Wetenswaardigheden over
 
Beerse

 

Beerse vroeger en nu !!!! 

 

Het kerkplein door de jaren !!!

 

Wisten jullie dat ....

... er een site bestaat met allemaal Beersese uitspraken ? Dialect van Beerse            

      ... dat er ook nog een site bestaat over oude postkaarten van Beerse ?  Postkaarten van Beerse

 
 
 
 

 

Geschiedenis Beerse

Cetrum Beerse - Sint-Lambertusker

(Bron: Heemkundige Kring De Vlierbes)

Het oudste document over Beerse dateert van 1187. Toen schonk Rogerus, bisschop van Kamerijk, de 'altaria (de inkomsten van de parochie) van Beerse aan de vrouwenabdij van Groot-Bijgaarden.
Dit document geeft aan dat Beerse in dat jaar al een kerk had. De oorsprong van onze gemeente moet dus nog veel eerder gezocht worden.


Het oorspronkelijke dorpsplein had de vorm van een driehoek. Dit wijst op een Frankische nederzetting zoals het geval was voor de meeste dorpen uit de Kempen.

Jaren geleden toonde men in het Tempelhof nog een holle eik die in 1876 werd opgedolven in de oude kleiputten van de Steenovenstraat en als puthout had gediend. Deze put verwijst dus naar de tijd van de Oud-Belgen, naar de tijd toen hier geen nomaden of jagers meer waren. Een put wijst immers op een vaste nederzetting.

Beerse behoorde tot het Land van Turnhout dat rechtstreeks afhing van de regerende vorsten zoals bv. de hertogen van Brabant en Bourgondië.
In 1559 had Filip II, koning van Spanje, geld nodig. Hij verhief Beerse en Vosselaar tot een afzonderlijke heerlijkheid en verpandde deze dorpen aan Jan Van Renesse, heer van Oostmalle. Deze heerlijkheid vormde een eenheid op zichzelf met een eigen schepenbank.

In de 16de eeuw had Beerse veel te lijden onder de doortrekkende legers. We zitten dan in de Tachtigjarige Oorlog met in het noorden de Hollanders en in het zuiden de Spanjaarden.
Beerse werd door beide partijen bedreigd met afpersingen, belastingen en inkwartieringen. Deze
oorlogsellende zou in de ganse 17de eeuw nog voortduren. Deze eeuw staat dan ook bekend als de ongelukseeuw voor Beerse.


In het begin van de 18de eeuw krijgen we ook ons deel van de Spaanse Successieoorlog en in het midden van die eeuw de Oostenrijkse Successieoorlog.
Het decreet van Maria-Theresia in 1772 zal een voorname weerslag hebben op de verkoop van de gronden in de Kempen en dus ook op Beerse. Van de Brabantse Omwenteling heeft Beerse niet veel geweten hoewel die eindigde met de Slag van Turnhout.
Ook de Franse overheersing met de Boerenkrijg en de Omwenteling van 1830 hebben niet veel oproer gemaakt in Beerse.

In 1831 vallen de Hollanders België binnen, het is oorlog. Na deze oorlog kent Beerse eindelijk rust maar de bevolking leeft nog steeds in armoede.

In de 19de eeuw verrijzen de steenbakkerijen uit de grond langs de baan Turnhout-Antwerpen. Wanneer in 1865 het kanaal wordt gegraven, worden er verschillende steenfabrieken opgericht langsheen deze goedkope verkeersweg. Dit zorgde voor een grote groei van de bevolking. Er werden steenwegen aangelegd en in 1907 werd een nieuwe kerk gebouwd. Ook andere fabrieken vestigden zich langs de vaart.

De twee Wereldoorlogen hebben hun voetsporen nagelaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers zich dagenlang ten noorden van het kanaal gevestigd. In 1954 werd een nieuwe start gemaakt door de industrialisering.

Op 2 januari 1977 werd Beerse samengevoegd met buurgemeente Vlimmeren om uit te groeien tot een gefuseerde gemeente van meer dan 16 000 inwoners. In de 18de eeuw telde Vlimmeren amper 175 inwoners. In 1751 werd Vlimmeren aangehecht bij Wechelderzande. Dit zorgde voor heel wat onenigheid bij de Vlimmerenaren. In 1768 kon Vlimmeren zich terug losmaken van Wechelderzande.

 

Geschiedenis Vlimmeren

Vlimmerlee en Sint-Quirinuskerk In het hartje van de Noorderkempen, tussen de trappisten van Westmalle en Turnhout ligt Vlimmeren, een klein fusiedorp met Beerse.

Sinds mensenheugenis wordt Vlimmeren door de bewoners van de buurgemeenten 'Stad Worst' genoemd. Heel waarschijnlijk stamt deze spotnaam uit de 18de eeuw toen Vlimmeren amper 175 inwoners telde en zowat het kleinste dorp uit de omgeving was.

In 1751 werd Vlimmeren op vraag van Wechelderzande - om financiële redenen - aangehecht bij deze laatste gemeente. Heel wat wrevel en naijver ontstond in zoverre zelfs dat de Vlimmerenaren - zo stelt de legende - de verbindingsweg tussen Vlimmeren en Wechelderzande afsloten met een draaiboom die vergrendeld werd .
Toen die grendel zoek geraakt was, zou men er niets beter op gevonden hebben dan hem te vervangen door een stuk stevige worst, dit tot groot jolijt van de buurgemeenten die het kleine Vlimmeren spottend vergeleken met een stad die haar poorten afsloot met een worst. De spotnaam 'stad worst' was geboren.

Wat er ook van zij, in Vlimmeren bleef men niet bij de pakken zitten en met steun van Graaf De Pester uit Turnhout kon men zich in 1768 terug losmaken van Wechelderzande.

De oudst bekende benaming is 'Flemere' en heeft een geschiedenis die teruggaat tot de Salische Franken. Gedurende vele eeuwen was het niet meer dan een kleine gemeenschap, gevestigd temidden van bossen, heide en vennen. Het landschap werd langzaam tot landbouwgebied omgevormd, waardoor het bevolkingscijfer begon te stijgen.

Vlimmeren was lang een centrum van veehandel. De veekooplui worden 'peggers' genoemd.
In het verleden was Vlimmeren een gekend bedevaartoord, toegewijd aan de heilige Quirinus.
De gotische parochiekerk dateert uit de 14de eeuw. Vele mensen uit het Antwerpse kwamen in Vlimmeren op vakantie en villa Madonna was een gekend opvanghuis voor verzwakte kinderen.


In 1977 fusioneerde Vlimmeren met Beerse.
Momenteel is Vlimmeren een rustige woongemeente met veel fiets- en wandelmogelijkheden.

 Gemeente

 

Beerse

Dag iedereen.  Mijn naam is Jef Stoops.  Voor de lessen van Maatschappelijke Vorming moesten wij aan de hand van een gewestplan onze gemeente voorstellen.  Zoals u al gemerkt heeft gaat mijn bespreking over Beerse, een gemeente gelegen in het noorden van de Kempen.

Veel leesgenot!

De geschiedenis van Beerse en Vlimmeren is nauw verweven met die van Vosselaar.  Samen vormden zij een onderdeel van het Land van Turnhout.  Beerse en Vosselaar werden in 1346 als bruidsschat geschonken aan Maria Van Brabant en in 1356 werd Vlimmeren als dotatie aan haar geschonken.  Het oudste fragment waarin Beerse vermeld wordt is een oorkonde uit 1185.  Toch heeft men in een waterpunt uit 1876 scherven gevonden uit 600 tot 2000 jaar VC.

Na de voltooiing van het kanaal Dessel � Schoten in 1865 ontstonden in Beerse de eerste steenbakkerijen , spoedig gevolgd door de non-ferro industrie.  In een latere fase (1954) werd er ook een industrieterrein voorzien waar nu zowel grote bedrijven zoals Janssens Pharmaceutica als andere middelgrote en kleine bedrijven gevestigd zijn.

Toch bleef men oog houden voor het groen, waaronder de Schrieken en de Epelaar, en in de dorpskom zijn drie prachtige parken gelegen.

Momenteel telt onze bloeiende gemeente ruim 15 000 inwoners.

 

Beers vlierke anno 1987

 

De vlierstruik is een typische plant voor onze streek.  De Beersenaars dragen als spotnaam �De zatlappen�.  Daarom kreeg onze plaatselijke jenever op basis van vlierbessen de naam �Beers Vlierke�.  Het werd ondertussen de geliefkoosde drank van ons allen.

 

 

 

Jan Vaerten (1909 � 1980)

 

Jan Vaerten kende zijn grote doorbraak in 1947 met zijn eerste individuele tentoonstelling.

Op de Bi�nnale van Veneti� in 1948 was hij de grote revelatie en werd hij door Picasso opgemerkt.  Als wereldreiziger raakte hij bevriend met Zadkine.  In zijn werken is een grote symboliek terug te vinden.  Hij heeft los van alle modes en ismen, een sterk ontroerend oeuvre geschapen waarin het menselijk tekort centraal staat.

In 1988 opende in Beerse het museum �Jan Vaerten� zijn deuren.

 

De Sint-Corneliuskapel

Het eigenlijke oprichtingsjaar van de Sint-Corneliuskapel is niet bekend.  De kapel werd voor de eerste maal vermeld in 1475.  Quinten Ravens, pastoor van de parochie Beerse � Vosselaar, schonk bij testament, gedagtekend 18 januari 1475, drie gouden peeters aan de kapel van de H. Cornelius.  Merkwaardig is wel dat men in 1913 het 500-jarig bestaan van de Sint-Corneliuskapel vierde.  Waarom juist dat jaar werd uitgekozen, is niet duidelijk.

Aan de oprichting van de kapel is echter wel een legende verbonden.  Volgens de overlevering vond een krijgsman op de plaats waar de kapel opgetrokken werd een beeldje van de H. Cornelius.  �s Anderendaags stelde hij vast dat het beeldje uit zijn tas was verdwenen.  Bij een volgende tocht langs dezelfde weg vond hij het beeldje op dezelfde plaats terug.  De plaatselijke bevolking leidde daaruit af dat de H. Cornelius hier vereerd wenste te worden en ze bouwden en een kapel.  Wat er van de legende ook moge waar zijn, de kapel bezat van in de 16de  eeuw een relikwie van de H. Cornelius.  Paus Joannes VII zou het gebeente van de H. Cornelius aan Karel de Kale geschonken hebben, die het op zijn beurt aan de abdij van Compi�gne gaf en vanuit Compi�gne zou de relikwie overgebracht zijn naar Beerse

Ter plaatse zou deze eeuwenlang vereerd worden.  De H. Cornelius werd er aangeroepen tegen stulpen, jicht en vallende ziekte.  Vooral op de twee feestdagen van de H; Cornelius (op de 3de paasdag en 16 september) stroomden de bedevaarders toe.  De jaarlijkse begankenis, op derde paasdag, groeide in de loop der eeuwen uit tot wat we nu kennen als Kapellekensmarkt, maar was, in tegenstelling tot vandaag, zuiver religieus van aard.

 

Wegennet in Beerse

Op het einde van de 17de eeuw bezat Vlaanderen de grootste verkeersdichtheid van heel Europa (ca. 29 km verharde wegen per 100 km) en een uitstekend waterwegennet.

Onze eigen streek, het arrondissement Turnhout telde op 31 januari 1816 een bevolking van slechts 77 000 inwoners en was een afgelegen landstreek, ver van grote steden verwijderd, zonder bevaarbare rivieren en alleen bereikbaar langs zandige, kronkelende wegen door de onmetelijke heiden.  Het vervoermiddel bij uitstek was in die tijd en ook nog later paart en kar.  Elke herenwoning had in die tijd dan ook een koetshuis.

Het koetshuis van Tempelhofwerd dit jaar volledig gerenoveerd.  Het oorspronkelijke uitzicht werd zoveel mogelijk gerespecteerd.  Daar er niet meer met de koets gereden wordt, werd de bestemming dan ook veranderd.  De familie Van Nyen, de vorige eigenaar van Tempelhof, had in 1905 het huis gekocht van Albert De Breyne, steenbakker te Beerse.  In 1952 werd het door de gemeente Beerse aangekocht om dienst te doen als gemeentehuis tot in 1976.

 

Molens

Tot voor het invoeren van de stoomkracht kende men in Vlaanderen van oudsher drie drijfkrachtvormen voor het malen van granen:  de wind-, de water- en rosmolen.  Er bleven in Vlaanderen maar enkele rosmolens intact.  De kracht werd hier geleverd door een paard (ros).

 

Van de vele tientallen windmolens die Vlaanderen nog rijk is, zijn er nog een aantal die dagelijks malen of maalvaardig voor publiek openstaan.  Bij ons in de buurt is dat de molen van Kasterlee, een standaardmolen uit 1651.  In Kasterlee spreekt men van Keeses molen, omdat de laatste molenaar Kees Van Laer was.  In Gierle staat nog een stenen grondzeiler uit 1837

De vaart

De landbouw in onze streek had in het begin van de 19de eeuw een grote behoefte aan mest.  Na 1830 werd de vraag naar een kanaal erg groot.  In 1846 werd vanuit het kanaal Schelde-Maas een zijtak gegraven van Dessel naar Turnhout.  Men hoopte vooral kalk en mest te kunnen aanvoeren om de magere Kempense gronden in cultuur te kunnen brengen.

 

In 1846 werd in Beerse de vaart gegraven.  Men stootte er op rijke kleilagen die aan de basis zouden liggen van de latere bloeiende steennijverheid.  In 1867 was ze bevaarbaar tot Rijkevorsel en in 1876 werd ze opengesteld tot Antwerpen.  De vaart werd in 1905 verbreed en verdiept.  Van dan af konden er schepen varen van 50 m lang, 6,6 m breed en met een diepgang van 2,5 m, terwijl voordien de diepgang beperkt bleef tot 1,9 m.  Tegelijk werd ook de kom gegraven aan de grens met Rijkevorsel.  Een dergelijke zwaaikom zou er ook komen aan Brug 5 en Brug 6.  In 1906 werd nog even een plan op tafel gelegd om een vertakking te graven naar Breda, maar op 1 maart 1906 werd dit plan door de gemeenteraad verworpen.

Smokkelaars en commiezen

 De ligging van Beerse, dicht bij de Nederlandse grens, heeft altijd aanleiding gegeven tot smokkelen, nu eens van vee, dan weer van petroleum.  Als er wat te verdienen viel, werd er gesmokkeld.  Dit smokkelen vinden we al terug in de briefwisseling van de Nederlandse overheid met de drossaard van Turnhout en van Merksplas in 1765.

Tot in 1866 was de linie der douanen de weg van Turnhout naar Antwerpen.  Toen de vaart voltooid was, vroeg men deze linie te vervangen door de richting of de linie van de pas gegraven vaart.  Men zou alleen nog maar de bruggen moeten bewaken.  Het zou voor de leurders van allerlei goederen gemakkelijker zijn om op een vaste plaats hun waren te laten controleren.  De boeren die ten noorden van linie lagen, moesten en stalboek hebben met een beschrijving van de aanwezige dieren.  Bij verkoop kwam  er een passavant of geleibrief aan te pas.

Elekticiteit

 

In 1925 werd de eerste steen gelegd van de Provinciale Elektriciteitsdienst aan het Heilaar, nadat in september 1924 door de provincieraad besloten werd tot elektrificatie.

 

Met de luxeboot Metorur kwamen de personaliteiten aan Brug 5 toe.  Karel Van Nyen, lid van de Bestendige Deputatie en promotor van de elektrificatie van de provincie Antwerpen, was aanwezig.  Voor K. Van Nyen moet het wel een belangrijke opdracht geweest zijn, want een onderdeel van zijn ex-libris verwijst ernaar.  Ook Jos Rommens, die burgemeester geworden was in 1921, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het realiseren van dit project.


Vervoer in de steenbakkerij

 

Vroeger werd de klei in de kleiput met een lange, smalle schop afgestoken en op een hoog gegooid om hem te blussen.  Als hij geblust was, werd hij op ijzeren kipwagentjes geschept.  Batsen noemde men dat.  De stoombagger, ook wel excavateur genoemd, vergemakkelijkte later aanzienlijk dit werk.  De waggentjes bleven nochtans van de kleiput naar de steenbakkerij rijden.  Daar zorgde de locomotief voor.  Op vele plaatsen kan men nog de bedding zien, waarin vroeger de treintjes reden.  De spoorstaven zijn wel weggehaald.

 

In de droogloods van het Museum Tempelhof kan men nog een locomotief en enkele wagentjes bekijken.

Die wagonnetjes waren zo typisch voor de kleiputten en de steenbakkerijen dat er een monument voor de steenbewerkers werd opgericht in het park Tempelhof.

 

 

Enkele bezienswaardigheden

 

 

Kruispunt Baks 2001

 

Kruispunt Baks 1913

 

Gemeentehuis van Beerse

 

Toren van het gemeentehuis

 

 

 

Brandweer van Beerse

 

Cultureel Centrum Het Heilaar

 

Museum Jan Vaerten

 

Pastorij

 

Oud-gemeentehuis Tempelhof

 

 

 Diamantslijperij ('t Gerucht)