Otegi werd op 6 juli 1958 geboren te Elgoibar in Gipuzkoa. Hij is getrouwd en vader van twee kinderen. Hij studeerde af als Licentiaat Letteren en Wijsbegeerte. Zoals zovele jongeren was hij ook, in zijn geboortestad, toegetreden tot ETA-pm (zie rubriek: "Historiek ETA 10), met schuilnaam “Gordo”. Hij geraakte als lid van een commando verwikkeld in de aanslag op een tankstation, in de roof van voertuigen, in de aanslag op de militaire gouverneur van Donostia en in de bevrijding van een gevangen Etarra uit een hospitaal. Als gevolg hiervan was hij genoodzaakt in 1977 te vluchten naar Iparralde. Op 3 juli 1979 maakte hij samen met José María Ostolaza Pagoaga en Luis Alcorta Maguregui, deel uit van het commando “Kalimotxo” bij de mislukte poging tot ontvoering van een UCD-volksvertegenwoordiger uit Soria, Gabriel Cisneros (later PP-volksvertegenwoordiger). Na zijn gevangenschap ruilde hij ETA-pm (die intussen opgedoekt en vervangen was door ETA-m) voor een politieke loopbaan. In augustus 2000 wordt een klacht tegen hem ingediend door de openbare aanklager van het TSPV- Tribunal Superior del País Vasco wegens “verheerlijking van het terrorisme”. Dit zijn de feiten: Op 7 augustus 2000 komen 3 (mogelijk 4) personen (2 mannen en een vrouw) om het leven in Bolueta (Bilbao) nadat de bomauto waarin ze reden tot ontploffing kwam. Eén van het zou Patxi Rementeria zijn, chef van het “comando Bizkaia”. Arnaldo Otegi noemt de (inmiddels) 4 van Bolueta “compañeros” en “patriotas”. De linkse abertzalepartij roept “een dag van strijd” uit op 12 augustus 2000. Die dag wordt in Bilbo door duizenden (10.000 volgens sommige agentschappen) de laatste eer bewezen aan de vier Baskische soldaten die om het leven kwamen toen de bomauto die ze bestuurden de lucht in ging. Behalve Arnaldo Otegi namen ook nog María Jauregi en Jon Idígoras het woord. Volgens de laatste veronderstellingen ging het in Bolueta, behalve om Patxi Rementria, ook nog om Ekain Ruiz, Zigor Aranbarri en Urko Gerrikagoitia. Het werd een emotioneel eerbetoon. Op de Aberri Eguna van 31 maart 2002 te Donibane Lohitzune (Saint Jean de Luz) zou Arnaldo Otegi zijn toespraak besloten hebben met de kreet "Gora ETA" (Leve ETA). Op "verheerlijking van het terrorisme" kan één tot twee jaar opsluiting staan. Arnaldo Otegi zou helemaal niet "leve ETA" geroepen hebben, maar "Gora Euskadi Ta Askatasuna, "Leve Baskenland en Vrijheid." Het is echter wél zo dat de "naam" ETA komt van de beginletters van deze drie woorden! Meteen wordt het duidelijk dat het er enkel om te doen is Otegi achter de tralies te krijgen. Karlos Garaikoetxea, voormalig Lehendakari, zegt dat deze drie woorden toch niet verboden zijn. Maar voor Basken gelden andere wetten: op 09 april 2002 wordt Arnaldo Otegi aangeklaagd door de Spaanse Procureur Generaal, Cardenal, wegens verheerlijking van het terrorisme op de viering van de Aberri Eguna op Paasdag in Lohitzune. De uitspraak van Arnaldo Otegi, "Gora Euskadi ta Askatasuna" (Leve Baskenland en Vrijheid) op het einde van zijn toespraak op de Aberri Eguna-viering in Lohitzune, op Paasdag 1 april 2002, kostte hem een onderzoek op verdenking van "verheerlijking van het terrorisme" en dat diende gestraft te worden, ook al gebeurde dit, volgens Spaanse normen, "in het buitenland". Nu heeft het Spaanse Opperste Gerechtshof deze zaak geklasseerd en daarbij spreekt de Spaanse pers steeds maar weer over het delict van het roepen van "vivas aan ETA" en dus het "ophemelen van het terrorisme". Ondanks deze klassering loopt de Batasuna-kopman nog steeds een risico: er werd namelijk beroep aangetekend tegen deze klassering. Niet door de eerste de beste, maar door Jesús Cardenal, de Procureur Generaal zélf! Op 15 juni zal Cardenal zich neerleggen bij de beslissing van het Hooggerechtshof. De uitspraak op 15 juni 2002: "Terrorisme kan enkel gebeuren door gewelddadige acties tegen personen of hun bezittingen en kan het roepen van de slogan 'Gora Euskadi ta Askatasuna' in het buitenland niet vervolgd worden door het Spaanse gerecht". De Hoge Raad klasseert de klacht tegen Arnaldo Otegi voor vermeende "verheerlijking van het terrorisme". Op 26 februari 2003, op de vooravond van het bezoek van de Spaanse koning Juan Carlos aan Baskenland, verklaarde Otegi op een persconferentie: "De koning, als hoofd van de strijdkrachten, is verantwoordelijk voor de folteringen". Hij alludeerde hiermee op de penibele toestand (Folterpraktijken in de Zaak Egunkaria) van de toenmalige opgesloten directeur van de krant Egunkaria, Martxelo Otamendi. In het Baskische hoogste gerechtshof werd Otegi vrijgesproken op basis van het recht op vrije meningsuiting. Op 27 maart 2003 worden Herri Batasuna en Euskal Herritarrok buiten de wet gesteld, maar Otegi blijft zijn partij in het openbaar vertegenwoordigen. Op 03 april 2004 wordt Arnaldo Otegi door een afdeling van de Spaanse Justitie, die in Baskenland zetelt, veroordeeld tot 15 maanden cel en 8 jaar ontzetting. De strafbare feiten gebeurden nochtans op het ogenblik dat Otegi van een parlementaire onschendbaarheid zou moeten genieten. Otegi zou het terrorisme vereerd hebben tijdens de ontvangst van de stoffelijke resten van Olaia Kastresana op de begraafplaats in Donostia in juli 2001. Op 14 november 2004 diende Batasuna in de velodroom Anoeta van Donostia een vredesvoorstel in onder de naam "Orain herria, orain bakea" (Nu het Volk, Nu vrede). De Spaanse Procureur dient, op 3 januari 2005, een klacht in tegen de nationalistische parlementariërs, Arnaldo Otegi, Joseba Permach en Joseba Alvarez wegens "delicten van verheerlijking van het terrorisme en illegale samenkomst". Zo wordt “het indienen van een vredesvoorstel" in het Spaans omschreven. Op 25 mei 2005, in volle debat over de onderhandelingen tussen regering en ETA, wordt Otegi opgepakt (dit komt niet onverwacht want hij genoot tot vóór de laatste verkiezingen van de parlementaire onschendbaarheid). Het verhoor van Otegi, voorzien om 20.30 u., zou pas beginnen om 22.45 u.! Uiteindelijk, om 01.00 u. ‘s nachts, werd Arnaldo Otegi beschuldigd van “lidmaatschap van ETA” en vrijgelaten op borgtocht van 400.000 euro. Hij mag het land niet verlaten en moet elke maandag en vrijdag verschijnen voor de rechtbank die het dichtst bij zijn woonplaats ligt. De reacties liegen er niet om: ze arresteren de man die met de witte vlag naar hen toe komt !!! Maar er hangen nog processen boven zijn hoofd. Op 26 oktober 2005 werd Arnaldo Otegi dan toch veroordeeld tot 1 jaar cel voor de feiten van 26 februari 2003 door het Hooggerechtshof, wegens "injurias graves al rey" (ernstige belediging van de koning). De algemene staking van 09 maart 2006 lokte heel wat incidenten uit. De algemene staking werd door ETA kracht bijgezet door het plaatsen van een viertal bommen. Magistraat van de Audiencia Nacional, Fernando Grande-Marlaska, stelt onder meer Arnaldo Otegi in verdenking als verantwoordelijke voor de incidenten en voor de bomaanslagen. Op 29.03.2006 moet Arnaldo Otegi voor de Audiencia Nacional verschijnen. Hij weigerde op de vragen van rechter Grande-Marlaska te antwoorden. Otegi wordt verantwoordelijk gesteld voor 108 incidenten (waaronder de bommen gelegd door ETA). Geen 109 of 107 incidenten, neen 108! Op 27 april 2006 wordt Arnaldo Otegi veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf door de Audiencia Nacional omwille van “verheerlijking van het terrorisme”: hij had op 21 december 2003 deelgenomen aan de hommage voor José Miguel Beñaran, “Argala”. Hij werd evenwel niet opgesloten. Op 8 juni 2007 wordt Arnaldo Otegi, de leider van Batasuna, die van plan was om 12:00 u een persconferentie te geven in een hotel in Donostia, door de Spaanse politie gearresteerd. De arrestatie is het gevolg van een order door Audiencia Nacional die vandaag de beraadslaging beëindigde over een proces in beroep van gisteren 7 juni 2007. Daarin werd het vonnis van 27 april 2006 bevestigd. Otegi werd om 13:00 u overgebracht naar de gevangenis van Martutene.
Arnaldo Otegi, de leider van Batasuna, die van plan was om 12:00 u een persconferentie te geven in een hotel in Donostia, werd door de politie gearresteerd. De arrestatie is het gevolg van een order door Audiencia Nacional die vandaag de beraadslaging beëindigde over een proces in beroep van gisteren 7 juni 2007. Daarin werd het vonnis van 15 maanden cel en 7 jaar en 3 maanden ontzetting uit zijn burgerrechten bevestigd. Het delict bestond er in dat hij in december 2003 had deelgenomen aan een hommage voor José Miguel Beñaran, “Argala”. Dat is volgens de rechtbank “verheerlijking van het terrorisme”. Otegi werd om 13:00 u overgebracht naar de gevangenis van Martutene. Joan Tardá (ERC): "El Estado opta por la venganza y no la justicia"
|

