Portobelo (vroeger ook wel San Felipe de Puerto Bello of Porto Belo genoemd) is een havenstad in de provincie Colón van Panama, gelegen in het noorden van het land aan de Caribische Zee. De baai waaraan Portobelo ligt werd in 1502 door Christoffel Columbus ontdekt en door hem "Puerto Bello" (mooie haven) genoemd. De diepe natuurlijke haven maakte deze plaats uitermate geschikt als havenstad: vanaf 1561 werd hier door Spaanse schepen vracht ingenomen en in 1597 werd aan de baai een stad gebouwd, Puerto Bello genaamd. De stad was tot in de 18e eeuw een belangrijke havenplaats van Nieuw-Spanje, het Spaanse onderkoninkrijk in de Nieuwe Wereld. Puerto Bello was een van de havens die werd aangedaan door de zilvervloot die de kostbaarheden vanuit de Spaanse koloniën in Amerika naar het Spaanse thuisland vervoerde. Puerto Bello lag op de zogenaamde "Galeiroute" (Ruta del Galeón), waarlangs goud, zilver en smaragden vanuit het Onderkoninkrijk Peru en Alto Perú (het huidige Bolivia) naar Spanje werd vervoerd. Deze route liep via Panama-stad, Puerto Bello en Havana naar Cádiz in Spanje. Forten uit de koloniale tijd getuigen in stilte van de bloeiende handel in goud en zilver in het kustgebied rond Portobelo.
Het was hier dat de Spaanse galioenen beladen met kostbare schatten koers zetten voor de reis terug naar Europa.
De piraten van de Caraïben hadden allemaal hun ogen gericht op de schatten van Portobelo. Een paar van hen hebben hun sporen dan ook duidelijk achtergelaten. Diverse malen trok Sir Francis Drake plunderend en brandstichtend door de streek. Zeker een bezoek waard zijn de militaire forten die getuigen van het belang van deze site in koloniale tijden. Alsof ze gericht zijn op een kleurrijk verleden, staan de kanonnen van het Fuerte Santiago in Portobelo nog op hun post. Portobelo werd nooit ommuurd, maar er zijn wel vestingen en samen met Havana en Veracruz behoorde ze tot de zwaarst versterkte steden in Amerika.
|
