ORAIN HERRIA, ORAIN BAKEA
Kort na de dood van Franco werd door een samenwerkingsverband van organisaties binnen de Baskische onafhankelijkheidsbeweging het zogeheten KAS-Alternatief voorgesteld. Dit alternatief stelde een aantal politiekinhoudelijke eisen zoals erkenning van het zelfbeschikkingsrecht, één autonomiestatuut voor alle Zuid-Baskische provincies (dus inclusief Nafarroa), terugtrekking van de Guardia Civil etc. Als aan de voorwaarden van het KAS-Alternatief zou zijn voldaan, zou ETA de wapens neerleggen. In vervolg op het KAS-Alternatief werd de oplossing van zowel het politieke conflict als de gewelddadige gevolgen daarvan gezocht in rechtstreekse onderhandelingen tussen ETA en de Spaanse Staat. Na het mislukken van de vredesbesprekingen tussen ETA en de Spaanse regering eind jaren tachtig in Algerije, raakte het KAS-Alternatief in die vorm definitief op een zijspoor. In 1995 deed ETA daarom een nieuw voorstel, door haar het Democratisch Alternatief genoemd. In dit voorstel maakte ETA een onderscheid in zaken die door de Baskische bevolking onderling geregeld diende te worden enerzijds, en zaken die in onderhandelingen tussen ETA en de Spaanse staat uitgevochten diende te worden anderzijds. ETA zag het als haar taak om, zonodig met geweld, te waarborgen dat Spanje de wil van de Baskische bevolking zou accepteren, terwijl zij aangaf niet langer een gewapende rol te willen spelen in de democratische totstandkoming van die wil zelf. De nadruk van de gewapende strijd kwam zo te liggen op de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Baskische bevolking. ETA meende dat Spanje eerst dit zelfbeschikkingsrecht diende te erkennen, pas dan zou zij haar gewapende strijd staken om plaats te maken voor een proces waarin de inhoud van dit zelfbeschikkingsrecht (onafhankelijkheid, autonomie, centralisme, etc.) op vreedzame en democratische wijze tot stand zou kunnen komen. Spanje reageerde op dit voorstel door het bestuur van de politieke partij Batasuna (toen nog Herri Batasuna geheten) te vervolgen wegens het verspreiden van dit vredesvoorstel (zie rubriek: "Politieke processen 2"). Het voltallige bestuur heeft anderhalf jaar vastgezeten alvorens zij in hoger beroep alsnog werden vrijgesproken. Met de verklaring van Lizarra, in september 1998, leek een meerderheid van de Baskische partijen een begin te maken met het onderling ,zonder tussenkomst van Spanje of Frankrijk, door dialoog oplossen van het politieke conflict. Hoewel het Democratisch alternatief er nog van uit ging dat de uitkomst van een dergelijke politieke dialoog door Spanje diende te worden geaccepteerd, voordat ETA de wapens neer zou leggen, leken de ontwikkelingen in voldoende mate op datgene wat in het Democratisch Alternatief was voorzien, dat ETA tot een wapenstilstand besloot. ETA beëindigde deze wapenstilstand na veertien maanden omdat zij meende dat de andere Baskische partijen niet serieus deelnamen aan de beoogde dialoog. De verklaring van Anoeta
Batasuna is van mening dat de strijd die zij de afgelopen 25 jaar heeft gevoerd, als resultaat heeft dat nu vrijwel iedereen in Baskenland er van overtuigd is geraakt dat het nodig is de huidige politieke status te wijzigen om tot een definitieve regeling te komen. Daarbij signaleert Batasuna dat een definitieve oplossing alleen bereikt kan worden door het resultaat ter goedkeuring aan de bevolking voor te leggen. Om deze reden stelt Batasuna dat zij vanaf nu het bereiken van de vrede in Baskenland voorop heeft staan. Zij wil het conflict naar eigen zeggen van de straat naar de onderhandelingstafel verplaatsen. Volgens Batasuna is dat enkel mogelijk door middel van een proces van multilaterale dialoog, flexibel en zonder haast. Deze dialoog dient volgens Batasuna vergezeld te gaan van een aantal verplichtingen. Batasuna verbindt zich daarom aan de volgende toezeggingen en vraagt ook de andere hoofdrolspelers in de Baskische politieke arena zich aan deze punten te houden:
Enerzijds tussen de verschillende partijen in Baskenland. Er dient een akkoord bereikt te worden over de gewenste politieke status van Baskenland, welk akkoord door de bevolking geratificeerd zal moeten worden, om vervolgens door middel van dialoog en onderhandelingen tot een akkoord met de Spaanse en Franse staten te komen. Anderzijds dient tussen ETA en de Spaanse en Franse staat een akkoord te worden bereikt over de demilitarisatie, de gevangenen, gedeporteerden en vluchtelingen, en de slachtoffers van het geweld. Analyse
De verklaring van Anoeta verschilt op een aantal belangrijke punten van eerdere voorstellen en verklaringen en brengt daarmee opvallende veranderingen teweeg in de strategie van de linkse onafhankelijkheidsbeweging.
Conclusie De algehele Spaanse reactie dat dit voorstel niet waardevol is, omdat ETA niet wordt opgeroepen "op te houden met bestaan", doet het voorstel geen recht. Dat het voorstel een dergelijke oproep ontbeert viel te verwachten. De Spaanse eis is niet realistisch. Organisaties als ETA houden nu eenmaal niet zomaar op te bestaan, al was het maar omdat nog ongeveer 700 mensen gevangen zitten op beschuldiging van banden met ETA. Het huidige voorstel legt de drempel voor beëindiging van het gewapende conflict evenwel zo laag dat er wel degelijk van een doorbraak gesproken kan worden. ETA en de Staat worden opgeroepen de beëindiging van het geweld overeen te komen, waarbij enkel op een aantal logistieke punten afspraken gemaakt hoeven te worden. Te denken valt aan afspraken over een al dan niet gedeeltelijke amnestie, strafvermindering, sociale re-integratie of toch minstens de overplaatsing naar gevangenen in Baskenland. Batasuna geeft in haar verklaring uiting aan de wens om het conflict voortaan met zuiver vreedzame en democratische middelen op te lossen en aan het vertrouwen dat dit mogelijk is. Enkele weken geleden verklaarde ETA nog dat zij bereid is alles te doen wat nodig is om het conflict op vreedzame wijze op te lossen. Het zou ons dan ook niet verbazen als ETA op korte termijn een wapenstilstand aankondigt. Als de Spaanse en Franse staten zelfs dan nog niet bereid zijn om met ETA te praten over een definitieve beëindiging van haar activiteiten kunnen we alleen maar concluderen dat de Staten het geweld kennelijk niet stop willen zetten. Het strafrechtelijk onderzoek dat het Spaanse Openbaar Ministerie inmiddels heeft ingesteld naar de organisatie van de publieke bijeenkomst waar het voorstel is gepresenteerd, kan in dat licht als niets anders worden gezien dan een poging het conflict op oude termen voort te zetten. Op 14 november 2004 herhaalt Batasuna voor 15.000 sympathisanten in Velodroom Anoeta van Donostia, "met een olijftak in de hand", haar voorstel om "een einde te stellen aan het conflict". Eerst werd vastgesteld dat dankzij de strijd van Batasuna alle rechtgeaarde Basken ervan overtuigd zijn dat de huidige politieke status omgebogen moet worden tot een definitieve regeling en dat dit dient te gebeuren na een referendum dat een uitgebreide dialoog moet afsluiten. Hierbij moeten de mensenrechtenverdragen van 1966 nageleefd worden. Verder wordt toegezegd dat een akkoord rekening zal houden met de actuele realiteit van Baskenland. Dit betekent dat Navarra onder een aparte regering kan blijven en dat de opdeling onder de Franse en Spaanse staat nu wel eens institutioneel zou kunnen worden! (Vergelijk met de "Groot-Nederlandse Gedachte" "Hier en aan de overkant, daar en hier is Nederland"!) Batasuna zal er alles aan doen opdat de bevraging onder vreedzame omstandigheden kan plaatsvinden. Na het referendum dienen ETA en de Spaanse en Franse staat te onderhandelen over de politieke gevangenen en vluchtelingen, de slachtoffers van het geweld en over de terugtrekking van de bezettende troepen. Voor het eerst in de geschiedenis gaat een vredesvoorstel niet uit van de gewapende organisatie, ETA, maar van een politieke partij. Verder wordt het einddoel niet precies omschreven, toch wel een "(berekend) risico". Opvallend is dat Batasuna als het ware "belooft" dat ETA geen roet in het eten zal gooien.
Overgenomen uit "Baskenland Informatie Centrum". Antwoord uit onverwachte hoek Op 24 november 2004, in een veel bekeken programma op TVE, "Las Cerezas", kwam er antwoord vanuit onverwachte hoek: de president van het autonome Extremadura, Juan Carlos Rodríguez Ibarra, een "barón", man van gewicht binnen de PSOE. Hij is van mening dat de regering van zijn partijgenoot, José Luis Rodríguez Zapatero, met een tegenvoorstel moet komen naar ETA en Batasuna. "De meeting van Arnaldo Otegi was erg belangrijk. Voor het eerst verklaarde Batasuna openlijk dat ETA enkel met de Regering over wapens en gevangenen dient te onderhandelen. Deze gelegenheid moeten we te baat nemen. Op sommige ogenblikken moet men de moed hebben te doen wat men niet van plan was te doen." Rodríguez Ibarra noemt als voorbeeld de stap die De Gaulle zette in Algerije. "Op een keer moet de regering de zet doen die gedaan moet worden. Aznar deed dit door met ETA te praten en zelfs met het MLNV (Movimiento de Liberación Nacional Vasco)" "Met moet een vredesvoorstel doen aan ETA en het zou een ultimatum moeten zijn. Men moet tegen Batasuna zeggen: dit is het ogenblik, jullie zijn erg gehavend en de Regering geeft jullie de mogelijkheid een einde te stellen aan het conflict met een vredesvoorstel dat komt door onderhandelingen." Rodríguez Ibarra neemt meteen zijn tegenstrevers op snelheid door te zeggen dat zijn partij geanimeerd meegewerkt zou hebben als de PP in haar regeerperiode met eenzelfde voorstel was gekomen. "Maar zij (de PP) zullen ons nu wel stokken in de wielen gaan steken, want zij willen niet dat deze regering een einde maakt aan ETA." 13 oktober 2010 Op 13 oktober 2010 wordt beslist dat de Tweede Kamer voor Strafzaken van de Audiencia Nacional het proces tegen Arnaldo Otegi, Joseba Álvarez en Joseba Permach zal aanvatten op 11 november 2010 voor de politieke bijeenkomst die zij gehouden hebben op 14 november 2004 in de Velódromo van Anoeta. Het Openbare Ministerie eist 18 maanden cel voor elk, onder de beschuldiging van “verheerlijking van het terrorisme”. Het proces gaat ook effectief van start op 11 november 2010. |

