|
Telesforo Monzón Ortiz De Urruela was in 1936 als jongste regeringslid Minister van Binnenlandse Zaken geweest van de de regering van José Antonio Agirre. In de zestiger jaren had hij de kleurloze Baskische Regering in ballingschap verlaten en in Frans-Baskenland had hij in 1969, samen met Piarres Larzabal, de pastoor van Sokoa, de solidariteitsgroep "Anai Artea" (wij broeders) opgericht, een beweging die humanitaire steun verleende en nog steeds verleent aan Baskische politieke gevangenen en vluchtelingen. Telesforo Monzón had een beetje de rol van ambassadeur van de militante Baskische beweging gespeeld in de moeilijkste jaren. Naar aanleiding van de op 14 juli 1977 georganiseerde "Marcha por la Libertad" (Vrijheidsmars) in Baskenland, kwam hij voor het eerst in 40 jaar terug naar zijn geboortestad Vergara in Spaans Baskenland terug. Nagenoeg de hele stad was aanwezig bij zijn terugkeer. Hoewel zelf afkomstig uit een aristocratische familie en opgevoed in PNV-traditie, had hij nooit zijn sympathie voor ETA-m onder stoelen of banken gestoken. Met zijn terugkeer op de politieke scène had ETA-m de missing link gevonden tussen de traditionele maar radicale nationalisten en de nieuwe links-nationalistische ETA-m aanhang.
Toen Monzón uit ballingschap terugkeerde, wachtte hem in de velodroom van San Sebastián een uitzinnige menigte op om hem te ontvangen. Maar Monzón, die sprak op de IJzerbedevaart van 1973, kende geen compromissen en kwam op hoge leeftijd nog regelmatig in "contact" met de Spaanse politie. Zelfs na zijn dood, hij stierf op 09 maart 1981, in Donibane Lohitzune, konden de "txakurrada"(*) hem niet met rust laten. Toen het lijk vanuit Donibane Lohitzune werd overgebracht naar zijn geboortestad, Bergara, werd de kist aan de grens geconfisqueerd en geflankeerd door pantserwagens, overgebracht naar zijn laatste rustplaats. Zijn weduwe leeft nog steeds in St.-Jean de Luz en het graf in Bergara is niet speciaal verzorgd. (*) Txakurrada is geen goed Baskisch woord. Txakurra betekent de hond, en zo werd de Guardia Civil genoemd. Alle politiediensten samen werden dan "het hele hondennest" genoemd, slecht vertaald in "Txakurrada". In de horecazaken hangt nu een sticker met een hond en daar een rode streep door. Vroeger hing in sommige kroegen een tekst: "Txakurrak debe katuak", "Verboden voor honden". IJzerbedevaart 1973 Op de IJzerbedevaart van 1 juli 1973, die in het teken stond van de vrijheidsstrijd van het Baskische Volk sprak een statige heer de massa toe, onder een loden zon. Hij deed dit in het Baskisch en hoewel vrijwel niemand ook maar één woord begreep van wat hij zei, kreeg hij een stevig applaus: Monzón had de gave van het woord. Hij schreef gedichten en liedteksten en een aantal van zijn artikels werden legendarisch. Maar hij kon ook een massa begeesteren. En dat bleek uit het applaus van de vele aanwezigen in Diksmuide, die dag. Monzón werd precies honderd jaar geleden, op 1 december in 1904, geboren in Bergara, een stadje in de provincie Gipuzkoa (met Donostia-San Sebastián als hoofdstad.) Op 27-jarige leeftijd was hij al schepen van zijn stad. In 1933 werd hij provinciaal PNV-voorzitter van Gipuzkoa en werd hij verkozen voor de Cortes in Madrid. In 1969 gingen Monzón en de pastoor van Sokoa, Piarres Larzabal , over tot de stichting van "Euskaldunei Lagunt Biltzarra" waaruit later "Anai Artea" (Onder broeders) zou ontstaan. Bij Anai Artea konden de vluchtelingen, meestal ETA-leden, steeds terecht: voor steun, onderdak en werk, meestal in de kroegen van Petit Bayonne. (Er zou zelfs een Vlaamse vleugel van Anai Artea gesticht worden die een eigen tijdschrift uitgaf onder dezelfde naam en waaruit, dit maandblad, "Meervoud" ontstond.) Overgenomen uit "Meervoud" nr. 102, december-januari. Hongerstaking Enkele dagen vóór de aanvang van het beruchte Burgosproces ontvoerde ETA in Donostia de Duitse ereconsul, Eugen Beihl, met de bedoeling hem te "ruilen" indien er doodstraffen zouden vallen. Monzón en Larzabal traden op als tussenpersonen in de onderhandelingen met de Spaanse Regering. Toen Beihl 25 dagen later opdook in Wiesbaden, verklaarde hij ondergebracht te zijn geweest in 'een gebouw dat iets te maken had met kerkdiensten': "Telkens als er klokken geluid werden, verliet iemand het huis!" Beihl had gelijk. Spanje zette Parijs onder enorme druk en Monzón werd uit het land verwezen, samen met Txillardegi, medestichter van ETA. Beiden gingen in hongerstaking in de kathedraal van Bayonne, samen met 35 sympathisanten. In 1977 bracht Monzón in het Noorden alle linkse bestrijders van de rechtse dictatuur van de inmiddels overleden Caudillo Franco, bij elkaar. In hetzelfde jaar stak hij de Muga over naar het deel van Euskal Herria waar hij geboren was en stapte onverschrokken mee op in de Mars voor de Vrijheid, waarbij hij zowat elke dag in aanraking kwam met de driftkikkers van de Guardia Civil. In 1979 werd Monzón, samen met de leiding van Herri Batasuna, (meer info over HB in de rubriek: Politieke processen 2) opgepakt en opgesloten in de gevangenis van Langraitz, (Nanclares de la Oca). Op 9 maart 1981 overleed Telesforo Monzón in een ziekenhuis in Bayonne. Toen de lijkstoet enkele dagen later, richting Bergara in het Zuiden, reed werd die tegengehouden door de Spaanse Politie. De kist werd in beslag genomen door de Spaanse oproerpolitie en onder escorte overgebracht naar zijn geliefde stad, Bergara! Hoewel dit zeker niet de bedoeling van de bezetters was, leek het uiteindelijk op de begrafenis van een Staatshoofd! Monzón was dan wel dood, maar ze waren nog steeds bang voor zijn uitstraling! W. Hensgen, Overgenomen uit "Meervoud" nr. 102, december-januari. |



