|
Interview met meester Paul Bekaert
Gelezen in de scriptie: “Het I.R.A.: Vrijheidsstrijders of Terroristen?”, Paul Bekaert is advocaat en werkt tevens voor de Liga van de Mensenrechten. Hij is bijzonder goed vertrouwd met de problematiek rond bewegingen zoals het IRA en ETA.
Alleen vijanden worden terroristen genoemd Vraag 13. Hoe definieert u “terrorisme” op basis van uw praktische ervaring en op basis van het voorgaande? “Terrorisme is een term waarvan ik helemaal niet hou. Zoals je weet, zijn de terroristen van gisteren de presidenten van vandaag (Mandela, Arafat). Ik zou veeleer spreken van “politiek geweld” om politieke doelstellingen te bereiken. Je kunt dan zeggen dat dit ondemocratisch is, wel dan zij het zo. Dat is dan omdat men het op een democratische manier nooit zou halen in het Noord-Ierse of Spaanse systeem. Ik zou dus de term terrorisme zo weinig mogelijk gebruiken, maar wel de term “politiek geweld”. Hierover kan je dan een politiek en/of moreel oordeel uitspreken, maar dan moet je wel consequent zijn. Dezelfde mensen die het politieke geweld veroordelen van een bevrijdingsbeweging, gaan dan politiek geweld van staten wel goedkeuren. Het is niet eenvoudig, hoor.” Definities van terrorisme Er zijn veel definities in omloop die terrorisme vanuit verschillende perspectieven belichten.
Europees aanhoudings- en uitleveringsbesluit Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten [Publicatieblad L 190 van 18.07.2002].
SamenvattingDe Europese Raad van Tampere heeft de lidstaten verzocht van het beginsel van de wederzijdse erkenning de "hoeksteen" van een werkelijke Europese justitiële ruimte te maken. Het door de Commissie voorgesteld Europees aanhoudingsbevel moet het huidige stelsel van uitlevering vervangen en legt de nationale rechterlijke autoriteiten (uitvoerende rechterlijke autoriteiten) de verplichting op het door de rechterlijke autoriteit (uitvaardigende rechterlijke autoriteit) van een andere lidstaat gerichte verzoek tot overlevering van een persoon ipso facto en op grond van minimale controles te erkennen. Per 1 januari 2004 komt het kaderbesluit in de plaats van de bestaande regelingen ter zake, onder meer:
Het staat de lidstaten evenwel vrij verder bilaterale of multilaterale overeenkomsten te sluiten of toe te passen voor zover deze de procedures voor de overlevering nog sterker vereenvoudigen of vergemakkelijken. De toepassing van deze overeenkomsten dient in ieder geval de betrekkingen met de lidstaten die daarbij geen partij zijn, onverlet te laten. Algemene beginselen In het kaderbesluit wordt het "Europees aanhoudingsbevel" gedefinieerd als een rechterlijke beslissing die door een lidstaat wordt uitgevaardigd met als doel de aanhouding of de overlevering door een andere lidstaat van een persoon met het oog op:
Gevallen waarin het bevel kan worden uitgevaardigd:
Indien daarop in de uitvaardigende lidstaat een straf staat met een maximum van ten minste drie jaar, is onder meer bij de volgende strafbare feiten overlevering zonder toetsing van de dubbele strafbaarheid van het feit mogelijk: terrorisme, mensenhandel, corruptie, deelneming aan een criminele organisatie, vervalsing, moord en doodslag, racisme en vreemdelingenhaat, verkrachting, handel in gestolen voertuigen, fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad. Ten aanzien van andere dan de bovengenoemde strafbare feiten kan overlevering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat het feit waarvoor om overlevering wordt verzocht een naar het recht van de uitvoerende lidstaat strafbaar feit is (regel van de dubbele strafbaarheid). De lidstaten delen het secretariaat-generaal van de Raad mee welke rechterlijke autoriteit zij als bevoegde rechterlijke autoriteit (uitvaardigende en uitvoerende rechterlijke autoriteit) hebben aangewezen. Zij kunnen bovendien centrale autoriteiten aanwijzen om de bevoegde rechterlijke autoriteiten bij te staan (administratieve ondersteuning, verzorgen van vertalingen, enz.). Het Europees aanhoudingsbevel moet een hele reeks gegevens bevatten omtrent de identiteit van de persoon, de uitvaardigende gerechtelijke autoriteit, het definitieve vonnis, de aard van het strafbare feit, de opgelegde straf, enz. (een voorbeeld van het formulier is als bijlage bij het kaderbesluit gevoegd). Procedures Als algemene regel zendt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit het Europees aanhoudingsbevel rechtstreeks toe aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit. Er is voorzien in de mogelijkheid van samenwerking met het Schengen Informatie Systeem (SIS) en met de diensten van Interpol. Indien de uitvaardigende rechterlijke autoriteit niet weet wie de bevoegde uitvoerende rechterlijke autoriteit is, kan zij een beroep doen op het Europees justitieel netwerk. Elke lidstaat kan de nodige en evenredige dwangmaatregelen vaststellen met betrekking tot de gezochte persoon. Een gezochte persoon die wordt aangehouden, wordt in kennis gesteld van de inhoud van het aanhoudingsbevel en heeft recht op bijstand van een raadsman en van een tolk. In ieder geval heeft de uitvoerende rechterlijke autoriteit het recht te beslissen of de betrokkene in hechtenis blijft dan wel onder bepaalde voorwaarden in vrijheid wordt gesteld. In afwachting van een beslissing wordt de betrokkene door de uitvoerende rechterlijke autoriteit gehoord (overeenkomstig de nationale bepalingen). Een definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel moet uiterlijk 60 dagen na de aanhouding van de gezochte persoon worden genomen. De uitvoerende rechterlijke autoriteit stelt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit onmiddellijk in kennis van de genomen beslissing. Indien de meegedeelde gegevens onvoldoende zijn, kan de uitvoerende rechterlijke autoriteit de uitvaardigende rechterlijke autoriteit om aanvullende gegevens verzoeken. Elke periode van vrijheidsbeneming op grond van het Europees aanhoudingsbevel moet in mindering worden gebracht op de totale duur van de opgelegde vrijheidsstraf. De betrokkene kan zijn instemming met de overlevering te kennen geven. De instemming is niet herroepbaar en de betrokkene moet zich ten volle van de gevolgen bewust zijn. In dat geval moet de uitvoerende rechterlijke autoriteit binnen tien dagen na de instemming een definitieve beslissing betreffende de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel nemen. Gronden tot weigering van tenuitvoerlegging en overlevering Het Europees aanhoudingsbevel wordt niet ten uitvoer gelegd indien:
Onder bepaalde voorwaarden (de strafvervolging of de straf is volgens de wet van de uitvoerende lidstaat verjaard; onherroepelijke veroordeling voor dezelfde feiten in een derde land, enz.) kan de uitvoerende lidstaat de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel weigeren. Elke weigering wordt met redenen omkleed. Het kaderbesluit voorziet tevens in de mogelijkheid om voorwerpen in beslag te nemen en over te dragen, die als bewijsstuk kunnen dienen of die van het strafbaar feit afkomstig zijn. Iedere lidstaat staat de doortocht over zijn grondgebied toe van een gezochte persoon die wordt overgeleverd, mits verstrekking van bepaalde informatie (met betrekking tot het aanhoudingsbevel, de aard van het strafbaar feit, de identiteit van de betrokkene, enz.). Het bevel wordt vertaald in de officiële taal van de uitvoerende staat. Het wordt toegezonden in iedere vorm die een schriftelijk spoor nalaat en die de uitvoerende lidstaat de mogelijkheid biedt zich van de echtheid te vergewissen. Praktische, algemene en slotbepalingen Per 1 januari 2004 worden door de lidstaten ontvangen uitleveringsverzoeken behandeld overeenkomstig de maatregelen die de lidstaten voor de tenuitvoerlegging van dit kaderbesluit goedkeuren. De lidstaten kunnen evenwel verklaren dat zij als uitvoerende staat verzoeken betreffende feiten die zijn gepleegd vóór een door hen bepaalde datum zullen behandelen overeenkomstig de vóór 1 januari 2004 geldende uitleveringsregeling. Dit kaderbesluit is van toepassing op Gibraltar. Uiterlijk op 31 december 2003 moeten de lidstaten de maatregelen goedkeuren die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit kaderbesluit. Zij delen de betrokken bepalingen mee aan het Secretariaat-generaal van de Raad en aan de Commissie. Uiterlijk op 31 december 2004 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van dit kaderbesluit, indien nodig vergezeld van wijzigingsvoorstellen. Doel van het terrorisme Het doel is in het algemeen door middel van het zaaien van angst, soms met zeer gewelddadige acties, het maatschappelijk leven te ontwrichten en zo de politieke stabiliteit te ondergraven en de gewenste politieke veranderingen af te dwingen. Doelen kunnen onder andere zijn:
Soorten terrorismeNationalistisch terrorismeNationalistische terroristen willen een eigen staat voor hun bevolkingsgroep. Ze trachten de overheersende macht te verslaan of te demoraliseren en aandacht te trekken voor hun "nationale bevrijding". Voorbeelden met het gebied dat afhankelijk moet worden:
StaatsterrorismeStaatsterrorisme is terrorisme dat wordt beschouwd als terrorisme dat uitgevoerd of gesteund wordt door een staat. Zoals terrorisme in het algemeen, gaat het over moedwillige aanvallen op burgers, met als doel het bereiken van een politiek of religieus doel. Zoals het gebruik van het woord 'terrorisme' al controversieel is, is het woord 'staatsterrorisme' nog controversiële. Aangezien politicologen vrij algemeen stellen dat de staat een monopolie legt op het gebruik van geweld, wordt soms gesteld dat de term 'staatsterrorisme' een tautologie is. Daarentegen wordt soms gesteld dat landen die verantwoordelijk zijn voor staatsterreur juist dat monopolie niet opleggen. Oorlog tegen het terrorisme Na de terroristische aanslagen op 11 september 2001 riep de Amerikaanse president George W. Bush de 'Oorlog tegen het terrorisme' uit. De VS werden hierin gesteund door de NAVO, die de aanslagen beschouwde als een aanval op één van haar lidstaten. Spanje in het bijzonder was er als de kippen bij om dit principe in hun wetteksten aan te passen: Ley Orgánica 6/2002 Ley Orgánica 6/2002 de Partidos Políticos: Een politieke partij die om op het even welke manier, direct of indirect, steun verleent aan terroristische activiteiten kan verboden worden. De eventuele opvolgers ervan worden ook verboden. Men gaat er dus vanuit dat de opvolgers eigenlijk dezelfde partij zijn. Militanten kunnen veroordeeld worden, kantoren en financiën (daarvoor werd artikel 3 van de Organieke Wet 3/1987, van 2 juli 1987 gewijzigd) kunnen in beslag genomen worden, enz… Ley Orgánica 1/2003 Ley Orgánica 1/2003 para la garantía de la democracia en los Ayuntamientos y la seguridad de los Concejales: Deze organieke wet werd goedgekeurd om de democratie van de gemeentehuizen en de raadsleden te beschermen. Protest bij raadszittingen worden bij ons opgelost door de manifestanten aan de deur te zetten. Hier gebeurt dat ook, maar via die deur worden ze overgebracht naar de gevangenis, waar tijdens de incomunicado-periode van alles kan gebeuren. Ley Orgánica 7/2003 Ley Orgánica 7/2003 de medidas de reforma para el cumplimiento íntegro y efectivo de las penas: Het gesloten regime of de eerste graad: individuele cellen, beperking van gemeenschappelijke activiteiten en constante toezicht. Het open regime of de derde graad: een zekere openheid met sociaal contact, in open instellingen afgelegen van de eigenlijk strafinrichting. Ley Orgánica 2/2003 Ley Orgánica 2/2003 - Europees aanhoudings- en uitleveringsbesluit. En zo voort, en zo verder... Eind december 2004 nam het Spaanse parlement een wet aan die het mogelijk maakt dat het Spaanse leger, overvloedig gestationeerd in Baskenland, kan ingrijpen tegen ETA. Het leger vroeg al langer naar zo'n wet, maar nu komt ie er dan, na de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid door islamitische terroristen. Wel heeft Baskenland al jaren te lijden onder militaire manoeuvres, zoals parachutisten die midden in dorpjes landen en mensen gaan vragen naar hun identiteitspapieren, of omvangrijke oefenbombardementen in Nafarroa. In 1981 hielp het leger al aan het hermetisch afsluiten van de grens tussen Spanje en Frankrijk, de Muga, die als een scheidingslijn door Baskenland loopt.
De oorlog tegen terrorisme speelt zich ook af in Europa. Allerlei antiterrorismemaatregelen worden in de EU genomen, waarbij de burgerrechten vrij makkelijk geslachtofferd worden. Tony Bunyan van Statewatch, een Britse NGO die vooral het justitie- en politiebeleid in de EU argwanend in het oog houdt, lichtte op de vredesconferentie het democratisch deficit in de EU toe. Wat betekent de oorlog tegen terrorisme in Europa
|
