Verdrag van Malta

 en de WAMZ

Omdat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate wordt bedreigd door natuurlijke processen, ondeskundig gebruik van het bodemarchief en door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, hebben op 16 april 1992 een aantal Europese lidstaten het zogenaamde Verdrag van Malta ondertekend.

De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn:

-          Streven naar behoud in situ van archeologische waarden. De bodem is de beste garantie voor een goede  
      conservering van archeologische resten;
-          Tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid of aanwezigheid van archeologische
      waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven;
-          De verstoorder betaalt voor het doen van opgravingen en het documenteren van archeologische waarde,
     wanneer behoud in situ niet mogelijk is.

 

Het verdrag werd in 1998 door een goedkeuringswet in Nederland bekrachtigd. In oktober 2003 is bij de Tweede Kamer een voorstel voor een Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) , een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet milieubeheer, Woningwet en Ontgrondingenwet, ingediend. Met dit wetsvoorstel worden de principes van Malta doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. Rijk, provincies, gemeenten en bedrijven krijgen door de nieuwe wetgeving te maken met nieuwe voorschriften. Het wetsvoorstel is op 4 april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december 2006 in de Eerste Kamer. Op 1 september 2007 is de WAMZ in werking getreden.

 
 
Maar wat houd dit nu eigenlijk allemaal in?
 

De gemeente en projectontwikkelaars zijn nu dus verplicht om rekening te houden met wat er in de grond zit. Worden er plannen gemaakt waarbij de grond verstoord wordt bijvoorbeeld bij de aanleg van een nieuwe woonwijk. Dan moet er eerst onderzocht worden of er op deze locatie ook waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. Dit gebeurt meestal met behulp van een booronderzoek, waarbij grondmonster uit de ondergrond onderzocht kunnen worden op mogelijke archeologische resten. Mocht dit het geval zijn dan stelt de wet dat je op zoek gaat naar een nieuwe locatie voor de nieuwe woonwijk.  Is dit echter niet mogelijk dan moet je de archeologische resten opgraven en onderzoeken. Alle kosten voor dit archeologisch onderzoek, het opgraven, conserveren en rapporteren komt dan voor rekening van de bouwer.