|
In 1997 wordt het PP-gemeenteraadslid Miguel Ángel Blanco door ETA ontvoerd en vermoord. De weerklank hiervan kent geen grenzen en ETA leidt hierdoor gevoelig gezichtsverlies. De Partido Popular grijpt dit trieste voorval aan om de politieke munt te verzilveren en slaat wild om zich heen. Wat voorafging
Tijdens de beginweken van 1996, die gekenmerkt worden door de verkiezingscampagne en de acties van ETA, doet de politieke partij Herri Batasuna verwoede pogingen om het Democratisch Alternatief, het geactualiseerde KAS, ingang te doen vinden bij een brede laag van de bevolking als oplossing voor het conflict. Onmiddellijk worden gerechtelijke stappen ondernomen en wordt de repressie opgedreven. Het antwoord van ETA laat niet op zich wachten. In 1996 werd de ex-rechter Francisco Tomas y Valiente vermoord en ook, de broer Fernando van de historische leider van de PSOE, Enrique Mugica Herzog. Fernando Mugica Herzog werd geliquideerd in Donostia, vlakbij het Justitiepaleis in de San Martin Kalea. Op 17 januari 1996 werd de gevangenisfunctionaris, José A. Ortega Lara (zie rubriek: "Financieel netwerk 3), ontvoerd door ETA, en op 11 november 1996 de advocaat, Cosme Delclaux (van Belgische afkomst?). In dat zelfde jaar pleegt ETA ook ongeveer 1000 sabotagedaden. Het jaar 1997 bracht geen verandering, integendeel. Merkwaardig is dat diezelfde gerechtelijke instanties de doodseskaders van GAL, die terreur en dood zaaiden in de vuile oorlog, nooit als een terroristische organisatie hebben bestempeld. In de vroege ochtend van 1 juli 1977 liet ETA de gijzelaar Cosme Delclaux vrij. Een paar uur later arresteerden speciale eenheden van de Guardia Civil 4 personen in de zone rondom Deba Goiena. Het was de groep die José A. Ortega Lara vasthield. Hij kwam dus vrij na 532 dagen gijzeling. Dat was een zware klap voor ETA, zowel op operationeel als op psychologisch vlak, want José A. Ortega Lara moest dienen als ruilmiddel voor het thema over de gevangenenspreiding. Maar ETA zal niet nalaten terug te slaan. Op 10 juli 1997 wordt Miguel Ángel Blanco door ETA ontvoerd. Hij was PP-gemeenteraadslid te Ermua en Galiciër van oorsprong. Via een telefoongesprek stelde ETA een ultimatum voor van 48 uur. De eis van ETA voor de vrijlating van Blanco was: binnen 48 uur alle gevangenen vrij. Volgens andere bronnen (Rui Pereira: “La guerra desconocida de los Vascos”) werd er met de Spaanse executieve contact opgenomen over de voorwaarden voor de vrijlating van Ortega Lara. De regering moest een onderhoud vastleggen met een onderhandelaar van de Baskische gevangenen, Txikierdi, zelf gevangen en woordvoerder van de opgesloten Basken. De regering weigerde. Miguel Ángel Blanco Onmiddellijk na de gijzeling van Miguel Ángel Blanco ontstond er een commotie zonder weerga in heel Spanje. Na hun weigering tot overleg was de regering overtuigd dat ETA hun dreiging tot uitvoer zou brengen. Hun strategie bestond er in de situatie zodanig te manipuleren dat alle zonden van Israël op het hoofd van ETA en Herri Batasuna zou terechtkomen. Met die strategie werd meteen de mond gesnoerd van een paar realisten, die wilden dat de regering zich wat flexibeler zou opstellen. De omstandigheden zaten de regering mee: een jong gemeenteraadslid uit een klein dorpje, en een ultimatum die de dagelijkse beslommeringen in een beklemmende sfeer omvormde. De regimepers haalde het grove geschut boven en sleurde de bevolking mee met hun opjuttend taalgebruik. De regering voelde zich uiteraard gesterkt door wat hun eigen broodschrijvers bij de bevolking hadden aangericht. Gedurende twee dagen mobiliseerden zich honderdduizenden burgers bij diverse manifestaties. De dag van het ultimatum verzamelden tienduizenden zich in Bilboa, onder aanvoering van Aznar. Ermua beleefde een dag van gespannen afwachting. Maar niets kon de vastberadenheid van ETA nog stoppen: op 12 juli 1997, om 17.00u werd het lichaam van Miguel Ángel Blanco gevonden op een afgelegen plek te Lazarte. En toen ze Blanco vonden, zegden ze dat hij nog leefde. Dat hielden ze dagen lang vol om die massahysterie verder uit te buiten. De emotionele shock werd groter en groter. Meer dan 1.00.000 mensen manifesteren op 14 juli 1997 in Madrid onder de leuze: Na de moord op Miguel Ángel Blanco was Euskal Herria getuige van de grootste reactie tegen ETA ooit meegemaakt. Aan alle balkons werden witte vlaggen opgehangen met een zwarte rouwband. Overal waren er manifestaties. De vele emoties werden door de media “live” uitgezonden, zonder scrupules. Een journaliste begon op tv plots te wenen en moest afgevoerd worden. De krant “El Mundo” publiceerde op 13 juli 1997 de foto’s van de bestuursleden van Herri Batasuna (die hier niets mee temaken hadden, integendeel, zij hadden een oproep gedaan tot vrijlating), met daarboven de niets onthullende titel: “Ellos han apretado el gatillo” (Zij hebben de trekker overgehaald). De krant “ABC” ontketende een batterij aan maatregelen om de onafhankelijkheidsgedachte in de kiem te smoren (o.a. de politieke partij Herri Batasuna verbieden). Vele Basken maakten plots, opportunistisch, een verkeerde keuze. De logische conclusie van al die opruiende taal is de start van een nooit eerder meegemaakte aanval op personen en eigendommen van al wie, van dichtbij of zelfs van veraf, te maken heeft met de onafhankelijkheidsgedachte. Het dragen van een symbool was al voldoende om aangevallen te worden. Het werd zo erg dat de Ertzaintza inzag dat zij aangesteld waren om de orde (de horde) te handhaven. De willekeur was immers compleet. Maar er werd geen enkele arrestatie verricht. Maar overmaat schaadt. De gemanipuleerde agressie bracht een gevoelen van verontwaardiging te weeg en van totale verbijstering en ontreddering. In verscheidene lokalen werden verdediginggroepen geïnstalleerd om de eigendommen tegen het losgeslagen geweld te beschermen en na een paar dagen richtte de woede zich tot de aanvallers. Veel burgers, enorm veel, ook zij die deelgenomen hadden aan de protestmanifestaties tegen de dood van Miguel Ángel Blanco namen afstand van het gewelddadige karakter van wat zij de Spaanse agressie begonnen te noemen. Terwijl de jubelende Spaanse politieke klasse sprak over “El espíritu de Ermua”, de geest van Ermua, en droomde van een politieke beweging “Foro de Ermua”, kregen zij het deksel op de neus. Op 21 juli 1997 wordt de Baskische politieke gevangene, Juan Carlos Hernando “Peli” dood aangetroffen in zijn cel van de gevangenis van Albacete (gelyncht?). De gevangenissen waren, tijdens de woelige dagen na de moord op Miguel Ángel Blanco, niet gespaard gebleven van opruiend protest en waren het toneel geworden van een intense “achtervolging” van Baskische gevangenen. Op 27 juli 1997 stapten tienduizenden manifestanten op in een betoging opgeroepen door Herri Batasuna, als een soort zelfbevestiging. De dagen die hierop volgden, bleef de spanning te snijden. Na verscheidene acties met bommen en granaten gedurende de zomer, kwam een lid van de nationale politie om te Basauri, bij een bomexplosie onder zijn wagen. De sociale reactie hierop was vernietigend klein. Waren er te veel gemanipuleerde pijlen verschoten bij de moord op Miguel Ángel Blanco? Was de batterij hatelijkheden uitgeput? Was alles al uit de kast gehaald? Blijkbaar. De moord op zich was al erg genoeg geweest, en iedereen was de gemanipuleerde agitatie, die zich tegen de totale onafhankelijkheidsbeweging keerde (die met de moord niets van dien had), kotsbeu. Op 12 september 1997 werd in de “Plaza de Toros, Las Ventas” te Madrid een herdenkingsconcert georganiseerd voor Miguel Ángel Blanco. Artiesten werden uitgejouwd: José Sacristán, omdat hij beschouwd werd als communist: Raimon, omdat hij een niet-Spaanse nationalist was… Leiders van Izquierda Unida (IU), en van de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) verweten de hommage als partijdig en propagandistisch, waarbij een ordinair en reactionair rechts hun gebrek aan cultuur ten toon spreiden. “Het ergste wat ze (de Partido Popular) konden doen, was munt slaan uit de dood van een slachtoffer van ETA, ten behoeve van het eigen PP-huis”. Ramón Jáuregui (PSOE) bekende dat hij schaamte en verdriet voelde. Alfonso Guerra (PSOE) verklaarde aan Europa Press; “De regering (PP) heeft van de Spaanse televisie een instrument gemaakt, die per me momenten deed walgen”. Maar de “redders des vaderlands”, de PP, bekommerden zich nergens om. Ze richtten groepjes op (¡Basta Ya!, Foro de Ermua…) en verzamelden blaaskaken als Fernando Savater om zich heen. Al vlug werd duidelijk wat hun bedoeling was: het doel heiligt de middelen. Op gelijke voet met de gewapende strijd van ETA, moest het Baskische nationalisme in zijn geheel worden uitgeroeid. Ieder slachtoffer van ETA werd met die doelstelling voor ogen gerecupereerd (Eigen slachtoffer eerst)! Slachtoffers van staatsterrorisme, van foltering en willekeur door de Guardia Civil , bestonden voor hen niet. Op de Plaza de la Constitución, in het oude centrum van Donostia, stond een "In Memoriam” met heel veel gedode ETA-militanten. Het werd weggehaald door de Ertzaintza. Het totale aantal slachtoffers (tussen de 400 en de 600) spreekt voor zichzelf.
19.06.2006: Hun ware gelaat
|



Op 19 juni 2006, bij de aanvang van het proces tegen "Txapote" en "Amaia" i.v.m. de ontvoering en de moord op 