|
de BORBÓN y BORBÓN-DOS SICILIAS
Rey Juan Carlos I Politieke antecedenten Juan de Borbón, zoon van koning Alfonso XIII en wettelijke erfgenaam van een hypothetisch Koninkrijk Spanje, publiceerde op 19 maart 1945 het Manifiesto de Lausana (*). In dat manifest trok hij op een ongemeen harde manier van leer tegen de Franquistische dictatuur en bood aan het Spaanse volk de mogelijkheid op een niet welomlijnde monarchie (hij presenteerde een constitutionele monarchie als gematigd alternatief voor het regime van Franco). Hij verwierp het Franquistische regime, gebaseerd op het Duitse en het Italiaanse totalitaire systeem, omdat het gefaald had. Hij beloofde ook een serie prioriteiten in geval hij als monarch kon terugkeren: de goedkeuring van een grondwet, de erkenning van de rechten van de mens, garantie op politieke vrijheden, de installatie van een democratische wetgevende assemblee, de erkenning van de regionale verschillen, amnestie voor politieke gevangenen en een billijker verdeling van de rijkdom. Als gevolg van dit manifest twijfelde Franco over de wettelijke erfgenaam als mogelijke opvolger.
De voorafgaandelijke beslissing Op 31 maart 1947 werd Juan de Borbón geïnformeerd door minister Carrero Blanco, in opdracht van Francisco Franco en in de hoedanigheid van redacteur van de “Ley de Sucesión” (de wet die de opvolging moet regelen), dat het Franco zelf zal zijn die de monarch voor het koninkrijk zal aanduiden: “Op het ogenblik dat het hem het best schikt”. Bovendien rapporteerde Carrero Blanco aan Juan de Borbón –de wettelijke troonopvolger- dat hij ook in aanmerking komt als koning van Spanje, op voorwaarde dat hij getrouwheid zweert aan het Spanje van de “Movimiento Nacional” (het totalitaire mechanisme, gebaseerd op het fascisme, als zijnde de enige weg om te participeren in het Spaanse openbare leven), het katholicisme, het anticommunisme en het antiliberalisme. Het manifest van EstorilOp 7 april 1947 publiceerde Juan de Borbón een manifest, Het manifest van Estoril (*), waarin hij de onwettelijkheid van de Ley de Sucesión poneerde, omdat die wet wijzigingen (verdraaiingen) vooropstelde ten aanzien van het rechtskarakter van de monarchie zonder de wettelijke troonopvolger te erkennen of te raadplegen.
Het referendum Op 6 juni 1947 werd het referendum georganiseerd over de “Ley de Sucesión”, en volgens officiële (?) cijfers trok 89% van de Spanjaarden naar de stembus. Volgens diezelfde officiële (?) cijfers stemde 93% voor en stemde slechts 4,7% tegen ( 2,3% blanco of ongeldig). De definitieve beslissing Vanaf 18 juli 1947, als gevolg van de nieuwe wet, handelde Franco als monarch van het onlangs geproclameerde koninkrijk Spanje, met dien verstande dat de troon vacant bleef. Op zijn plezierjacht “El Azor”, gelegen in de Golf van Bizkaia, kwam Franco op 25 augustus 1948 tijdens een onderhoud met Juan de Borbón overeen, om diens 10-jarige zoon Juan Carlos naar Madrid over te brengen om zijn studie in Spanje te voltooien (hij verbleef op dat ogenblik in Rome). Ook de andere zoon, Alfonso de Borbón y Borbón-Dos Sicilias, kon hem vergezellen. Franco beloofde aan Juan de Borbón dat de monarchistische krant “ABC” in alle vrijheid zou kunnen informeren en dat alle beperkingen tegen monarchistische activiteiten zouden opgeheven worden. Op 9 november 1948 werd Juan Carlos door Franco op zijn residentie “El Pardo” ontvangen, waar hij geïnformeerd werd dat een groep professoren van niet mis te verstane trouw aan de “Movimiento Nacional” (het totalitaire mechanisme, gebaseerd op het fascisme, als zijnde de enige weg om te participeren in het Spaanse openbare leven), belast werd met zijn opvoeding. Op 24 december 1961 greep een accident plaats dat van grote invloed zou zijn voor de opvolging van Franco. Op die datum was er een jachtpartij gaande in de bossen van El Pardo, de toenmalige residentie van de Generalísimo. Pers en radio, gewurgd door de censuur, besteedden er geen aandacht aan, maar de geheime diensten van de V.S. brachten het accident toch aan het licht, omdat het een enorme invloed had op Franco aangaande zijn houding op het leven en de toekomst. Op 21 juli 1969 werd Juan Carlos de Borbón door Franco aangeduid als zijn opvolger (de wettelijke troonopvolger, Juan de Borbón, negerend), en hij kreeg de titel van “Príncipe de España” (prins van Spanje). De dag dat Franco zijn opvolger aanwees Op 22 juli 1969, op grond van de “Ley de Sucesión en la Jefatura del Estado del 26 de julio de 1947” (*), werd Juan Carlos door Franco aan de Cortes Españolas voorgesteld, met de titel van Rey de España, als zijn opvolger. Dit gebeurde nadat de jonge prins de eed van trouw had afgelegd aan de “Leyes Fundamentales del Reino y los principios del Movimiento Nacional”, of het Franquistische en fascistische ideeengoed. De slechte verhouding tussen Juan de Borbón y Battenberg (derde zoon en wettelijke opvolger van koning Alfonso XIII) hadden er voor gezorgd dat de wettelijke opvolgingslijn werd genegeerd. Deze negatie werd door Juan Carlos aanvaard, waardoor er een intern conflict ontstond in de “Casa Real de Borbón”, het Koninklijke huis Borbón. Juan de Borbón y Battenberg, Conde de Barcelona, heeft tot 1977 nooit afgezien van zijn rechten op het koningschap. Dat gebeurde dus pas twee jaar na de troonrede van zijn zoon en op het moment dat Franquistische regime tot het verleden (?) behoorde.
Maar Juan Carlos, die de graad van generaal bereikt had, kon op een ontegensprekelijke steun rekenen van de Fuerzas Armadas (de strijdkrachten), mede omdat hij door Franco zelf was aangeduid. De relatie werd nog aangehaald toen Juan Carlos, als plaatsvervanger voor de zieke Franco, op 2 november 1975 een bezoek bracht aan het toenmalige Spaanse Sahara. De klap op de vuurpijl voor de Fuerzas Armadas was de eedaflegging geweest op 22 juli 1969, toen Juan Carlos zijn discours begon met de affirmatieve aanvaarding dat hij uit handen van de Jefe del Estado, el Generalísimo Francisco Franco, de politieke legimiteit, ontsproten op 18 juli 1936 (begin staatgreep), had ontvangen. Op 20 november 1975 overleed Franco en Juan Carlos de Borbón werd op 22 november 1975 als Jefe de Estado geproclameerd en als koning Juan Carlos I gekroond in het Palacio de las Cortes. Op 22 november 1975, de geest van Franco levendig, legde koning Juan Carlos I, voor God en de Heilige Evangeliën, dezelfde eed af als op 22 juni 1969: “Cumplir y hacer cumplir las Leyes Fundamentales del Reino y guardar lealtad a los Principios que informan el Movimiento Nacional", de fundamentele (Franco)wetten van het koninkrijk nakomen en doen nakomen, en de loyaliteit aan de principes van de Movimiento Nacional beschermen. Bron: Noticias de Gipuzkoa, Noticias de Alava, Noticias de Navarra en Deia, 22/07/09. Nabeschouwing Er wordt ook wel eens geopperd dat de benoeming van Juan Carlos samenvalt met de immense druk die de potentaten van Francoregime uitoefenden. Twee van die vooraanstaande potentaten zijn de toenmalige voorzitter van de regering, Luis Carrero Blanco, en Laureano López Rodó, minister van Buitenlandse Zaken onder Carrero Blanco waarmee hij nauwe banden had en fundamentalist van Opus Dei. Zij, samen met nog een hoop Franquisten van het eerste uur, wilden het Franquisme (zonder Franco dan) blijven waarborgen, en zij waren ervan overtuigd dat een prins die trouw gezworen had aan de principes en de wetten van het Movimiento en bovendien zijn vader Juan de Borbón verraden had, gemakkelijk manipuleerbaar zou zijn. Aldus geschiede, en Juan Carlos I slaagde er in dat een Borbón terug op de troon kwam, ondanks het feit dat dit gebeuren ophef en gedonder veroorzaakte in de familie van zijn vader. |


