De mogelijkheid om dichtbij de playa's door een mooi stukje natuur te lopen is de Barranco del Infierno bij Adeje.
Vanaf Playa de las is het zo´n 15 minuten met de bus naar Adeje, de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente, waartoe het grootste gedeelte van Las behoort.
De “kloof van de hel” is een mooie, afwisselende wandeling naar de waterval van Adeje. Stevige schoenen zijn geen overbodige luxe.
De tocht start net boven Adeje aan het einde van de "calle de los molinos" (molenstraat) bij restaurant Otelo. Je bereikt dit door vanaf de bushalte onde in het dorp even de straat door te lopen, dan door het dorp de weg omhoog volgen tot voorbij het gemeentehuis, dan linksaf. Bij het kanon voor "casa fuerte" rechtsaf stijl omhoog tot bij restaurant Otelo en kiosk waar je € 3,-- per persson kunt betalen voor de tocht! Let wel, er mogen maximaal 200 mensen tegelijk in de kloof, om het kwartier worden groepjes van 10 personen toegelaten.
Het microklimaat in de kloof wisselt snel. Terwijl het eerst droog en heet is, wacht je verderop een koel dal, waarin 's zomers fris water stroomt.
Bekijk de route in Google Earth in vogelvlucht.
Klik op de pijltjes tot je bij Route bent, klik dan op het blauwe pijltje.
Met de bus (lijn 416 of 473) zijn we naar het plaatsje Adeje gegaan, vanaf de bushalte was het nog een behoorlijke klim naar het beginpunt van de kloof bij restaurant Otelo.
Een door de Spanjaarden gebouwd huis, de "Casa Fuerte" een versterkt huis dat dienst deed als fort, hier even rechtsaf en stijl naar boven.
Bij de ingang van de kloof moet worden betaald, € 3,-- per persoon. Er mogen maximaal 200 mensen tegelijk in de kloof wandelen, reserveren is aan te raden.
Het speciale aan de tocht is dat deze start in een zeer droog landschap met vele kandelaarswolfsmelkplanten, cacteeën en vetplanten.
Bij het begin heb je aan de linkerzijde al meteen een mooie "mirador" met uitzicht over de kruising van de barranco del infierno (hellekloof of duivelskloof) met de barranco del agua (waterkloof).
Het eerste gedeelte van de wandeling loopt door een dorre, onvruchtbare omgeving met enkele mooie uitzichtpunten, een uitgedroogd kanaal en traditionele bijenkorven als voornaamste bezienswaardigheden.
Onder de steile rotswanden en stenen staan overal mooie cactussen, manshoge Euphorbias en allerhande rotsplanten.
Na een geleidelijke afdaling en vervolgens een korte helling, komen we in een zone gekend als "La Acequia Larga" of het grote kanaal. In deze zone vind je een kleine gemetselde brug in de vorm van een aquaduct.
Langs de gehele route op het onderste deel zie je het waterkanaaltje, één van de vele wateropvangsystemen om toch maar geen druppel water verloren te laten gaan. Even verderop zijn nog sporen van het 400 jaar oude kanaaltje.
Een Barbarijse patrijs, in het geheel niet schuw loopt gewoon voor ons uit. Later op onze tocht zien we nog een groepje van drie van deze vogels.
Vele cactussen en diepe afgronden geven de wandeling veel afwisseling.
Er wordt veel gedaan om het water dat voorradig is op Tenerife op te vangen en te geleiden, hier over een stenen aquaduct.
Op een oude stam ontstaat weer nieuw leven.
Na ongeveer 2 km wandelen en op een hoogte van 455 meter arriveren we aan "las Cuevas del Marques", de grotten van de markies.
Het is vanaf dit punt dat de omgeving langzaam van uitzicht verandert. We verlaten hier het dorre gedeelte en komen aan in de vochtige, vruchtbare bedding van de kloof.
Vanaf hier gaat het pad trapsgewijs bergaf tot aan de andere zijde van de bedding.
Je overbrugt hier een kleine helling van slib en stenen en via een bocht arriveer je in "La Cogedera”, de steel.
Hier begint het laatste stuk van de wandeling. In dit gedeelte loop je als het ware door een tunnel van vegetatie, gaande van malvais, varens, kreupelhout tot wilgen en kastanjebomen.
Uiteindelijk lopen we in een soort jungle, waar we over bruggetjes en over soms natte gladde stenen verder klauteren.
Het uizicht naar boven is indrukwekkend.
De kloof wordt steeds smaller.
In de zomer kan het gloeiend heet zijn in de kloof.
Na regenbuien kan er zoveel water door het beekje stromen dat het eindpunt niet bereikt kan worden, de kloof wordt bij slechte weersomstandigheden ontruimd.
Aan het einde van de tunnel van planten en bomen kom je uiteindelijk aan het meest tot de verbeelding sprekende en tevens eindpunt van de Barranco del Infierno: de waterval. De waterval wordt gevoed door de bronnen van El Roque Abinque.
In dit nauwe rotsgebied kan zelfs 's middags geen enkele zonnestraal binnendringen.
Voor degene die echt hoge verwachtingen van de waterval hebben misschien een teleurstelling maar toch..
Voor ons is dit het einde van de kloof, maar in werkelijkheid loopt deze nog een stuk door in de bossen. Je zou klettermateriaal moeten hebben om dat te kunnen zien.
Op de terugweg is het pannorama als je de kloof uitkijkt weer geheel anders.
Klauteren tussen de manshoge cactussen.
Vergeet vooal niet links en rechts omhoog te kijken naar het vulkanisch gesteente met de prachtige kleurschakeringen.
Het stroompje is geheel opgedroogd.
Prachtig gevormd gesteente, het lijkt wel een beertje.
In de verte weer de bewoonde wereld.
Nog even genieten van de bloeiende cactussen en we zijn weer terug bij restaurant Otelo waar een koel biertje op ons wacht.
Restaurant Otelo, gespecialiseerd in kip, een van de vele in dit dorp, waar het behalve de kloof ook beroemd om is geworden. De kip wordt gemarineerd in de bekende pikante mojosaus en daarna gegrild en geserveerd met een canarisch aardappeltje: de papas arugadas.
Langs het gemeentehuis terug omlaag naar de bushalte. Hier staat een mooi gebouw met een grote fycus ervoor.
Bij de bushalte waar wij waren uitgestapt was het eenrichtingsverkeer, de bus terug vertrekt echter weer van precies dezelfde plek. Buslijn 416 of 473 gaat weer van Costa Adeje naar de Playa's.





























