De Baskische school Een Ikastola is een school waar het onderwijs integraal in het Euskara (het Baskisch) plaatsvindt. Ikastolas vinden we terug in Hegoalde (Spaans-Baskenland), gedeeltelijk in Nafarroa (Navarra) en in Iparralde (Frans-Baskenland). In Euskadi is het merendeel van de Ikastolas geïntegreerd in het publieke onderwijsnet. In de Comunidad Foral de Navarra is een “zonificación territorial lingüística” (vastleggen van een territoriale zone voor taalgebruik) van kracht die de Ikastolas regionaal verdeeld. Alleen in de ‘vascofone’ en de gemengde zone zijn de Ikastolas geïntegreerd in het publieke onderwijssysteem, op basis van het co-officiële taalstatuut samen met het castellano (Spaans). In de derde zone zijn de Ikastolas het resultaat van privé-initiatieven. In deze laatste zone en een stuk van de gemengde zone, worden de Ikastolas beschouwd als “alegaal” (niet in de wet voorzien) door de regering van Navarra.
In Iparralde (Frans-Baskenland) wordt het Euskara niet als officiële taal erkend, net zo min als andere minderheidstalen, bv. Bretoens, hoewel onderwijs in de Ikastolas wordt getolereerd. De Ikastolas van deze regio zijn verenigd in de organisatie “Seaska”, en de leraars krijgen een wedde van het Ministerie van Onderwijs. Het oprichten van de gebouwen, het onderhoud, de uitrusting en het didactische materiaal moet bekostigd worden door ouders en sympathisanten. Geschiedenis Het begin van de Ikastola Het verlangen om het Euskara in het lager onderwijs in te voeren was frequent in de 18de eeuw, maar pas in de 19de eeuw kunnen we spreken van een paar noemenswaardige feiten. Agustín Paskual Iturriaga schreef in het begin van die eeuw een paar boeken in het Euskara uitsluitend voor kinderen, en schreef interessante ideeën neer over de problemen van het Baskische onderwijs: “Diálogos basco-castellanos para las escuelas de primeras letras de Guipúzcoa” (1842). Sabino Arana Goiri publiceerde in 1897 “Umiaren lenengo aizkidia”, een boekje voor kinderen met meer symbolische dan pedagogische waarde. Omstreeks 1896-1897 stichtte Resurrección M.ª de Azkue in Bilbao het “Colegio Ikastechea”, met lager onderwijs exclusief voor jongens die zowel Castilliaans als Euskara spraken. De lessen werden niet in het Euskara gegeven, maar handelden over de taal Het jaar 1914 vertegenwoordigde een sleutelmoment in de geschiedenis van de Ikastolas. Dit jaar stichtte Miguel de Muñoa in San Sebastián de eerste Ikastola “Koru'ko Andre Maria'ren Ikastetxea”, waar het onderricht volledig in het Euskara verliep. De vooroorlogse Ikastola Tussen 1918 en 1936 werd onder de vleugels van de SEV-Sociedad de Estudios Vascos (genootschap voor Baskische studies) een belangrijke inbreng geleverd om een minimale infrastructuur te voorzien die voldeed aan de wensen van onderwijs in het Euskara voor jongeren: het opmaken van schoolse teksten, organisatie van opleidingscursussen voor leraars, middelen voorzien om een wettelijke ordening te bekomen voor de inplanting van tweetalig onderwijs (door Spanje nooit toegekend). Het model van de Ikastola van Muñoa werd door veel andere gemeenten overgenomen: Tolosa (1921), Rentería (1928), Placencia (1932), Bergara (1932), Pamplona (1932), Estella (1932), Gasteiz (1933) en Elizondo (1935). In die jaren 30 volgden ook Oñate, Segura, Irura en Andoain, allemaal in Gipuzkoa, dit voorbeeld. In 1932 werd in Bilbao de Eusko Ikastola Batza (Federación de Escuelas Vascas), opgericht, onder de auspiciën van de vrouwelijke vleugel van de PNV en de jongerenvleugel, Eusko Gaztedi. De fundamentele karakteristieken waren: volks, open voor alle klassen uit maatschappij, onverkort Baskisch en christelijk en open voor de nieuwste pedagogische stromingen (Decroly en Montessori). In 1936 was het “instituut Ikastola” over het hele Baskenland verspreid. Dan kwam de burgeroorlog en Franco. De Ikastolas werden met tak en wortel uitgeroeid, het Euskara werd verboden, onnoemlijk veel leerkrachten moesten op de vlucht in ballingschap (onder hen ook Miguel de Muñoa), om nooit meer terug te keren. Wie niet vluchtte, werd gearresteerd en opgesloten of nog erger gefusilleerd. Ook erg jonge kinderen kregen het zwaar te verduren.
De clandistiene Ikastola: Elbira Zipitria
Bidegileak = de pioniers De Spaanse Burgeroorlog was nefast voor het onderwijs in het Euskara. Alle Ikastolas verdwenen, zodat ouders zich verplicht zagen thuis hun kinderen de taal aan te leren. Maar dat was louter improvisatie. De taal werd gecultiveerd door middel van liederen, poëzie, verhalen, fabels… afkomstig uit de rijke folklore van het land of uit werken van schrijvers als Nikolas Ormaetxea "Orixe" (1888-1961) of Joxe Mari Agirre "Xabier Lizardi" (1896-1933).Socio-politieke karakteristieken Tussen 1960 en 1976 konden wij een grote uitbreiding meemaken van de Ikastola over het gehele Baskische grondgebied. Dit fenomeen had te maken socio-politieke karakteristieken:
De voornaamste drie elementen die fundamenteel waren voor de uitbreiding, waren taal, nationalistisch bewustzijn en financiële middelen.
Evolutie van het leerlingenaantal
Bron: SIADECO (Sozio-Ekonomi Ikerketa Elkartea). De taal van de ouders Het feit dat de ouders voor het merendeel Basken van geboorte waren, betekende nog niet dat zij allemaal het Euskara machtig waren. Dit geeft al een richting aan over de talenkennis van hun kinderen. Het niveau van kennis wordt in onderstaande tabel uitgedrukt:
Bron: SIADECO. (A = Alava / B = Bizkaia / G = Gipuzkoa / N = Navarra) Er kan hieruit afgeleid worden dat de “vascofone families” zich hoofdzakelijk in Gipuzkoa bevonden, terwijl de kennis van het Euskara in Araba-Álava en Nafarroa-Navarra eerder aan de lage kant lag. In beide provincies hebben de machthebbers zich altijd aangeschurkt bij Madrid. Bizkaia volgt Gipuzkoa op de voet, hoewel nog een 15% lager. Een korte analyse leert ons dat 43% van zowel de vaders, als de moeders, het Euskara machtig waren en 57% er geen of onvoldoende kennis van hadden. De vorming van de leerkrachten Tijdens de jaren van grote uitbreiding stelde zich het dringende probleem van voldoende leerkrachten. Op dit op te vangen werd de figuur van de "andereño laguntzaile" in het leven geroepen: jonge vrouwen die assisteerden bij de volwaardige leerkrachten. Hun werkzaamheden, onder de leiding van een ervaren en gediplomeerde andereño (jonge vrouw), werden beperkt tot de opleiding van kleuters afkomstig uit hun eigen dorp. Uiteraard werkte die aanpak de legalisatie van de Ikastolas niet in de hand, maar aan de andere kant was dit de enige oplossing om niet totaal te verdwijnen. Vanaf 1975 volgde dan een meer positieve evolutie: de incorporatie van mannelijke gediplomeerde leerkrachten (In 1966 werd de groep "Gordailu" opgericht, een groep professoren die zouden instaan de vorming van leerkrachten en pedagogische onderricht. In 1968 werden ook, via de “Federación de Ikastolas”, gelijkaardige initiatieven genomen). De leerkrachten werkten gedurende jaren zonder eigen vereniging of syndicaat, maar ook dat probleem werd door de “Federación de Ikastolas” op zich genomen zodat in 1982 de opdracht zich beperkte tot vorming en de syndicale problemen gekanaliseerd werden naar andere, al bestaande, syndicaten. Het economische probleem Het probleem van de economische kwestie is altijd al een zware last geweest waarmee de Ikastolas te kampen kregen (ook nu nog, vooral in Iparralde). In de beginjaren, onder de drijvende kracht van Elbira Zipitria, werden de werkingskosten onder controle gehouden door de ouders die maandelijks een gematigde bijdrage per leerling betaalden (In de vakantieperiode zaten de ‘andereños’ dus zonder inkomsten en er was al helemaal geen sprake van sociale zekerheid. Een vrij precaire situatie dus, die pas halverwege de jaren 70 werd opgelost). De eerste mars, de Kilometroak, werd op 16 oktober 1977 in Beasain gevierd. Er kwamen 15.000 wandelaars op af. Langs het circuit staan “txoznas”, kraampjes met eten en drinken, met muziek, met vermakelijkheden. De marsen beslaan een beperkt aantal kilometer en iedere deelnemer betaalt een bepaald bedrag per kilometer. Het initiatief kende al vlug navolging. Het deelnemersaantal is in de loop der jaren gestaag gestegen tot een aantal van boven de 100.000 deelnemers.
Ook de toelagen van de staat en van de parastatalen waren ontoereikend. In 1975 solliciteerde de “Federación de Ikastolas” naar toelagen voor de bouw van 27 nieuwe scholen. Er werden er maar 4 toegekend. En voor de bekostiging van gratis onderwijs werden van de 52 aanvragen slecht 26 toegekend. Om een duidelijker beeld te krijgen van het probleem, wil ik dit graag in geld uitdrukken: voor het cursusjaar 1974-1975 werd de totale kostprijs geraamd op 180.100.000 peseta’s. De staatstoelage was 49.745.000 peseta’s. De legalisatie van Ikastolas De Ikastolas werden opgericht in volle dictatuur, en de houding van Franco, ten opzichte van alles wat Baskisch was, is genoegzaam bekend. En toch werd één Ikastola gelegaliseerd, die van "Resurrección M.ª de Azkue" te Bilbao. Dit was een uitzondering en wel om reden van het gekende functioneren (disfunctioneren) van de bureaucratie onder Franco. Er was dus een vergissing begaan. In 1966 en 1967 ijverde de Euskaltzaindia, Academie van de Baskische taal, voor de legalisatie van de resterende Ikastolas. Het antwoord was vernietigend. De Gobernador Civil de Gipuzkoa, burgerlijke gouverneur, stuurde op 19 juli 1968 een brief, zonder de woorden Ikastola of Euskara te gebruiken, met volgende inhoud:
Maar de Gobernador Civil dreef het nog verder: “Om te vermijden dat de toestand verergert, worden volgende disposities genomen:
Verstomming alom. Angst en paniek maakten zich van de ouders en de leerkrachten meester. In de onwettelijkheid blijven doorwerken, betekende immers dat de afgestudeerde jongeren niet over een “Libro de Escolaridad” (geldig einddiploma) konden beschikken. Dit was het enige rechtgeldige document om verder te kunnen studeren. De “Asamblea de Padres”, assemblee van ouders, richtte zich noodgedwongen tot de “Iglesia Diocesana”, diocesane kerkinstelling, die over de juridische bevoegdheid beschikte om de eigen scholen te legaliseren (ten tijde van Franco was er geen scheiding tussen Kerk en Staat, daarom werd de kerk ook bedacht met de term “nationaalkatholicisme”). De Baskische kerk was grotendeels van een ander kaliber en onder druk van de lagere clerus nam zij het merendeel van de Ikastolas onder haar hoede en kon de legalisatie doorgang vinden (de resterende Ikastolas werden gelegaliseerd als private centra volgend artikel 27 van de “Ley de Instrucción Primaria”, of ze gebruikten formules als naamloze vennootschap of coöperatieve). In 1969 stuurde de Gobernador Civil een nieuwe brief waarin hij de sluiting verordende van de “preescolares”, de peuter- en kleutertuinen. Er werd hier vlug een mouw aangepast door die “preescolares”, met de hulp van de Baskische kerk, om te vormen tot “Centros de Catequesis de la Iglesia”, centra voor catechese. In dat zelfde jaar nam de “Asamblea de Padres” en de la Diocese het besluit om de “Federación Diocesana de Ikastolas” op te richten. Alle Ikastolas kwamen op die manier onder de jurisdictie van de Baskische kerk. Dit akkoord hield stand tot 1978. Met het vooruitzicht op nieuwe perspectieven (overgang naar de democratie en de nieuwe grondwet) besliste de Federatie van Gipuzkoa uit de voogdij van de kerk te stappen om zich om te vormen tot een burgerlijk instituut. De “euskaldunización” van de Spaanssprekende kinderen De buitengewone groei die werd vastgesteld, veroorzaakte een nieuw en belangrijk probleem: de aanzienlijke toevloed van eentalige leerlingen met Castilliaans als moedertaal of tweetalige leerlingen met een overheersing van het Castilliaans. Dat was een heel positief resultaat, maar het verplichtte de leerkrachten ertoe, zowel qua psychologie van de taal als qua psychologie van de opvoeding, om er een doeltreffend antwoord op te geven. De analyse die gemaakt werd, luidde als volgt: 1) De inplanting van de Ikastola mocht zich niet exclusief tot het “País Vasco vascófono” beperken, want de opdracht was niet het onderhoud van de taal, maar wel de recuperatie ervan. 2) Slecht de helft van de leerlingen die de Ikastolas bevolkten, had het Euskara als moedertaal. 3) De context van een groot deel van de leerlingen was dus Spaans. Dat wilde zeggen dat in de extreme gevallen de enige mogelijkheid tot contact met het Euskara via de leerkracht kon gaan. 4) Het was duidelijk dat er op het vlak van de sociolinguistische context sprake was van diversiteit. Het was dus noodzakelijke verscheidene taalkundige typologieën uit te werken en minimumcriteria vast te leggen. 5) Het algemene besluit was dat de Ikastola geen gereserveerd getto mocht worden voor autochtonen. De deelname van immigranten zou hierdoor langzaam maar zeker in stijgende lijn gaan. Die deelname zou ook het bewijs leveren van een diepgaande inzet tot integratie. Het implementeren van de Ikastola in Iparralde In 1964 huldigde een klein groepje ouders de 1ste Ikastola in Iparralde in, en wel te Arrangoitze-Arcangues. Er waren 5 leerlingen, onder de bescherming van “Seaska”, een associatie die zich tot doel stelde een evenwichtig en tweetalig onderricht (Frans en Euskara) te promoten. Dit objectief impliceerde vooruitstrevende en specifieke pedagogische methoden. Seaska strijdt tegenwoordig voor de legalisatie van de Ikastolas op alle vlakken, en wil dat het netwerk van Ikastolas wordt erkend door het Franse Ministerie van Onderwijs. Deze strijd dateert al van 24 januari 1982, toen 8.000 handtekeningen verzameld werden bij politieke partijen, syndicaten en burgemeesters. Een conventie werd in september 1983 ondertekend tussen Seaska en het nationale Ministerie van Onderwijs. Er volgden later nog akkoorden, maar het verdere verloop kan u het best nalezen op de webstek van Seaska zelf. Bron: Bernardo Estornés Lasa: “Auñamendi Entziklopedia”
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| De Vlaamse inbreng Flandriatik Ikastolentzat |
|
Oztibarreko oihanean. Dankzij mijn steun zal een beuk geplant worden in het bos van Oztibarre. Flandriatik Ikastolentzat, Vlaams Steuncomité voor Baskische Scholen. |
Erdozaintzi Etxart Kolegioa
In Iparralde (Frans-Baskenland) is er nog altijd een gevoelig tekort aan middelen voor de Ikastolas (Baskische scholen). Niet ver van Saint-Jean-Pied-de-Port (Donibane Garazi), op de weg naar Saint-Palais (Donapaleu) liggen de dorpjes Larceveau (Larzabale) en Ostabat (Oztibarre).
In Oztibarre is recent, op 13 oktober 2007, een nieuwe Ikastola ingehuldigd: het “Erdozaintzi Etxart Kolegioa”. De autonome regering van Vitoria-Gasteiz (zetel Baskische regering) uit Hegoalde (Spaans-Baskenland) heeft alle bouwkosten op zich genomen via een (nep)-‘Stichting’, want de rechtse franskiljonse “machthebbers” in Iparralde (Frans-Baskenland) hebben heftig geprotesteerd tegen wat zij noemen de “inmenging” van Vitoria-Gasteiz (zetel Baskische regering): “… ils se mêlent dans les affaires intérieures de la France!...” Het zijn natuurlijk hypocrieten, want zelf steken ze geen hand uit om een bijdrage te leveren.
Voor de uitrusting van de Ikastola (schoolmeubelen, didactische materiaal) moeten de 2 oudercomités 110.000 euro’s bij elkaar zien te krijgen. Maar Oztibarre is arm.
Het is mogelijk aandeelhouder te worden van de Ikastola van Oztibarre door stortingen vanaf 30 euro’s.










