Niveauindeling


Gebaseerd op het

Europees referentiekader van de raad van Europa 1997

A1 Overleving

De deelnemer kan:

-         in vertrouwde situaties eenvoudige informatie en instructies verstaan als de gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt;

-         op simpele wijze reageren, vragen stellen en beantwoorden, op voorwaarde dat de gesprekspartner bereid is om te helpen;

-         zichzelf aan anderen voorstellen, persoonsgegevens verstrekken en eenvoudige mededelingen doen over werk, familiè, het weer etc.;

-          delen begrijpen van korte opschriften, berichten en mededelingen over een bekend onderwerp;

persoonsgegevens weergeven op briefjes en formulieren.

A2 Samenwerking

-          de hoofdzaken en enkele details verstaan in spontane gesprekken over concrete zaken;

-          een korte conversatie voeren over zowel zakelijke als niet-zakelijke alledaagse kwesties, ook aan de telefoon;

-          in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond en de onmiddellijke omgeving beschrijven;

-         de essentie begrijpen van eenvoudig geschreven brieven, bedrijfsinformatie, krantenartikelen en andere teksten over een bekend onderwerp;

-          zich op eenvoudige wijze schriftelijk uitdrukken in een beperkt aantal tekstvormen.

B1 Onafhankelijkheid

-         de belangrijkste details begrijpen van een groot aantal gesproken teksten over alledaagse en beroepsmatige onderwerpen;

-          zelfstandig het gesprek gaande houden in alledaagse situaties, ook in de beroepsmatige sfeer;

-          ervaringen, gebeurtenissen, processen en projecten beschrijven en kort meningen en plannen toelichten;

-         de essentie en relevante details begrijpen uit standaardteksten over bekende zakelijke en niet-zakelijke onderwerpen;

-         een eenvoudige, goed lopende 'brief of tekst produceren over een bekend onderwerp, gebaseerd op de alledaagse routine.

B2 Interactie

-          discussies tussen 3 tot 4 deelnemers volgen en een grote variatie aan gesproken teksten begrijpen, ook als er sprake is van omge,!ingslawaai;

-         zo spontaan converseren dat een uitwisseling met moedertaalsprekers voor beide partijen weinig extra inspanning met zich meebrengt;

-          een actieve rol spelen in overlegsituaties en met voorbereiding presentaties geven;

-         tot in detail een redelijk ingewikkelde tekst begrijpen, met inbegrip van technische beschrijvingen uit het eigen vakgebied;

-         diverse soorten zakelijke en niet-zakelijke teksten opstellen, die ter correctie worden voorgelegd aan een moedertaalspreker;

-         de meeste details van gesproken teksten begrijpen en e achterliggende gedachte ervan herkennen;

C1 Integratie

-          flexibel en effectief omgaan met taal in sociale en beroepsmatige situaties, zonder naar woorden te moeten zoeken;

-         voor toehoorders een duidelijk gestructureerde en gedetailleerde gesproken tekst produceren, ook over abstracte onderwerpen;

-          de details en nuances begrijpen van een grote variatie aan geschreven teksten, zonder moeite te hebben met de lengte of de complexiteit ervan;

-          zeer weinig fouten een duidelijke, gedetailleerde geschreven tekst produceren, ook over een specialistisch onderwerp.

C2 Perfectie

-          alles wat hij/zij hoort of leest gemakkelijk begrijpen zonder een woordenboek te hoeven gebruiken;

-         zichzelf vloeiend en precies uitdrukken, nuances in betekenis aanbrengen en tal van idiomatische verbindingen en uitdrukkingen toepassen;

-         bij diverse gelegenheden zowel voorbereid als onvoorbereid spreken in het openbaar over complexe onderwerpen;

-          met een zeer grote mate van accuratesse zeer uiteenlopende soorten teksten opstellen en redigeren.