1977 was een sleuteljaar voor de zogenoemde Transición. Naast de uitvoering van de delicate overgang naar een democratie, lag bovenop de politieke tafel een fundamentele kwestie: amnestie. In Euskal Herria, waar de strijd van de arbeidersbeweging (versterkt door jaren van industrialisatie) en de verzuchtingen voor een nationale bevrijding samenvielen, was de eis voor amnestie ruimschoots aanvaard. Vanaf de jaren 60 tot halfweg de jaren 70, een tijdspanne van ongeveer 15 jaar, waren er 4 algemene stakingen. En bij al die stakingen was de centrale eis, amnestie. Op 11 december 1974 bereikte het proces van strijd en solidariteit met de anti-Franquistische politieke gevangenen een hoogtepunt. ETA-pm had op 2 en 3 december al een algemene staking uitgeroepen onder de slagzin: “Libertad para los presos políticos, independencia de Euskadi y unidad del pueblo Vasco” (vrijheid voor de politieke gevangenen, onafhankelijkheid in Euskadi en eenheid van het Baskische volk). Die staking kende een enorm succes in Gipuzkoa en in mindere mate in Bizkaia. Maar ongetwijfeld was de staking van 11 december 1974 één van de belangrijkste politieke manifestaties tegen het regime van Franco sinds de Guerra Civil. Deze belangrijke gebeurtenis kreeg zelfs een voorpagina in de Engelse krant “The Guardian”. Meer dan 200.000 arbeiders namen actief deel aan de staking en het aantal manifestaties (uiteengeranseld door de veiligheidstroepen van Franco) was niet te schatten. Het jaar daarop, 1975, zijn we getuige van de laatste uitzonderingstoestand, uitgeroepen door Franco over Euskadi. Vanaf 1967 waren alle uitzonderingstoestand exclusief bestemd voor Gipuzkoa en Bizkaia samen, of afzonderlijk. Op 11 juni 1975 werd een zoveelste algemene staking uitgeroepen, tegen de uitzonderingstoestand en voor steun aan Txiki en Otaegi, die samen met 3 militanten van FRAP de doodstraf riskeerden. Het einde van dictator Franco (20 november 1975) betekende echter niet het einde van de repressie. Het geweld van de staat (staatsterrorisme) speelde een determinerende rol in de “architectuur van de hervormingen”. Tussen 1976 en 1980 alleen al pleegden Guardia Civil en ultrarechts meer dan 100 moorden. Net zoals de Guardia Civil had ook de Policía Armada maar één enkel objectief: de jacht op jonge activisten, de meesten jonger dan 20 jaar. De enige merkbare verandering was het feit dat de Policía Armada omgevormd werd tot de Policía Nacional, en dat de kleur van hun uniformen bruin werd i.p.v. grijs (later zou het blauw worden). Semana pro-Aministía: Semana trágica Ter gelegenheid van de kroning van Juan Carlos I, op 25 november 1975, werd een kwijtschelding van straf uitgevaardigd. Die kwijtschelding werd slecht toegepast op 773 gevangenen (van de 8903 die er opgesloten zaten). Van die 773 werden er 688 in vrijheid gesteld (de overigen kregen strafvermindering). Dit was de situatie op 1 juni 1976. De verbittering was groot en er werd algemene amnestie geëist. De Semana pro-Amnistia, de tragische week ten gunste van de amnestie, was gepland tussen 8 en 15 mei 1977 in Araba, Gipuzkoa, Bizkaia en Nafarroa. Er was een immense mobilizatie aan vooraf gegaan. Tussen 8 en 11 mei waren ontelbare bezettingen, ronde tafels en manifestaties schering en inslag. Maar het brutale optreden van de “ordehandhavers” was even immens. De manifestaties werden met harde hand, met traangas en met kogels onderdrukt, met als gevolg 6 doden (Rafael Gomez Jaúregui, José Luis Cano Pérez, Miguel del Cano, Manuel Fuentes Mesa, Luis Santamaría Miquelena en Gregorio Maritxalar Aistarán) en honderden gewonden. Op 16 mei 1977 werd een algemene staking afgekondigd tegen het buitensporige geweld van de ordehandhavers. De staking was algemeen. Er werd voorgesteld om de staking over het hele land uit te roepen, maar Marcelino Camacho, verantwoordelijke voor de CCOO-Comisiones Obreras (vakbond), in samenspraak met de pas erkende PCE-Partido Comunista de España, vond dit niet opportuun omdat hij van oordeel was dat alle acties die destabiliserend werkten, tegen de ontwikkeling van de arbeiders inging (maakte dit misschien deel uit van de geheime agenda die de erkenning mogelijk maakte?). Op 20 mei 1977, exact samenvallend met een actie van de “Bereziak” (speciale commando’s) van ETA-pm (de ontvoering van Javier de Ybarra Berge), aanvaardde de ministerraad tot ieders verbazing een formule van clementie. De zes ter dood veroordeelden van Burgos, samen met nog andere ETA-gevangenen, werden het land uitgewezen. België, Zwitserland, Denemarken, Nederland en Noorwegen waren bereid de ballingen op te nemen. Na de zomer van 1977 volgde dan de laatste amnestiemaatregel. Tussen januari en juni 1977 was er een enorme kloof ontstaan tussen Euskadi en de rest van Spanje. In 1976 doofde de strijd voor amnestie in Spanje uit, want de enigen die nog in de gevangenissen verbleven, waren Etarras. Terwijl in Euskadi een ongemeen brutale repressie aan de gang was, keerde in de rest van Spanje de normalisatie terug. De ervaringen van de Semana pro-Amnistía, ondanks de brutale repressie, versterkten de hoop van de militanten. Een mooi voorbeeld hiervan is het uitroepen van de “Marcha por la Libertad (Askatasunaren Ibilaldia)”, ten voordele van democratische vrijheden, recht op beslissing en amnestie voor politieke gevangenen en ballingen. De straat veroveren “La Marcha por la Libertad” doorkruiste in de maanden juli en augustus het totale geografische grondgebied van Euskadi. Een amalgaam van diverse organisaties groepeerde zich rondom de “Comisión pro-Amnistía”. Een en ander was het gevolg van het massale succes (tienduizenden deelnemers) van de voorbij Aberri Eguna, gevierd in april 1977, en de eerste toegelaten viering na de Guerra Civil. Als onderdeel van de “Mars” werden grote politieke concentraties en acties opgezet. In vrijwel elk dorp kregen ze te maken met het brutale optreden van de Txakurrak (scheldnaam voor de Guardia Civil). In elk dorp was het bang afwachten tot er op hen zou geschoten worden. De mars was samengesteld uit 4 verschillende colonnes die, vanuit 4 verschillende vertrekpunten, op 28 augustus 1977 samenvloeiden in Iruñea-Pamplona, waar een groots sluitingsceremonieel zou plaatsvinden. De verschillende colonnes deden tijdens hun mars de 7 Baskische provincies aan, in Hegoalde en Iparralde, en soms wel, soms niet verbleven zij 1 volle dag in de dorpen. Op die momenten werden allerhande activiteiten ontplooid: conferenties, rondetafelgesprekken, diverse competities, tentoonstellingen, dialogen, theateropvoeringen, muziekuitvoeringen, meetings, dansavonden, enz. De geplande mars bedroeg 1847 km en meer dan 500 dorpen werden doorkruist. De samenvloeiing van de 4 colonnes gebeurde te Arazuri, op een 5-tal kilometer van Pamplona. Van daar uit trok één grote massa naar Pamplona. Bijna 46.000 personenwagens en een 500-tal autobussen werden langs de route gesignaleerd, en men schatte het aantal deelnemers op meer dan 200.000.
Colonne 2 vertrok vanuit Gernika, en volgde Bermeo, Plencia, Bilbao, Sestao, Somorrostro, Balmaseda, Sodupe, Orduña, Llodio, Trebiño, Samaniego, Laguardia, Viana, Los Arcos, Estella via Puente La Reina, Arazuri te bereiken. Colonne 3 vertrok vanuit Agurain, en volgde Alsasua, Zegama, Ordizia, Tolosa, Leitza, Santesteban, Irurita, Elizondo, Maya, Ainhoa, Uztarritz, Hasparren, Bastida, Saint-Palais, Maule, Tardets, Uztarritz, Isaba, Roncal, Jaurrieta, Aribe, Viscarret om via Noain, Arazuri te bereiken. Colonne 4 vertrok vanuit Lodosa, en volgde Allo, Estella, Campezo, Azazeta, Gazteiz, Otxandio, Durango, Markina, Lekeitio, Ondarroa, Zumaia, Zestoa, Azpeitia, Azkoitia, Bergara, Alegia, Ormaiztegi, Tolosa, Hernani, Astigarraga, Behobia, Bera, Almandoz, Lanz, Ezcabarteom via Burlada, Arazuri te bereiken. Volgens berichten uit de krant “DEIA” had de samensmelting eigenlijk plaats te Ororbia (3 km van Arazuri), maar dat doet weinig ter zake. Wel ter zake is het feit dat een menigte van meer dan 100.000 manifestanten samen optrok naar Iruñea-Pamplona, waar hen de toegang geweigerd werd door tot de tanden bewapende Guardia Civil en andere oproeppolitie. Na de begrijpelijke spanning werd de slotceremonie dan maar te Arazuri gehouden. Kreten als: "3 de Marzo" (verwijzend naar de 5 neergeschoten betogers in de manifestatie te Vitoria op 3 maart 1976), "Apala askatu" (Apala vrij), "Independentzia" (onafhankelijkheid), "Sozialismoa" (socialisme) en "ETA, herria zurekin" (ETA, het volk is met jullie), waren niet uit de lucht. Ook het prachtige en ontroerende lied, “Eusko Gudariak” weerklonk met volle kracht uit de menigte. Hoewel verbannen, maakten de 6 moedige ballingen, ter dood veroordeeld bij het Proces van Burgos, en enkele anderen, waaronder Telesforo Monzón, hun opwachting in Durango, waar zij op een oorverdovend applaus ontvangen werden. Zij waren clandestien de muga (grens) overgestoken om bij hun volk te zijn. Een van de belangrijkste aspecten (gevolgen) van de Mars was een ommekeer van het leiderschap in de strijd van het volk. Het gewicht verplaatste zich van het conservatieve nationalisme van de PNV naar het radicale linkse nationalisme van diverse organisaties, genoegzaam bekend als Ezker Abertzaleak. De emanatie hiervan was de oprichting van een coalitie en later politieke partij Herri Batasuna, ontsproten in de zelfde maand augustus 1977 op de Mesa de Alsasua. De brug over de Rio Arga, op weg naar Arazuri
Gedeeltelijk aspect van de concentratie in Arazuri
Tribune met de sprekers in Arazuri
Valse antwoorden De “Ley de Amnistía” van 6 oktober 1977, goedgekeurd in het Congres, was een koehandel. Er werd een soort ruil opgezet: de gevangenen die geageerd hadden tegen de dictatuur werden in vrijheid gesteld, maar het regime kreeg algemene absolutie en werd nergens voor verantwoordelijk gesteld. Op die manier bleven de willekeur van het staatsterrorisme (het ergste moest nog komen), de folteringen, de arrestaties ongemoeid. De wet liet de wonden open en nam hierdoor meer en meer afstand van de mogelijkheid op de onontbeerlijke voorwaarden om een duurzame vrede te garanderen. Fran Aldasoro was de laatste politieke gevangene die als gevolg van de “Ley de Amnistía” in vrijheid gesteld werd. Maar de celdeuren bleven niet lang open, en al vlug begonnen de cellen weer vol te lopen. Sinds 1977 zijn er alweer meer dan 4000 burgers, met pieken tot 5000, de celdeuren binnengeslagen. Daarom is de strijd voor amnestie zowel methode als doel. Het bereiken van een vredesakkoord heeft veel te maken met het toekennen van amnestie. |



