuigen. Om hun idee-fixe kracht bij te zetten, hadden zij nood aan een magistraat die hun stelling juridisch kon voorbereiden. Zij hadden nood aan politici die hen uit de schaduw zouden zetten.” Maar Zulueta onderstreepte dat er een derde poot ontbrak: het tribunaal. Hij vervolgde: “Nu wil men een historisch vonnis, een onterechte uitbreiding van het concept “terrorisme”. Het is de taak van een tribunaal om wetten te laten toepassen en niet om politieke en sociale realiteit van Euskal Herria te berechten.” 21 april 2005 Iñigo Iruin wees in zijn pleidooi op bijzonder geringe kwalitatieve bewijslast dat de Openbare Aanklager had voorgelegd, op de ongeldigheid van de telefoontaps en op de onwettigheid van de vervolging. Hij wees er ook op dat de aanklager al een incident van wraking naast zich had neergelegd: de “deskundigen” namen actief deel aan het afwikkelen van het vooronderzoek, zij kwamen tussen als instructeur, zij verzochten zelf om de aanhouding van een groot deel van de beklaagden en duidden zelf aan welke documenten er moesten in beslag genomen worden. Eén van de “deskundigen” had zelfs verklaard dat hij niet alleen had deelgenomen, maar dat hij ook de chef was van de “sección MLNV” van de UCI (inlichtingendienst). Dat feit alleen al had schadelijke gevolgen voor de objectieve onpartijdigheid die de “deskundigen” moesten aan de dag leggen. Om in telefoongesprekken tussen te komen (telefoontaps), moet er een strikte procedure gevolgd worden. Nooit werd die procedure gevolgd en de officiële rechtsstukken die dit moesten autoriseren, werden nooit aangevraagd. In afwezigheid van die documenten moet de nietigheid van die bewijslast worden overwogen, want ze hebben geen enkele rechtsgrond. Bovendien is dit een schending van het recht op privacy en dat is een kwestie van constitutionele wettelijkheid. Er bestaan immers geen documenten met die volmacht. 22 april 2005 Iñigo Iruin vervolgde met te stellen dat de magistraten er zijn om de waarheid te achterhalen en niet om vijand te zijn van de verdachten. Er kan trouwens geen einde gesteld worden aan socio-politieke fenomenen door middel van repressieve wetgeving. Iñigo Iruin toonde zich bezorgd om het feit dat de voorzitter van Hof, Alfonso Guevara, tijdens zijn inleiding had laten weten dat zijn taak er in bestond “de juridische strijd tegen ETA aan te gaan’. Iñigo Iruin richtte zich tot de magistraten en liet opmerken dat zij er niet waren om te strijden, maar om gerechtigheid te spreken. De Staat heeft andere departementen om strijd te voeren. 25 april 2005 De verdediging heeft dus vrijspraak gevraagd omdat niets ten laste van geen enkele van de verdachten kon worden aangetoond. Met betrekking tot de telefoontaps onderstreepte de verdediger Iker Urbina de gebrekkige realisatie ervan en dus de onbruikbaarheid ervan, niet alleen wat betreft de verkregen informatie, maar ook het latere gebruik ervan, zoals huiszoekingen en inbeslagnames. De gesprekken hadden trouwens geen enkel “misdadig” element opgeleverd. Hij herinnerde er aan dat de Openbare Aanklager die gesprekken voorwendde om de band aan te tonen tussen de jongerenorganisaties en ETA, terwijl er niets anders dan organisatorische aspecten werden vermeld. 27 april 2005 De verdedigster Arantza Zulueta vroeg in haar pleidooi ook de vrijspraak en de invrijheidstelling van wie nog gevangen zat. Toen volgde een onverhoopte uitspraak. Het tribunaal besliste iedereen voorlopig vrij te laten tot na het definitieve vonnis. Het vonnis Het Hof velde op 20 juni 2005 het definitieve vonnis: de jongerenorganisaties Jarrai, Haika en Segi werden illegaal verklaard. Het vonnis vermeldde verder dat de organisaties “geen terroristische organisaties” waren, zelfs al hebben zij dezelfde doeleinden als ETA, omdat zij er nooit op betrapt werden wapens op het gebruik van wapens. In beroep Op 21 oktober 2006 gaan zowel het Openbaar Ministerie, de advocaten van de Jarrai-Haika-SEGI, als de aan de PP-gelieerde vereniging ‘Slachtoffers van het Terrorisme’ in beroep tegen de uitspraak van de Audiencia Nacional, waarin de 3 jongerenorganisaties en hun leden als ‘niet-terroristisch’ werden bevonden. Het OM denkt dat de rechtbank zich ‘vergiste’ door een te ‘beperkte definitie van terrorisme te hanteren’, de verdediging van de Baskische jongeren claimt dat er ‘geen enkel bewijs is voor de veroordelingen’. In november 2006 wordt dan, op aandringen van de aan de ultrarechtse Partido Popular gelieerde ‘Vereniging van Slachtoffers van het Terrorisme’ (AVT) het proces tegen SEGI heropend. Het Spaanse ministerie van justitie was niet tevreden met de uitkomst van eerdere processen, waarin SEGI niet als terroristische organisatie en onderdeel van ETA werd weggezet. De aangeklaagden kregen toen 4 jaar gevangenisstraf en moesten direct worden vrijgelaten, omdat ze al 4 jaar in voorarrest zaten. Nu zouden ze tot elf jaar gevangenisstraf moeten worden veroordeeld, aldus het ministerie vandaag voor het Spaanse Hooggerechtshof. Het Spaanse Hooggerechtshof beslist Op 19 januari 2007 behandelde het Spaanse Hooggerechtshof het beroep van de ‘Vereniging Slachtoffers van het terrorisme’ (AVT) in de zaak tegen de Baskische jongerenorganisaties Jarrai, Haika en SEGI, die in juni 2005 weliswaar als ‘onwettige’ organisaties werden bestempeld, maar niet als ‘terroristisch’. Nu krijgt de AVT haar zin en worden de 3 organisaties als ‘behorend tot een terroristische bende, organisatie of groep’ definitief veroordeelt. Direct worden tegen 23 jongeren opsporingsbevelen uitgevaardigd omdat ze nu tot 6 jaar gevangenisstraf kunnen worden veroordeeld. In de dagen na het vonnis worden Igor Ortega, Amaia Arrieta, Olatz Carro en Iker Frade opgepakt. Ook is er een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd. Ook is er een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd tegen leden van SEGI. Einde
|