Rusteloos als hij was, besloot hij om op 31-jarige leeftijd terug te keren naar Euskal Herria, bleef gedurende een zekere tijd in Bilbo en vertrok opnieuw naar Madrid. In Madrid verdiende hij zijn brood door liederen te zingen in een café, dat hoofdzakelijk gefrequenteerd werd door Basken. Hij sloot er vriendschap met een toondichter, Altuna, en op een avond stelde hij een nieuw lied voor aan de klanten van het café: Gernikako arbola.
da bedeinkatua Euskaldunen artean guztiz maitatua. Eman ta zabal zazu munduan frutua adoratzen zaitugu arbola santuba Gewijde boom van Gernika door alle Basken bemind. Geef en verspreiduw vruchten over de hele wereld Jij, heilige boom, wij vereren je
Het lied kende een overweldigend succes onder het clientèle van het café San Luis. Ook in zijn thuisland, waar hij ondertussen teruggekeerd was, kende het lied zo'n bijval dat het de hymne van Euskadi werd. Hij werd gearresteerd omdat het lied een belediging zou zijn voor Spanje. Vele jaren later vond men het lied te liberaal en te internationalistisch (vruchten over de hele wereld) en op 29 april 1905 verscheen in de krant "Patria" een nieuwe nationalistische hymne, geschreven door Sabino Arana. |

