|
DE AFFAIRE LÉON: NON DA POPO? Waar is Popo?
Jean-Louis Larre "Popo" werd geboren te Heleta (Hélette) op 6 april 1962. Al zijn vrienden noemden hem “Popo”. Vanaf de adolescentie lag zijn engagement in de verdediging van de Baskische cultuur. Hij maakte deel uit van de dansgroep “Arrola” en van de rugbyploeg van zijn geboortedorp Hélette en nam deel aan het culturele en sportieve leven van Baigorri. Hij was ook een formidabele acteur en trad als dusdanig toe tot de toneelvereniging "Xirristi Mirristi", gevestigd in Baiona. Hoewel hij afstudeerde in de elektronica en met dit diploma zijn eerste beroepsjaren begon, was hij ook leraar bij AEK-Alfabetatze Euskalduntze Koordinakundea (een organisatie, opgericht in 1980, die er voor ijvert om het 'Euskara', de Baskische moedertaal, terug over heel Euskal Herria kenbaar te maken en aan te leren). Dit culturele parcours en zijn gehechtheid aan het Euskara brachten hem er toe zich politiek te engageren om de rechten van zijn volk te verdedigen. Hij trad toe tot Iparretarrak (IK, die van het Noorden). Het jaar 1983 was voor Iparretarrak een bijzonder belangrijk jaar, zowel op het vlak van gewapende acties (alleen aanslagen op gebouwen), als op het vlak van politieke reflexie. Het is het jaar dat “autonomie” op de politieke agenda geplaatst werd, “autonomie” als eerste stap naar de bevrijding van het Baskische volk. Op vandaag is de totaliteit van de Abertzalebeweging en een groot deel van de bevolking zich bewust van de noodzaak om een specifiek instituut voor Pays Basque Nord te installeren en om maatregelen te nemen ten gunste van het Euskara. Hoewel de gewapende acties van Iparretarrak alleen bedoeld waren om de problemen van Baskenland in de kijker te plaatsen, reageerde de Franse overheid met botte repressie. De Affaire Léon Op 7 augustus 1983 greep in de omgeving van camping “Lou Pantaou” te Léon (in de Landes tussen Bordeaux en Baskenland)) een vuurgevecht plaats. Er was een confrontatie aan de gang tussen militanten van Iparretarrak en twee Franse gendarmen. Eén gendarm werd gedood en de andere gekwetst. Voor de confrontatie goed en wel losbarstte, vluchtte Popo Larra weg, en het laatste wat zijn kompanen van hem zagen, was dat hij verdween in de bossen van Léon. Non da Popo? Dit jaar 2008 zou Popo 46 jaar geworden zijn, maar niemand weet na die 25 jaar exact wat er met hem gebeurd is. Niemand weet waar hij zich bevindt en in welke staat. Daarom de oproep: “Waar is Popo? Non da Popo?” De jongen uit Hélette drong al vluchtend een bos binnen in de omgeving van een camping te Léon, waar hij een paar minuten eerder getuige was van een confrontatie tussen agenten van de Gendarmerie en een commando van Iparretarrak, waartoe hij ook behoorde. Een Franse agent overleed en de tweede werd licht gewond aan de hand. De drie overgebleven leden van het commando slaagden er in te ontsnappen met de Renault4, de dienstwagen van de gendarmen. Onmiddellijk na dit voorval werd een grootscheepse politieoperatie (“Plan Epervier”) op het getouw gezet. Met een regiment gendarmen en speciale interventietroepen, vergezeld van speurhonden en ondersteund door helikopters, werden kilometers bos omsingeld. Het bos waar Popo voor het laatst, als vluchtend, was opgemerkt. Hiermee werd één van de meest obscure episoden geopend waaraan Euskal Herria het hoofd moest bieden. De reconstructie van de feiten en enkele gegevens die pas jaren later bekend raakten, brachten aan het licht dat de Franse gewapende politie, een paar ogenblikken voor de confrontatie, een militant van Iparretarrak had gearresteerd. Bij hem werd een briefje gevonden waarop het adres van de camping “Lou Pantaou” te Léon neergeschreven was. Er was ook een anoniem telefoongesprek geweest naar de Gendarmerie, die daarop twee agenten naar de plaats stuurde om de militanten te onderscheppen.
Zeventien jaar na de feiten, zonder dat er ooit een doeltreffend onderzoek gebeurde naar de verdwijning, startte te Parijs op 22 maart 2000 in een speciaal Hof een bizar proces tegen de vier militanten van Iparretarrak. De enige reden dat het tot een proces is gekomen, was de druk en de hardnekkigheid van de familie van de overleden gendarm. Zij wilden koste wat het koste opheldering over wat er werkelijk gebeurd was. Het gerechtelijk onderzoek was namelijk één grote farce geweest! Werden gedurende die 17 jaar duistere zaakjes onder de mat te vegen? De onderzoeksrechters werden tot vijf maal toe gewisseld en vervangen, maar nooit kwam er ook maar enige duidelijkheid. Een eerste verrassing sloeg al in als een bom op de vooravond van het proces: tijdens het gerechtelijke onderzoek was men er toch nog in geslaagd 167 onderzoekelementen aan te voeren, maar om een nog duistere reden werden die elementen nu drastisch teruggebracht van 167 naar 37! Deze elementen kunnen dus nooit meer publiek gemaakt worden.
Filipe Bidart kreeg 20 jaar cel, terwijl Gabi Mouesca 15 jaar achter de tralies vloog en Ttotte Etxebeste, inmiddels in een rolstoel, 5 jaar. Filipe Bidart werd, bij een politieoperatie op 20 februari 1988, gearresteerd in Bokale in de omgeving van Bayonne, samen met Ttotte Etxebeste die hierbij zwaar gekwetst werd.
Dat is onze zoon niet! Een paar dagen na de gebeurtenissen te Léon, op 22 augustus1983, verdween een jongen van 15 jaar te Lacanau (Gironde), op 150 km afstand van Léon. Hij bracht er een paar dagen door met enkele vrienden. De familie Dumont uit Carbon-Blanc (Bordeaux) deed aangifte van de verdwijning van hun zoon Pascal Dumont. Op het strand van Porge Océan (Gironde) werd 5 dagen later een lijk ontdekt. Omstreeks 08.45u in de morgen ontdekte een wandelaar het lijk, en bijzonder merkwaardig is het feit dat de Gendarmerie, nauwelijks driekwartier later al aanbelde bij de familie Dumont, om hen te melden dat zij nog geen definitief uitsluitsel konden geven, terwijl de moeder, Yvonne Dumont, later tijdens het proces verklaarde dat een gerechtdokter al in het bezit was van een doodsakte met de naam van haar zoon, Pascal Dumont. Bij de identificatie werd al vlug duidelijk dat dit hun zoon niet was: noch de leeftijd, noch het fysieke aspect, nog de gelaatstrekken, nog de zwembroek, konden met de beste wil van de wereld in verband gebracht worden met hun zoon. De ouders getuigden en verklaarden: “Dat is onze zoon niet!” Hoewel de moeder “haar zoon” helemaal niet herkende, werd hij toch onder de naam Pascal Dumont begraven. Nooit werd er een DNA-onderzoek gedaan! De vader, Germain Dumont, bevestigde dat de politie hem zwaar onder druk gezet heeft om het lijk alsnog als zijn zoon te identificeren. Het “gebrek aan overeenstemming” tussen de familie en de politie werd pas goed duidelijk toen de ouders op de grafzerk volgend grafschrift lieten aanbrengen:
Het proces Bij de start van het proces was iedereen getuige van een bijzonder pijnlijk en misplaatst voorval. De verdediging interpelleerde het Hof met de vraag of zij zich niet gehinderd voelden dat zij geen enkele bewijs hadden over de “verblijfplaats” van de enige geïdentificeerde kroongetuige. Het enige antwoord kwam van de voorzitter van het Hof zelf die de gerechtsbode de opdracht gaf, om zowel binnen als buiten de rechtszaal, de vraag te stellen: “Is de Heer Jean Louis Larre aanwezig?” Van een bijzondere zwartgallige “galgenhumor” gesproken. Naast de tegengestelde getuigenverklaringen tussen Politie en Gendarmerie, en de verwoede, maar vergeefse, pogingen van het Hof zelf om het niet tot een proces te laten komen, doken tijdens het proces nieuwe elementen op die keer op keer leidden naar één grote onbekende: waar was Popo Larre? Een ander merkwaardig en verder te onderzoeken element, waar de gendarmen geen antwoord konden op geven, was het feit dat na het vuurgevecht door de Franse politie in Léon veel foto’s verspreid werden van verdachten, maar geen enkele foto van Jean-Louis Larre! Hij was nochtans de enige militant die ze hadden kunnen identificeren. Hij moest dus blijkbaar niet meer gezocht worden! Een volgend vreemd element was het feit dat de Gendarmerie pas getuigenverklaringen begon af te nemen twee dagen na de feiten, op 9 augustus 1983. Tot die datum hadden ze alleen de eigenaar van de camping en de lichtgewonde gendarm verhoord. Het verloop van het proces te Parijs onthulde ontelbare onregelmatigheden en grijze zones in het gevoerde gerechtelijke onderzoek. Voeg daarbij de onsamenhangende verklaringen van de getuigen: “Ik herinner me niets meer”. “Ik weet dit niet”. “In 1983 was ik wellicht te categoriek”. “Ik werd door politie zwaar onder druk gezet om personen te herkennen op de foto’s die zij mij voorlegden”. De verdediging wilde dieper ingaan op verklaringen van gendarm Peyre, die bereid was te praten over de arrestatie (?) van Popo. Dit werd geweigerd. Twee gendarmen bekenden pas laat te Léon zijn aangekomen en dat zij niet de zoekactie georganiseerd hadden. Die twee werden dus opgeroepen om te getuigen, terwijl gendarm Denis die de leiding had van de zoekactie niet werd opgeroepen (men vond hem niet, hoewel hij nog steeds actief was als gendarm). Twee andere gendarmen die kwamen getuigen waren van een heel ander kaliber, vooral kolonel Mazères. Maar hij had een goed excuus, hij was niet ter plaatse op het ogenblik van de feiten. En natuurlijk had niemand hem ingelicht over de toestand, toen hij, volgens zijn verklaring, 3 weken later zijn post bezette in de Landes. Die inlichtingen zijn nochtans een belangrijk gegeven om te verifiëren wanneer het dispositief voor de zoekacties werd ontbonden. Het kon een aanduiding zijn voor het uur waarop Popo gearresteerd werd (of had kunnen gearresteerd worden). Een andere hooggeplaatste, kolonel Denis, gooide het over een andere boeg. Hij herinnerde zich weinig van het gebeuren en trachtte het dispositief dat ingezet werd voor de zoekactie te minimaliseren. Alle getuigen hadden nochtans de machtontplooiing kunnen volgen: met een regiment gendarmen en speciale interventietroepen, vergezeld van speurhonden en ondersteund door helikopters, werden kilometers bos omsingeld. Volgens de kolonel beschikte het dispositief over weinig middelen (hij sprak over 1 hond en een paar gendarmen, niet over helikopters), en er had volgens hem geen echte zoekactie plaatsgevonden. Overigens, zo verklaarde hij, was hij er zelfs niet zeker van dat er een vluchteling te voet in de bossen liep. Over één punt waren alle gendarmen het wel eens: zij hadden niets met de zoekactie te maken. Gendarm Peyre verklaarde dat hij de hele nacht de wacht optrok. Gendarm Rué preciseerde dat hij iemand anders op zijn plaats gezet had, om te kunnen deelnemen aan een zoekactie, maar zeker niet in het bos, wel in een grote wagen. Kolonel Mazères was, volgens zijn verklaring, helemaal niet ter plaatse en kolonel Denis loochende dat, wat zichzelf betrof, hij niets te maken had met de verdwijning van Popo Larre.
Al deze gegevens hebben er toe geleid dat de verhoren in de rechtszaal van de politieagenten uitmondden in een grote chaos en contradicties. Maar dat was voor het Hof geen obstakel om verder te procederen, zich niet storend aan de vragen die door de verdediging werden gesteld. Meer nog, de minachting en de verachting ten aanzien van de beklaagden was overweldigend. Vijfentwintig jaar na de feiten blijft de verdwijning van Popo Larre de Franse autoriteiten, die niet de minste interesse vertonen om de zaak op te helderen, achtervolgen. Het doet ons herinneren aan gelijkaardige feiten die zich afspeelden in dat andere “democratische” land. Ook de Spaanse autoriteiten vertoonden geen enkele interesse voor de verdwijning van Eduardo Moreno Bergaretxe “Pertur”, of voor de verdwijning van José Miguel Etxeberria "Naparra" (*)
Getuigenissen Gaby Mouesca in “La Nuque raide”: Twintig jaar na de feiten is alles onveranderd. Geen sprankeltje hoop, Popo blijft onvindbaar. Terwijl alle middelen ondernomen werden om de betrokkenen of verdachten van betrokkenheid bij de fusillade in het nauw te drijven, werd niet langer naar Popo gezocht! Dit leek eerder verdacht. De rijkswacht liet uitschijnen dat Iparretarrak achter de verdwijning van Popo zat. Ook de media bewaarden het stilzwijgen over deze verdwijning alsof de verdwijning van militanten enkel afschuw kon wekken wanneer dit in het Chili van de jaren zeventig of het Zuid-Afrika van de Apartheid gebeurde. De gelijkenissen met wat “Pertur” overkwam zijn angstvallig gelijklopend. Filipe Bidart in de krant Egunkaria (04-02-2000): “Wij hebben op je gewacht Popo, gewacht op een teken. We hebben je, lange tijd, gezocht in de Landes, in Bordeaux, overal. Dikwijls zonder de veiligheidsregels in acht te nemen. Naarmate de dagen, weken en maanden voorbij gingen moesten wij wel tot de vaststelling komen dat het ondenkbare gebeurd was, geloven wat wij weigerden te geloven: dat de politie je te pakken had gekregen, hardhandig ondervraagd, gefolterd tot ter dood om je uiteindelijk te dumpen in een gat. Onze twijfels werden zekerheid toen we ontdekten dat de politie de opsporingsberichten, met jouw foto, die overal op de openbare gebouwen geplakt waren, had laten weghalen. Voor ons was dit het bewijs dat zij wisten dat je nooit zou terugkomen.” Bron: “gara.net” , “nun-da-popo.hautetfort.com”, “amnistia.net”
08 december 2008 Vandaag, 8 december 2008, zou Popo Larre 46 jaar oud geworden zijn. Vandaag is het 25 jaar gelden dat hij voor het laatst gezien werd. Vandaag is een verschrikkelijk einde gekomen aan het hermetische stilzwijgen van de Franse Justitie. De Franse Justitie heeft bij monde van de Speciale Rechtbank te Parijs kurkdroog verklaard dat Popo Larre officieel dood is, en dat de zoektocht (die er nooit geweest is) naar de jongen wordt opgeheven. De zaak is afgesloten. Voor wie de Franse taal beheerst, ziehier een artikel in het Frans, van de Baskische journalist Allande Socarros:
|


