2009

Dit is een verkorte versie van een veel uitgebreider verhaal, het zou te ver gaan om hier alles tot in detail te beschrijven. Voor meer informatie over de beschreven stinsen en staten en over een aantal hier niet beschreven locaties,
verwijs ik u naar een internetsite. Hier kunt nog het een en ander vinden over de geschiedenis van Sneek
 

Stinsen en Staten in Sneek en Ommelanden

 

G.H. Hofstra

  

 

De uit de 15e eeuw stammende “Descriptio Frisie” spreekt van oneindig veel

kastelen, woontorens en stenen huizen in Friesland.
 

 

In dit verhaal probeer ik een beeld te schetsen van de rijkdom aan stinsen en staten die Friesland en dan vooral de Stad Sneek en haar Ommelanden ooit heeft gekend. Wat maar weinig mensen weten is dat Gemeente Sneek nog altijd drie stinsen bezit. Deze zijn echter op de Epemastate na, niet meer als zodanig zichtbaar. De twee andere stinsen bevinden zich aan de Markstraat en maken tegenwoordig deel uit van het stadhuis, en zijn door latere verbouwingen aan het oog onttrokken. We hebben het over de Waltastins (Marktstraat 5-7 en 9) en de Cleynstins (Marktstraat 19). Alle stinsen en Staten in de Sneker binnenstad liggen in het oude centrum, vooral aan en in de buurt van de Marktstraat. Helaas is er op de eerder genoemde stinsen na weinig tastbaars bewaard gebleven. Verwijzingen naar oude stinsen en staten vinden we nog wel terug in de huidige namen van straten, gebouwen, boerderijen en landerijen. Zo vinden we in Sneek natuurlijk de Wijde en Nauwe Burgstraat en het Leeuwenburg, maar ook het Harinxmaland en de Hege Wier bij Loënga.

Maar nu eerst een korte uitleg over de ontwikkeling van de stinsen, daarna volgt er een overzicht met de in Sneek en haar Ommelanden te vinden stinsen en staten.

 

Ontwikkeling van Stinsen en Staten

 

Steenhuizen of stinsen komen we voor het eerst in de loop van de 12e eeuw tegen. De aanleiding tot de bouw van deze steenhuizen was vooral een veranderend zelfbeeld van de edelen. De macht van de edelen was voornamelijk gebaseerd op het (land) bezit. Zij woonden vaak op een herenhoeve, deze was groter dan een normale hoeve en stond op een groter erf omgeven door een greppel of sloot. Het lijkt erop dat deze Herenhoeves niet meer voldeden aan het (nieuwe) zelfbeeld van de edelen. Voortaan werden er naast de boerderij opvallende verdedigbare torens gebouwd, die naast een defensieve ook een symbolische functie vervulde, het zgn. steenhuis. Vervolgens zien we in de loop van de 13e en 14e eeuw een sterke groei in het aantal steenhuizen, hiervoor zijn een drietal oorzaken te geven. De hoofdoorzaak was een verminderend landsheerlijk gezag waardoor de spanning tussen de lokale edelen onderling opliepen, om hun posities te kunnen verdedigen bouwden ze stinsen. Grootschalige ontginningen speelde ook een rol, ze vonden plaats onder leiding van de lokale edelen. Om vervolgens hun eigendom van in dit (nieuwe) land duidelijk te maken bouwden ze een stinswier. Ten slotte zien we dat de steden steeds verder uitgroeiden tot economische en politieke centra, waarbinnen zich een stadselite ging vormen. Deze bouwden op de strategische posities binnen de steden hun eigen stinsen. De grootste uitbreiding van macht voor de Friese adel vond plaats in de 15e eeuw. Rond 1500 vinden we dan ook meer dan 500 stinsen in Friesland. Een weerbaar stenen huis of stins was dan ook een belangrijk bezit voor de Friese edelman. Maar de Friese stinsen groeide niet zoals in de rest van Europa uit tot grote kastelen. De reden hiervan is waarschijnlijk kleinschaligheid van de in Friesland gevoerde vetes, er bestond dan ook geen behoefte aan een groot en vooral kostbaar kasteel.

We hebben het nu steeds over stinsen gesproken, maar wat is een stins nu eigenlijk. Volgens de Encyclopedie van Friesland (J.J.Kalma red.) “Stins eigenlijk steenhuis in de Middeleeuwen de stenen verdedigingstoren bij de grotendeels van hout opgetrokken state der Friese edelen”.

 

 

Waar moest een gebouw nu eigenlijk aan voldoen om een stins te zijn?

-          verdedigbaar zijn

-          een adellijke woning zijn

-          bezit rechten en symboliek

De rechten en symboliek waren van groot belang voor het beeld en zelfbeeld van de Friese edelen. Het (steen)huis stond gelijk aan de familie, het geslacht, en werd het stamhuis van de familie. Vaak werd de familienaam dus aan dit huis ontleend.

 

We kunnen eigenlijk vier soorten edelhuizen herkenen

 

1 Stinswieren ca. 1150-1350

Een verdedigingbare vluchttoren naast een boerderij (nederhof) op een apart omgrachte heuvel, uitgevoerd in hout of tufsteen en vanaf de tweede helft van de 12e eeuw ook in baksteen.

 

2a Woontorens ca. 1250-1450

De torens kregen nu ook een woonfunctie, de zogenaamde (verdedigbare) woontorens, met een hoogte van rond de 15 meter. In de steden zien we in de loop van de 14e eeuw de stadsstins ontstaan, een verdedigbare woontoren maar dan zonder wier en het nederhof.

 

2b Weerganghuis

Een rechthoekige woontoren met op de bovenste verdieping een weergang, kantelen en erkeltorentjes

 

3 Zaalstinsen ca.1300-1500

De meeste van deze zaalstinsen bestonden uit een bovengrondse overwelfde kelder met daarop een tweede bouwlaag het eigenlijke huis. Ze stonden meestal op een dubbel erf achter de rooilijn, en hadden naast de defensieve vooral een symbolische functie.

 

4 State en Saten ca.1500 ev.

We zien nu een scheiding ontstaan tussen de defensieve en de woonfunctie. De adelhuizen veranderden in stinsachtig gebouw met alleen nog een representatieve functie. Veel plattelandsadel en hadden nu ook een state in de stad, de patriciër gingen nu ook grote statige woningen in de steden bouwen.

 

 
De Stinsen en Staten in Sneek en Ommelanden

 

Het volgende overzicht geeft een korte beschrijving van de in Sneek en ommelanden te vinden stinsen en staten. We hebben het hierbij ook over de dorpen Oppenhuizen, Tirns, IJsbrechtum, de stad IJlst. Maar ook de ‘Sneker Vijfga, bestaande uit de dorpen Goinga, Loinga, Gauw, Offingawier en Scharnegoutum.

 

 

 

 

Sneek

 

Cleynstins

Ook wel Grietmanshuis genoemd, een (latere)uitbouw van de Gruytersmastins. Wat niet iedereen weet is dat de oude Cleynstins nog bijna volledig aanwezig is in de uitbouw van Marktstraat 19, te herkenen aan de uitstekende erker. Rond 1632 werd de Cleynstins voorzien van diverse uitbouwen en ging deel uitmaken van een nieuwe stins, welke van 1641-1761dienst deed als winterverblijf van de Burmania’s en rechtszaal voor de Grietman van Wymbritseradeel, vandaar de naam Grietmanhuis. In 1761 ontstond de huidige driedelige gevel in Lodewijk XVI-de stijl.

 

Frittemahuis

Een state op de hoek van de Peperstraat en Marktstraat nu Onder de Linden. Hier stond volgens Napjus(1772) het Frittemahuis. Tijdens verbouwingen in 1950 werden oude fundering gevonden, H.Halbertsma (1950) vermoed van een oudere stins.

 

Galigahuis

H.Halbertsma ging er altijd vanuit dat op de hoek van de Galigastraat en de Oude Koemarkt een stins heeft gestaan. Twee archeologische vondsten vormen een mogelijke aanwijzing. In 1955 werd een kruikje met zilveren munten gevonden daterend uit de 15e eeuw. En in 1999 werden bij rioolwerkzaamheden zware eiken (fundering) palen uit de 12e tot 14e eeuw gevonden.

 

Gruytersmastins

Ook wel Dekema stins, een Weerganghuis aan de Marktstraat. De oudste melding komt uit 1396 waarin de stins wordt genoemd als grafelijk steunpunt, waarvan de bewoners in 1399 Sneek moesten ontvluchten. In 1610 wil de nieuwe eigenaar Sicco Dekema de stins laten slopen, wat het stadsbestuur probeerde te voorkomen met als reden “tot ontsieringe des stades zoude strekken”. Maar Dekema zet door en in 1632 wordt het terrein als onbebouwde kavels verkocht, alleen een later uitbouw de Cleyn stins bleef gespaard. Het uiterlijk van de stins is ons bekend door de afbeelding op de kaarten van Van Geelkerken (1616) en Blaeu (1649). We zien een woontoren bestaande uit drie etages bekroond met een zadeldak, op de bovenste verdieping zien we een weergang met arkeltorens.

 

Hanenburg

Een state op de hoek van de Noorderhorne en Kruizenbroederstraat, nu hotel restaurant “Nieuw Hanenburg” Er wordt wel verondersteld dat Hanenburg een grafelijk verblijf was, maar er zijn (nog) geen aanwijzingen gevonden die dit kunnen bevestigen. Op de Kaart van Blaeu (1649) is een langwerpig gebouw met een verhoogd middenstuk te herkennen. In 1950 werden bij de bouw van een kelder puinresten uit de 13e 14e eeuw gevonden, deze zijn misschien afkomstig van een oudere stins.

 

 

Het Hooghuis

Ook wel Albadahuis genoemd een state, op de hoek van de Hooghuistersteeg en de Wijde Burgstraat nu het pand van C&A. De state werd gebouwd in 1618-19 door Ids Albada, en in 1738 gesloopt. Door een schilderij van Ype Staak weten we hoe de state eruit heeft gezien.

 

Het Hooghuis in 1740 door, Ype Staak

 

 

Joerstrastins

Deze lag volgens P.Noomen (2009) aan de Zwette, nu Swettestate. De oudste melding komt uit 1407 in een geschil over de eigendomsrechten van de stins “Jourssa stinze“ tussen Rienck Bockema en de Sneker Commanderij de Johannieters “to da Spitale”.

 

Johansmastins

De oudste melding komt uit 1407in een geschil over de eigendomsrechten van de stins  Johansma staththa jef Johansma fenna jef oers land scaa jef sciulda”  tussen Rienck Bockema en de Sneker Commanderij de Johannieters “to da Spitale”. Wat betreft de locatie van Johansmastins is niets bekend, A. Jager (1991) vermoedt in de oude binnenstad van Sneek. Mocht dit kloppen dan zijn er twee mogelijke kandidaten: het oude steenhuis in de Waltastins of de voorganger van Hanenburg, we zullen het wel nooit te weten komen.

 

Johannieters huis

De kloosters vergaarde ook steeds meer rijkdom en macht, In Sneek en haar ommelanden was zelfs 30% van het land in bezit van de verschillende kloosters.

Zij bouwden dan ook abthuizen naar voorbeeld van de adelhuizen in de steden.

Zo bouwden de Johannieters een verdedigbaar huis aan het westelijk uiteinde van de Marktstraat, waar vanuit ook het Oud Kerkhof en de Martininkerk beheerst werd.

 

Kronenburg

Word ook wel Withuis of Bothnia huis genoemd, waarschijnlijk een zaalstins. Stond op de hoek Marktstraat en Waagplein. Napjus (1772) spreekt van een huis van adellijke heren genaamd “Het Withuis”. Deze zou volgens hem in 1709 zijn afgebroken. Op de kaarten van Van Geelkerken (1616) en Blaeu (1649) zien we dan ook naast de waag een pand dat achter de normale rooilijn ligt.

 

Leeuwenburg

Vermoedelijk een Zaalstins gelegen aan de gelijknamige straat, tegenwoordig Cine Sneek. De stins was eigendom van Louw Donia die van 1505 tot 1515 Grietman van Wymbritseradeel was. Het familiewapen een klimmende leeuw heeft waarschijnlijk eens de stins gesierd en tot de naam Leeuwenburg geleid, volgens Napjus (1772) bestond de stins uit een stenen hoofdgebouw met een ruim voorplein. Dit voorplein is later volgebouwd zodat de achtergevel van dit pand gevormd werd door de voorgevel van de stins. Op en kaart van Blaeu uit 1649 zien we inderdaad nog een dubbel pand.

 

Rodenburg

De Nauwe en Wijde Burgstraat ontlenen de namen aan het feit dat op de zuidoosthoek van deze straten ooit de stins van Rienck Bockema "Rodenburg"  opgetrokken uit rode kloostermoppen heeft gestaan. De oudste melding stamt uit 1396 en komt voor in de grafelijke administratie waarin Rienck Bockema tot baljuw van Olde Wagenbrugghe, de huidige Zuidwesthoek, wordt benoemd. Nadat Rienck en de andere Hollands gezinde edelen van Sneek in 1399 de stad moesten ontvluchten werd in 1400 Rodenburg door de burgers van Sneek met de grond gelijk gemaakt.

 

Sikkingahuis

Een state welke in 1560 werd gebouwd, halverwege de Kleine Kerkstraat. Hier staat nu de in 1839 gebouwde conciërgewoning van het voormalige gerechtsgebouw.

                                                                                                      De marktstraat met vooraan de Waltastins in 1747 door C. Pronk 

Waltastins

Dit is de enige stins die we in de stad Sneek nog kunnen vinden, alhoewel niet meteen zichtbaar. De oude kern van muren, vloeren en de kapconstructie zijn nog steeds aanwezig en opgenomen in de bebouwing van Marktstraat nr 5,7 en 9. De Waltastins werd in 1540 gebouwd als winterresidentie van de Walta’s uit Bozum. Tijdens restauratiewerkzaamheden in 2005 werd ontdekt dat een deel van de Walta stins lijkt te bestaan uit een ouder 13e eeuws steenhuis.

 
 
 

Oppenhuizen

 

Bonningastins

Ook wel de Sjaerdema stins genoemd, een stins in het midden van het dorp Oppenhuizen. De stins was eigendom van de Bonninga een hoofdelingen familie uit Oppenhuizen die door huwelijk overgingen in de Sjaerdema’s. De stins werd op 22 maart 1491 door de Vetkopers verwoest.

 

Reynardastins

Deze stins was eigendom van de Reynarda’s ook een hoofdelingen familie in Oppenhuizen, en lag aan het Ges vlakbij de Broeresloot. In 1328 benoemde Graaf Willem van Holland “Heyo Zybranszone Reynairde” in het schoutambt van Oppenhuizen, Offingawier, Sneek buiten de poort en Wolprandeskerke.

 

Wier, onbekend

Er wordt door Schotanus op zijn kaart van 1718 een stinswier aangegeven in het dorp Oppenhuizen, verder is er niets bekend over deze locatie.

 

Tirns

 

Abwert

Later bekend als klooster Thabor en was van oorsprong een stinswier, gelegen aan de Thaborwei vlakbij Tirns. We komen Abwert voor het eerst tegen in 1406 als Rienck Bockema hier een klooster sticht, waarbij hij gebruik van een oud familiegoed met een stinswier.

 

Tirnserhuis

Een Stins naast de kerk van Tirns. We komen deze voor het eerst tegen in 1381 wanneer Juw Juwinga wordt genoemd als beheerder was van “Therneshuse”. In de 16e eeuw is het huis eigendom van de abdij van Stavoren.

 

IJlst

 

Ilostins

Ook wel Ylostins en Harinxmastins genoemd, een weerganghuis aan de zuidzijde van IJlst. De Ilostins vormde samen met de kerk een goed verdedigbaar complex. De oudste melding komt van Peter Thabor hij meld ons dat tijdens een vete om de heerschappij van IJlst rond 1430, de Harinxma’s de broers Hessel en Eggen Albada uit IJlst verdreven. Hierna ging de Ilostins dienst doen als stamgoed van de Harinxma’s thoe IJlst. Volgens H.Halbertsma (1968) werd de Ilostins rond 1400 gebouwd, in 1778 werd de Ilostins tenslotte afgebroken. Op een kaart van Blaeu  uit 1639 zien we de stins duidelijk afgebeeld, opvallend is de sterke overeenkomst met de Gruytermastins in Sneek.

 

  

                                                                                                                                     Ilostins op de kaart van Bleau (1649)

                       

 

 IJsbrechtum

 

Bonserwier

Een stinswier vlakbij het gehucht Bons beiden verdwenen onder het industrieterrein de Hemmen. De stinswier lag ongeveer waar nu de Zadelmakersstraat te vinden is, archeologisch onderzoek in 1990 heeft deze tot dan toe onbekende stinswier aangetoond, en werd opgetrokken in de late 12e of vroege 13e eeuw en bleef tot in de 15e eeuw continu bewoond, waarna de wier werd geslecht.

 

Stinswier de Hemmen

Een stinswier tussen het gehucht Bons en het dorp IJsbrechtum, ook deze zijn beiden onder het industrieterrein de Hemmen verdwenen. De stinswier lag ongeveer waar nu de Rietdekkersstraat op de A7 uitkomt, archeologisch onderzoek in 2007 heeft deze tot dan toe onbekende stinswier aangetoond. Deze werd rond de eerste helft van de 13e eeuw opgeworpen en is tot het midden van de 14e eeuw in gebruik geweest.

 

Historische bronnen van de Bonserwier en de stinswier zijn niet bekend. Er is alleen een notitie in het register van aanbreng uit 1511, daar is sprake van een Wyer (Wier) gelegen bij Bons. Maar of het hier gaat om een van deze twee is niet duidelijk.

 

Epema State

Ook wel Burmania state genoemd van oorsprong een stinswier die vervolgens overging in een eigenerfde state en later herenhuis werd gelegen in het dorp IJsbrechtum. De oudste melding komt uit 1449 waar sprake was van een Abba Sitter als eigenaar van een boerderij met stinswier. Rond 1620 laat de nieuwe eigenaar Idtsz van Albada de Epemastate waarschijnlijk bouwen. In 1651 werden de Burmania’s eigenaar. Zij verbouwden de state waarbij ook de nu nog bestaande poortgebouw werd opgetrokken. De state werd in 1893-94 door de Renger sinds 1746 de eigenaar, voorzien van de nu nog zichtbare zij en voorgevel in de neorenaissance stijl. Sinds 1974 is de Epema state in bezit van Eysinga van Harinxma thoe Slooten.

 

 
tekening van de Epemastate in 1723 door J.Stellingwerf

 

  

  

Goënga

 

Albada state

Ook wel Vrijburg genoemd een stinswier, aan de landweg (Speerster dijk) van Sneek naar Leeuwarden bij het dorp Goënga. De oudste melding is een geschil uit 1383 over tolrechten tussen de Albada’s en de Sickinga’s tegenover de Hamburgers. In 1587 werd het goed als volgt omschreven “saete mettet huis, muiere, hoff, wier ende voder alle landen soe wel van de oude als nieuwe”. Op de kaart van Schotanus (1718)staat op deze locatie een wier afgebeeld.

 

Groot Oedsma

Een state ten zuiden van Gauw. We komen al rond 1400 in de (fantastische) geschiedschrijving een “Oedsma van Goinga, naest aen Gauw” tegen. Wel betrouwbaar zijn de meldingen van een “Oedsma state”en “Oedsma huys” uit 1511.

 

Sickinga state

Ook wel Hege Wier genoemd een stienswier, ten westen van het dorp Goënga.

De oudste melding is te vinden in een geschil uit 1383 over tolrechten tussen de Albada’s en Sickinga’s tegenover de Hamburgers. Door huwelijken kwam Sickinga state in handen van de Sneker Harinxma’s en werd gedegradeerd tot een pachtboerderij. Op de kaart van Schotanus (1718) staat op deze locatie een wier afgebeeld.

 

 

 

 

Loënga

 

Bonningastins

Ook wel Harinxma stins deze stond vlakbij de kerk van Loënga. De oudste melding komt uit 1490 Low Broers Bonninga wonend te Loënga. Door het huwelijk van zijn dochter Ath Bonninga met Sirick Harinxma van IJlst komt de stins in handen van de Harinxma’s. In 1664 is er alleen nog maar sprake van een boerderij.

 

Harinxma state

P. Noomen (2009) ziet in “Wythia Harinxsma huys” en het huis van “dochter van Wlcke Oennama by Sneeck inden dorpe Loyngie”(Harinxmaland) twee verschillende locaties. Maar volgens mij gaat het om een en dezelfde en wel Harinxma state.

           

Wythia Harinxsma huys

In de jaren 1470/80 is er sprake van een Harinxma huis in de omgeving van Goënga “Wythia Harinxma huys aan ae Legha Wey” In 1496 bezeten Sneker Schieringers dit huis “Wytya Harincxma huys toe Goeyngum”  We komen Wythie Harinxma regelmatig tegen in de kronieken zo was hij in 1491 en 92 burgemeester van Sneek.

 

 dochter van Wlcke Oennama by Sneeck inden dorpe Loyngie”

In 1511 trouwd Auck Harinxma de dochter van Ath Bonninga en Sirick Harinxma uit Loënga met Ulke Oenema, en vestigden zich te Loënga, “Wlcke Oennama by Sneeck inden dorpe Loyngie”.Op de kaart van Schotanus (1718) staat een voormalige state met de naam Harinxma, het huis was dus voor 1718 gesloopt. Archeologisch onderzoek bij Harinxma state leverde al bewoningssporen op uit de 13e eeuw. Vaak werd een state gebouwd op de locatie van een oudere stins, zou dat ook hier het geval geweest zijn?

 

Pollema

Ook wel Haubois of slot Loynga genoemd een was een state.  Een van de bewoners was Cornelis Haubois burgemeester van Sneek. We kommen in verschillende bronnen verschillende namen tegen;

1700 “het slot” 1722 “’t slot Loynga te Loynga

1721 en 1732 “de adelijke state tot Lojenga Pollema genaemt

Sinds ongeveer 1760 staat op deze locatie een boerderij.

 

 

Scharnegoutum

 

Adama

Een stins gelegen aan de Oerdyk, die in 1538 door de kloosterlingen van Groendijk werd gesloopt “styns op Adema Gued”.