Over de contracten die de stichtingen de adoptanten laten tekenen verschillen de meningen. De adoptiekontrakten zijn in het leven geroepen om de hond te beschermen. En dat is maar goed ook, de stichting houdt toezicht op de hond, die tenslotte naar Nederland is gekomen om hier een goed leven te krijgen. Soms staan er echter zoveel geboden en verboden is dat je je ook kunt afvragen of de adoptant niet eerder moet worden beschermd tegen een stichting. Lees daarom altijd een kontrakt door en kijk of je er mee kunt leven. Een stichting zal er van uit gaan dat een goedwillende adoptant er graag voor zal tekenen en dat het een slechtwillende adoptant afschrikt. En vaak is dat ook zo.
Bruikleen Er kunnen vraagtekens gezet worden bij een aantal juridische aspecten van het kontrakt en het is afwachten tot er jurisprudentie ontstaat. Het punt draait met name rond het begrip ‘bruikleen’. De adoptant adopteert de hond en krijgt deze in bruikleen. In de eerste plaats kent het consumentenrecht (waar de aanschaf van een hond onder valt) niet het begrip ‘adopteren’. Kinderen kun je adopteren, honden niet. Daarnaast wordt er ook gesteggeld over de vraag of je een hond in bruikleen kunt krijgen. Enkele advocaten vinden van wel, anderen van niet, maar nogmaals, het is wachten op jurisprudentie. Als we kijken naar het consumentenrecht (het recht dat bóven de zelfverzonnen kontrakten van de stichtingen staat) dan koop je in feite de hond (je betaalt ook immers voor het hondenvoer, voor de dierenarts en voor de evt. hondenbelasting) en heb je recht op garantie voor de periode van een half jaar. De stichtingen stellen dat de hond niet wordt gekocht, het adoptiegeld is een donatie aan de stichting, maar dat argument zal waarschijnlijk weinig steekhoudend zijn in de rechtszaal. In de praktijk In de praktijk hebben zich allerlei situaties voorgedaan, variërend van een stichting die nog net een hond van een in hun ogen onterechte euthanasie kon redden door middel van hun kontrakt, tot een stichting die huisvredebreuk pleegde om een hond uit de woning te halen na vermeende verwaarlozing. Maar ook stonden er regelmatig adoptanten in de kou bij problemen met hun hond en gaven de stichtingen opeens niet thuis om de hond weer terug te nemen, ondanks dat het bruikleen zou betreffen volgens het kontrakt en de adoptant blijkbaar de hond niet meer wilde ‘lenen’. Rechten en plichten adoptant Het is echter een terechte wens vanuit de stichtingen om met verantwoordelijkheidsgevoel enig zicht te houden op de geplaatste honden, het gaat dan met name om de volgende punten: - De hond wordt goed verzorgd volgens de algemene heersende opvatting (denk aan goede voeding, medische zorg en voldoende wandelingen). - de hond wordt niet buiten het zicht van de stichting herplaatst. Een stichting haalt immers geen honden naar Nederland om er daarna achter te komen dat de hond naar het asiel is gebracht of op Marktplaats is aangeboden. Een stichting zoekt vanuit dit verantwoordelijkheidsgevoel liever zelf een nieuwe adoptant. - Er wordt niet gefokt met de hond. Doorgaans zijn de volwassen honden al gesteriliseerd/ gecastreerd bij aankomst, maar als dit nog niet het geval is (zoals bij pups), dan is de eigenaar verplicht er voor te zorgen dat zijn hond geen nakomelingen produceert, er zijn immers al veel te veel honden. Proefperiode Het beste kan men spreken van een overeenkomst, waarbij een proefperiode wordt overeengekomen (een jaar bij een volwassen hond en anderhalf jaar bij een pup is een gerechtvaardigde periode). Daarnaast verklaart de stichting in deze overeenkomst zich te allen tijde bereid om, ook na de definitieve overdracht van eigendom, de adoptant alle noodzakelijke ondersteuning te bieden die in haar vermogen ligt. Wees kritisch Maar hoe dan ook, een goed en zorgvuldig plaatsingsbeleid van de stichting is de allereerste vereiste. En daarnaast is het in de loop der tijd wel duidelijk geworden dat stichtingen die op grootschalige wijze honden hier naar toe halen hun adoptanten het meeste laten stikken, dus er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de adoptant om kritisch te wezen met welke stichting in zee te gaan en even de verliefdheid voor dat ene hondenkoppie opzij te zetten. Een punt van aandacht is het registreren van de chip. Overleg vóór over te gaan tot adoptie met de stichting hoe ze aankijken tegen de tenaamstelling van de chip. Het beste is om de chip op jouw naam/adres/telefoonnummer te kunnen zetten, want dan ben je het snelste te bereiken bij een vermissing van je hond. Sommige stichtingen houden de hond op hun naam, dus bespreek dat tijdig. Lees ook het artikel van Iaira Boissevain over dierenrecht en adoptie: http://www.praktischdierenrecht.nl/attachments/098_Adoptie%20van%20honden.pdf |
