Navigatie

14.Bijlagen‎ > ‎

Solidariteitskaravaan

19 maart 2005: Karavaan van de hoop

In de nacht van 19 maart 2005 vertrokken 20 autobussen richting gevangenis van Fleury–Mérogis, (Parijs). De bussen vanuit Bizkaia werden in de buurt van Durango, waar de reizigers gingen eten, reeds "verwelkomd" door een vijftal groene "patrols" van de Guardia Civil en ééntje van de leden van de eigen "Baskisch" Ertzaintza. Nog op "Spaans" grondgebied werd de karavaan staande gehouden en de Franse politie kwam, waarschijnlijk in het kader van de beroemde "Frans–Spaanse samenwerking tegen het internationaal terrorisme" , vragen waar de reis naartoe ging en hoeveel personen er in elke bus zaten.

Eenmaal op Frans grondgebied keerde de rust enigszins terug onder de reizigers. 

Tegen 8 uur werd er nog eens gestopt en verschenen er steeds meer patrouillewagens van de CRS die de nummerplaten controleerden om te zien of de collega's hun werk ook wel goed hadden gedaan.

Fleury–Mérogis

Trikitixa en Irrintzi

In de buurt van de grootste gevangenis van Europa werden de sympathisanten opgevangen door een cohorte politiemannen en gevangenispersoneel, deels geüniformeerd, deels in burgerkleding. De reizigers werden op afstand gehouden maar dat verhinderde niet dat ze de aandacht van de gevangenen konden trekken door te zingen, begeleid door de onvermijdelijke "Trikitixa" ("trekzak"), maar ook door het afschieten van vuurwerk dat als bij wonder door de controles was kunnen geraken. Van binnen uit klonken al vlug "Irrintzis" en slogans als "Jo ta ke, irabazi arte" (We zullen met de strijd doorgaan). Aan één van de ramen verscheen dan een wit spandoek. Méér zullen ze niet vast hebben kunnen krijgen  Gedurende 4 volle uren bleef het gezang en het lawaai klinken. Het was in deze hel dat de voorbije zomer het jonge meisje uit Donostia, Oihane Errazkin, een einde aan haar leven maakte. Dit feit werd herdacht door middel van "Bertsos" en het was precies dit voorval dat er voor deze gevangenis gekozen was. Het voorbije jaar trokken de karavanen naar de verst afgelegen gevangenissen, Algeciras en Bapaume in het oude Vlaanderen.

Jon Enparantza, woordvoerder van de amnestiebeweging, klaagde de gevangenenspreiding aan en eiste van de Franse en Spaanse staten ermee te stoppen, omdat het tóch niet gelukt was het collectief te breken.

Tot slot kwam er een "Aurresku" (eredans) voor de gevangenen en werd het "lied van de Baskische Soldaat" gezongen.

Om 15.00 u. werd de lange terugtocht aangevat.

Tijdens de ceremonie voor de muren van deze "kathedraal van de triestheid", die Fleury–Mérogis is, kreeg de moeder van Maite Aranalde het bericht dat haar dochter in de buurt van Montpellier, samen met twee andere Basken was opgepakt. Ze werd daarna in haar verdriet gesteund door de ouders van eerder genoemde Oihane Errazkin en die van Olaia Kastresana (eveneens uit Donostia) die een aantal jaren geleden het leven verloor toen de bom die ze in handen had tot ontploffing kwam.