Trekpad 32
In 1925 kwamen Siemen Jans de Boer
en Maaike Aukema op Trekpad 32 wonen. Zij woonden eerder op hun schip
en op verschillende andere plekken in het dorp. Siemen de Boer was
turfschipper van beroep. Het schip had de naam "Op hoop van zegen".
|
Links van het bruggetje is Trekpad 32.
|
|
Het Turfschip "Op hoop van zegen" van Siemen de Boer. |
1930. Het turfschip is net gelost, de turf ligt op de wagen en de handkar, klaar om naar de klanten te worden gebracht.
|
In 1936 kwamen Hein en Heintje Stroband
hier te wonen. Ook Hein Stroband was turfschipper van beroep. Dit
betekende dat hij veel onderweg was met het schip, genaamd: "Hoop doet
Leven". En zo kon het gebeuren dat de familie Stroband in 1941 met het
schip lag vastgevroren in het Drentse Odoorn. Hierdoor konden ze niet
naar Burgwerd terugkeren en is de hoogzwangere Heintje bevallen van een
zoon, Henricus, in het land van Bartje. Het was voor Heintje behelpen,
want de babyspullen lagen nog in Burgwerd. Hein Stroband is in 1956
overleden en Heintje in 1958.
Zoon Willem heeft het huis toen gekocht. Later is hij op het schip gaan wonen.
|
1955. Theo Gerritsma en Sjoerd de Boer voor het turfschip van Hein Stroband.
|
Kerkhof 4
Pieter en Pytsje Feenstra
kwamen in 1926 op Kerkhof 4 wonen. Pieter had een brandstofhandel. In
de zomer werd de turf met een turfschip gebracht en opgeslagen in het
brandstofhok. De cokes werd met de praam uit Bolsward gehaald. Het
wegbrengen van de brandstof ging met de kar, de hond Max eronder of met
de praam. Naast de brandstoffenhandel is Pieter Feenstra, samen met
zijn vrouw Pytsje, nog 35 jaar koster geweest. Zondags moesten de
boerinnen een kooltje in de stoof hebben (voor een stuiver). Op
hemelvaartsdag werden de plaatsen bij opbod verhuurd voor een jaar,
voor de mooiste plekken werd het meest betaald.
Eens botste het belang van de turfhandelaar met zijn functie als koster. Het begon in een kerkdienst…
In goeie klant hie
op sneintemiddei (hy wie tsjerk-fâd) de sinne wat te folle yn 'e eagen
want Feenstra hie it gerdyn net ticht dien. Alle jierren gyng der in
pream fol turf nei dy boer mar dit jier net, want hy hie him dy snein
sa lekker yn 't sintsje sitte litten. Dus gjin pream fol turf. Dat wie
'n hiele strop foar de húshâlding. It oare jier mocht hy wer 'n
preamfol turf leverje, want doe hie hy syn straf útsitten.
Naast koster waren
ze ook nog beheerder van het lokaal en werd het onderhoud aan het
kerkhof gedaan, o.a. werden de grafstenen schoongemaakt. Naast het
kerkhof was nog een grasveldje waar drie schapen liepen. Van de
schapenmelk werd door Pytsje kaas gemaakt. Deze werden langs de deur
verkocht voor een kwartje.
Ook was Pieter
Feenstra bode van de begrafenisvereniging. Als er iemand overleden was
moest iedereen dit weten. "Rûnsizze" werd dit genoemd. Heel Burgwerd,
Hemert, Paaldijk, dan de weg naar Kroondijk (Grons) waar hij werd
overgezet met een bootje naar Boschma (Kromwâl). Vervolgens tot de
familie Galema en terug naar Burgwerd voor de laatste rit nog naar
Djiplân. Al met al bijna een hele dag onderweg, lopend, met de lange
jas aan en de hoed op. Wat hij moest zeggen werd thuis eerst
ingestudeerd. Dit begon vaak met; "De nagelaten betrekkingen laten u
weten dat gestorven is…………………. U wordt verzocht voor de begrafenis die
zal plaatshebben op …………." Enzovoort.
Pieter ging ook wel
met andere teksten door het dorp, bijvoorbeeld als er een noodslachting
bij Cuperus was. Hij ging dan al bellend met de volgende tekst door het
dorp: "Heden van 3 tot 5 uur rundvlees verkrijgbaar. Gepast geld
meenemen."
|
Pieter Feenstra met handkar, met daar onder de hond, op de Doniaweg.
|
| |
|
|
|