900 jaar Kwerps 1110-2010 of...20 taferelen uit het roemrijk verleden van een dorpsgemeenschap in Midden-Brabant

Dr. Henri Vannoppen

1. Kwerps werd voor het eerst vermeld in 1110, 900 jaar geleden

In 1110 vonden we de eerste vermelding van de naam Kwerps als Quadrebbe. Odo, bisschop van Kamerijk, tot wiens bisdom wij behoorden, schonk toen de altaren van Kwerps en Nossegem aan de abdij van Kortenberg. Deze twee kerkjes waren oorspronkelijk eigenkerken. De heer van Quarebbe of Kwerps had de kerk van Kwerps gebouwd op zijn eigen grond met zijn eigen middelen tot zijn eigen gerief. Zoals  toen gebruikelijk was, had hij één van zijn horigen of lijfeigenen aangeduid tot pastoor van deze nieuwe parochie. Deze onvrije of halfvrije man werd daartoe vrij gemaakt. De heer van het domein, dus van Kwerps, bleef de eigenaar van de kerk en had ook het recht om de pastoor aan te duiden, die dan ook in zijn dienst bleef. Men sprak hier van personaatsrecht. 

2. De Gregoriaanse Hervorming

In de 11de eeuw betwistte Rome het eigenkerkenrecht. Paus Gregorius VII verzette zich in 1075 tegen de benoeming van geestelijken door wereldlijke heren. We moeten de akte van 1110 zien in het kader van deze Gregoriaanse Hervorming. Onder druk van de kerkelijke overheid droegen de heren hun kerken over aan de bisschoppen , die ze aan nieuwe abdijen schonken.  De abdij van Kortenberg werd de nieuwe kerkheer van Kwerps. Theoretisch kon ze de profijten van de kerk van Kwerps  gebruiken voor haar eigen voordeel. Er kwam daarmee echter weinig verandering in de praktijk. De tienden of de inkomsten van de kerk kreeg ze als 'kerkheer' echter niet in handen. Deze bleven meestal in wereldlijke handen. 

3. De abdis van Kortenberg droeg de pastoor van Kwerps voor

De abdis verkreeg echter wel het patronaatsrecht. Dat was een recht van voordracht van de pastoor van Kwerps aan de aartsdiaken of de bisschop. Dezen gaven hun toestemming en de pastoor werd aangesteld.  De abdij stelde tot op het einde van het Ancien Régime de pastoor van Kwerps voor. Hertog Godfried I van Brabant (1095-1140) was de Kortenbergse abdij zeer genegen en hij zorgde er ook voor dat deze abdij het 'altare' van Kwerps en Nossegem kreeg. Bisschop Odo verleende  de akte 1110 bij een bezoek aan de Kortenbergse abdij.

4. De Sint-Petruskerk was een hofkerk bij het kasteel van Quarebbe

De Sint-Petruskerk van Kwerps was dus een hofkerk verbonden met het kasteel van Quaderebbe. Waar stond nu het kasteel van Quarebbe? We zochten in het kerkarchief van Kwerps.  Het boek 'Renten en goederen van de kercke van Kwerps  van 1322' zorgde voor de oplossing. Heer Wauter van Quarebbe, die ook ridder was, schonk erfelijk 1 mudde (een inhoudsmaat) rogge op het 'Hof van Quarebbe, achter die kerkcke , regenoten (grenzend aan) die kercke op deen sijde ende tsheeren strate ( de hoofdweg) op dander sijde'. Het ging hier dus  over het gebied tussen de kerk en de straat, het huidige Sint-Pietersplein in brede context.  Dat betekende dat de eigenaars, die later op de plaats van het kasteel, het Hof van Quarebbe woonden jaarlijks tezamen 1 mudde rogge moesten betalen . In 1322 bestond er dus zeker nog een Hof. Volgens Frans Maes zou het Hof van Quarebbe verdwenen zijn toen de heren van Quarebbe in Leuven hun verblijf vestigden. Volgens pastoor Alfons Proost  verdween het kasteel in 1489 met de oorlogen van Maximiliaan van Oostenrijk.



5. De juiste plaats van het kasteel van Quarebbe

De plaats van het kasteel van Quarebbe kwam overeen met  eerst twee woningen en met later 4 woningen.  De twee woningen waren de woning en smidse van Merten  De Haese  aan de noordkant van het Sint-Pietersplein en het pachthof van Remigius Stie aan de zuidkant. Dat was de toestand in de eerste helft van de 18de eeuw. In de 2de helft van de 18de eeuw vonden we reeds vier woningen: de woning van koster en schoolmeester Peeter De Haese in het N.W. (later de woningen Abeloos),  de woning van zijn broer smid Jan De Haese (later de smidse van Godts of 'Peeroemes') in het N.O.,het kostershuis van Peter Stie (later de families Stroobants en Hendrickx) in het Z.W. en het pachthof van zijn broer Jan Stie (later het pachthof van de families Rigo en Stroeykens) in het Z.O. Rond 1960 werden de woningen Godts, Stroeykens en Hendrickx afgebroken . Het Sint-Pietersplein kwam in de plaats.


6. De heren van Quarebbe of 'chique' volk rond de hertog van Brabant

De familie van Quarebbe voerde als wapenschild een hoofd van zilver (wit) met drie hamertjes van keel (rood) op een veld van azuur(blauw). De heren van Quaderebbe waren belangrijke edelen in Brabant. Simon van Quaderebbe onderscheidde zich in de slag bij Woeringen in 1288. Hendrik Happaert, een andere van Quaderebbe, werd daar op het slagveld tot ridder geslagen. Hertog Jan I van Brabant veroverde in de slag bij Woeringen het hertogdom Limburg, dat overeenkomt met het gebied rond de stad Limbourg in de huidige provincie Luik.





7. De tienden brachten ons naar het kasteel van Ransem

De tienden gaan terug tot Pepijn de Korte. Het was een belasting van 10 % op de geproduceerde goederen in het dorp. Men had verschillende soorten tienden: de grote tienden op alles wat halm had, dus op de graangewassen; de kleine tienden op boekweit, bonen, spurrie en andere zaden; de nieuwe tienden of de novalia op nieuwe gewassen zoals

aardappelen, op afgebroken hoeves en op omgedane beemden en weiden, de vleestienden op lammeren, kippen, ganzen ,eenden en 'viggenen' of kleine varkens; hooitienden op alle beemden en boomgaarden; en de houttienden. De grote tienden van Kwerps waren voor 1/3 in handen van de pastoor van Kwerps en voor 2/3 in het begin in handen van de heren van Quarebbe en toen deze verdwenen waren in handen van het kasteel van Ransem onder de parochie Erps. Het verdwenen kasteel van Ransem lag zijdelings achter de Ransemhoeve van 1660, die we nog terugvinden in de Kasteelstraat. De wereldlijke tiendenheffer bleef verbonden met het leen van Ransem, ook toen het kasteel van Ransem verdwenen was. Zo vonden we de families van Wissenkercke, baronnen van Pellenberg; de familie de Villegas en de familie Goubau als tiendenheffers voor de 2/3 van de grote tienden.

De pastoor van Kwerps had ook recht op de kleine en de nieuwe tienden, evenals op de vleestienden. Hij had ook 2/3 van de hooitienden en van de houttienden.

8. Welk vlees kwam er in de 16de eeuw op tafel in de Kwerpse pastorie?

De vleestienden omvatten in de 16de eeuw onder pastoor Vanden Bossche varkens, schapen, kippen, eenden en ganzen. Voor wat betreft de varkens en de kippen mochten de eigenaars er eerst hun 5 beste uit uithalen, daarna koos de pastoor. De hennen en de varkens moesten bij de eigenaars blijven tot ze 6 weken oud waren. De eigenaars moesten de lammeren spenen tot half mei. De eigenaars moesten de ganzen en de eenden houden tot met de H.-Maria Magdalena (22 juli).

9. De Sint-Sebastiaans-en de Sint-Ambrosiusgilden te Kwerps
Het Kerkarchief van Kwerps leert ons ook wat over het ontspanningsleven. De Sint-Sebastiaanshandbooggilde van Kwerps gaat terug tot 1511. In 1588 was jonker Louis de Plaines, de bewoner van het Hof ter Brugge (of Rattenkasteel) onder de parochie Erps de hoofdman - hij was toen ook heer van Kwerps- en ook pastoor Hiëronimus vanden Bossche van Kwerps was boogschutter. Het Schuttershuisje van Kwerps lag tegen het kerkhof. Het werd afgebroken in 1955 om een parking te maken. Het Schuttershuisje kende  men in Kwerps als het huis van 'Gareel'. Onder het Ancien Régime had Kwerps ook een bijengilde toegewijd aan Sint-Ambrosius . Voor wie het nog niet door heeft, het kerkarchief van Kwerps is een rijk archief, waarmee men het leven van een dorpsgemeenschap in vroegere eeuwen prachtig kan reconstrueren.



10. Het ontstaan van het nationaal bedevaartsoord Scherpenheuvel of Catharina 't Seraerts, de dochter van de heer van Hagedocht,  miraculeus genezen te Scherpenheuvel  of...  hoe Erps-Kwerps de redding bracht voor Scherpenheuvel!

Tussen Zichem en Diest had men een legendarische eik. Daaraan hing een Mariabeeld. In 1514 speelde zich de volgende legende af: het beeld viel van de eik, een schaapherder wou het beeld meenemen, maar werd toen verlamd. De boer, waar hij werkzaam was, vond hem en hing het beeld opnieuw aan de boom. Terstond verdween de verlamming bij deze schaapherder. Met de Aartshertogen Albrecht en Isabella werd Scherpenheuvel een nationaal heiligdom. In 1602 liet pastoor Van Thienwinckel van Zichem  een eerste houten kapel bouwen van 6 voet op 5 voet. In 1603 volgde een tweede, maar nu wel stenen kapel. Aartshertog Albrecht beloofde dat hij op bedevaart zou gaan naar Scherpenheuvel wanneer 's Hertogenbosch in katholieke handen bleef.  Dat gebeurde in november 1603. De barokke kerk van Scherpenheuvel werd gebouwd tussen 1609 en 1621 volgens de plannen van architect Wenceslas Coberger. De Aartshertogen beloofden om deze nieuwe kerk in een overgang van renaissance naar barok te bouwen als Oostende, dat in handen van de protestanten was, terug zou heroverd worden, wat gebeurde  in 1604. Maar er moesten mirakels gebeuren om bedevaarders te trekken!

Catharina 't Seraerts was de dochter van de heer van Hagedocht onder de parochie Erps (nu parochie Kwerps). Ze was 35 jaar oud. Haar linker been was 5 duim korter dan haar rechter. Haar kromgegroeide linkerheup bevindt zich achter in plaats van langs de rechterheup. Haar linkerknie draaide scheef naar binnen en sloeg tegen haar rechter dij. Ze kon wandelen maar alleen met behulp van een hoge linkerschoen en dat kostte haar veel moeite. Haar vader, de Heer van Hagedocht had een beroep gedaan op heel wat dokters. Een dokter had een soort linnen harnas laten naaien dat haar heupen op hun plaats moest houden,  maar dat alles hielp niet veel. Toen Catharina 8  jaar oud was, stuurde haar vader haar  naar de school van de Wittevrouwen te Leuven. Daar trad ze op haar 16de als religieus in. Ze hoorde van de genezingen te Scherpenheuvel, maar haar overste en haar biechtvader verzetten zich tegen een reis naar Scherpenheuvel. Tot de Markies van Havré van de zaak hoorde. Hij zou in 1604 de heerlijkheden Erps en Kwerps kopen. Hij overtuigde de overste om Catharina met een medezuster per koets mee te nemen naar Scherpenheuvel. Ze logeerden als edellieden in Diest. Drie dagen na elkaar reden ze met de koets van Diest op bedevaart naar Scherpenheuvel. De derde dag voelde Catharina een trilling. Toen ze in Leuven in haar kamer kwam voelde haar hoge linkerschoen vreemd aan . Ze stond stevig op haar beide benen.  De volgende ochtend was ze volledig genezen.  Ze kon gewoon stappen, de vergroeiing  van haar heupen was verdwenen en haar beide benen waren even lang geworden. De Markies van Havré hoorde het blijde nieuws  en trok met Catharina 't Seraerts naar Aartshertogin Isabelle en naar aartsbisschop Matthias Hovius, die haar ontving in de aartsbisschoppelijke residentie te Brussel op 4 oktober 1603. De pauselijke nuntius Frangipani stuurde op 25 november 1603 een brief naar Rome over deze genezing. Er zijn geen uitgebreide stambomen van de adellijke familie 't Seraerts bewaard. We veronderstellen dat Catharina een dochter was van Antonius 't Seraerts, Heer van Hagedocht en van Anne de Baillencourt.   

11. Het verdwenen kasteel van Hagedocht

Recht voor de vroegere bakkerij Salens in de Vissegatstraat te Kwerps lag het kasteel van Hagedocht. Men kan het situeren tussen 3 wegen: de Haaggatstraat, de Vissegatstraat en de Broekhovenweg (nr. 43 van de Atlas van de Buurtwegen van Erps-Kwerps). De naam Haaggatstraat kwam van het kasteel van Hagedocht. De toren van het kasteel van Hagedocht werd opgegraven door de Archeologische Werkgroep Kortenberg o.l.v. licentiaat Walter Sevenants in 2005.


12. De processies in Kwerps

Kwerps had twee processies: één op de zondag na Sacramentsdag (de processie van Hoogwaardig) en één met de eerste kermis of de zomerkermis. In beide gevallen werd vroeger dezelfde weg gevolgd: de kerk Kwerps; de ark aan bakker Lievens-Ermgodts (nu café De Schuur); de Dorpsstraat (nu de Vissegatstraat); de halte aan de 1ste kapel van het Vissegat, recht voor de Haaggatstraat; de Vissegatstraat; de halte aan de 2de kapel van het  Vissegat of de Deckerskapel naast de Silsemstraat; de Bruulstraat; de ark in de Olmenhoek; het pachthof Roeckx (hoek Rechtestraat-Bruulstraat); de Galgenstraat; de halte aan de  kapel van O.-L.-Vrouw te Velde; door de achterpoort van het Hof te Velde (pachthof van 'Sin van den Boer') en door het Hof te Velde; de Haaggatstraat; de halte aan de kapel van Jules Vleeracker ('Jules Wets'); later (na 1947) de Kouterstraat; de halte aan de kapel Billast in de  Kouterstraat,  dan draaien en de Kouterstraat terug; de kerk van Kwerps. Er waren soms ook afwijkingen. Soms kwam de processie terug van de Kouterstraat via de Vilvoordsebaan en de Oude Baan naar de Dorpsstraat (nu Kwerpse Baan) om de kerk van Kwerps te bereiken. De zomerprocessie verdween rond 1970. De parochiale Sacramentsprocessie verdween in Kwerps zowel als in Erps . In de plaats kwam een gezamenlijke processie van Hoogwaardig. Ze ging het laatst uit in 1994.


13. De Wierokers, een specialiteit van Kwerps

Wierokers moesten meer aandacht vragen voor het H.-Sacrament. Ze stamden uit de 2de helft van de 19de eeuw. Burgemeester Theodoor Van Hove, die Erps-Kwerps bestuurde van 1912 tot 1921, trakteerde hen voor hun 50-jarig bestaan. De wierokers droegen een witte rocket en een zwarte rok. Al wierokend brachten ze hulde aan het H.-Sacrament, een gewoonte die terugging tot de 16de eeuw toen men de transsubstantiatieleer sterk ging benadrukken . Tot de oudere wierokers behoorden August De Winter en Desiree Wittemans.

14. 'De kruisen gaan uit', een speciaal fenomeen

De kruisdagen gingen gepaard met de kruisprocessies. Populair zei men in Kwerps:"de kruisen gaan uit". De gelovigen smeekten de drie dagen voor Ons-Heer-Hemelvaart de zegen van God af voor de vruchtbaarheid van het land. Officieel waren het de ' rogationes' of de 'litaniae minores'. Het waren boeteprocessies met de 'Litanie van alle Heiligen'.. Er gingen geen beelden mee, alleen het kruis. In de meeste parochies had men drie wegen door de belangrijkste velden binnen de parochie. De wegen verschilden naargelang van de 1ste, de 2de en de 3de kruisdag. Dat was zo in Kortenberg, in Everberg en in Meerbeek. Men bleef steeds in de eigen parochie. Kwerps, Erps en Nederokkerzeel waren een speciaal fenomeen. De 1ste Kruisdag gingen Erps en Nederokkerzeel naar Kwerps, de 2de kruisdag gingen Kwerps en Nederokkerzeel naar Erps en de 3de kruisdag trokken Kwerps en Erps naar  Nederokkerzeel. Dit fenomeen wees volgens Jan Verbesselt op de samenhang van de drie parochies, wat herinnert aan de  moederparochie. Er moet dus kerkelijk een eenheid geweest zijn tussen Kwerps, Erps en Nederokkerzeel. De kruisen waren typisch voor een agrarische samenleving en verdwenen bij ons rond de jaren 1960, toen de mechanisering op het platteland sterk doordrong.

15. Het is allemaal Roemaat wat de klok slaat in de kerk van Kwerps!

In 1897 onder pastoor Joannes Henricus De Backer werd de kerk van Kwerps vergroot in neo-gotische stijl. Dat was noodzakelijk. De oude kerk kon slechts een driehonderdtal personen bergen maar de parochie telde in 1895 650 gelovigen De nieuwe kerk was afgestemd op 620 personen.  Het ontwerp werd toevertrouwd aan de Brusselse architect Florent Van Roelen. Paul Roemaa t(1865-1938) was de beeldhouwer van het neogotisch kerkmeubel. Hij had zijn atelier te Leuven. Het atelier Paul Roemaat zorgde in 1898 voor twee zijaltaren  en voor twee biechtstoelen. In 1904 zorgde Roemaat voor de preekstoel. Het hoofdaltaar van Kwerps uit 1912 werd gerealiseerd door  het Antwerpse edelsmeedatelier Haan. Het was een schenking van pastoor Theophiel Vinckx.

16. Jan Van Hoobroek, de melaatse burgemeester van Kwerps in 1522

Jan Van Hoebroek woonde in de parochie Erps. Hij was de meier van de heer van Quarebbe of Kwerps. Hij werd ervan verdacht melaats te zijn.  Men stuurde hem naar de priorij van Terbank ter 'visiteringe', dus voor onderzoek. Hij werd onderzocht door de priorin en de drie oudste zusters en melaats bevonden. De man, die melaats bevonden was moest een speciale kledij en uitrusting dragen zodat hij als melaatse herkenbaar was, in een melaatsenhuis of lazarij gaan wonen, afgezonderd van de gezonde gemeenschap en jaarlijks op 15 augustus de vergadering van de melaatsen bijwonen in de Lazaruskapel van Rumst. De melaatse moest herkenbaar

zijn. In het hertogdom Brabant moest de melaatse een grauwe huik (bovenkleed) en een zwarte hoed met een witte band dragen. In Brabant waren ook verplicht: de bedelschotel, de vorkstok en de 'clippe' of ratel. De vorkstok diende om brood op te steken zonder lichamelijk contact te hebben met de melaatse. Met de 'clippe' hoorde men de melaatse naderen. De melaatse mocht niet in het dorp blijven wonen. Men was bevreesd voor de besmetting van de andere dorpsbewoners. Hij moest zich vestigen in de lazarij of het melaatsenhuis. De melaatsenhuisjes lagen ver van het dorp om besmetting tegen te gaan en langs grote wegen zodat de melaatsen konden bedelen. Het waren meestal éénkamerwoningen, die na de dood van de melaatse met de grond gelijk gemaakt werden. Het melaatsenhuisje moest volgens het syndicaat van Rumst degelijke muren hebben en de schouw moest trekken. Langs de weg Leuven-Vilvoorde had men o.a. een melaatsenhuis of
Lazarushof te Diestbrug onder Erps. Meier Jan van Hoobroek bleef echter bij de gezonde mensen wonen. Hij volgde echter geen enkele van de opgelegde regels.  Dagelijks verkeerde hij onder de mensen van Kwerps en Erps en sprak met hen. Hij ging er zelfs prat op om dit te doen. Hij was immers de meier van Quarebbe of Kwerps. De priorin hoorde dat Jan van Hoobroek gewoon in de dorpsgemeenschap onder de mensen vertoefde. Was hij genezen? In dat geval moest hij zich opnieuw te Terbank aanbieden. Wanneer hij daar genezen verklaard werd, mocht hij na één jaar opnieuw onder het volk komen. Zo probeerde men de verspreiding van de lepra tegen te gaan. Maar Jan van Hoobroeck was voor een tweede onderzoek niet opgedaagd. Jan van Hoebroek kon het gaan uitleggen. Hij werd verplicht om zich opnieuw in Terbank  bij de priorin aan te melden en de proceskosten te betalen. Er kwam zelf een  deurwaarder aan te pas  en het vonnis van13 juni 1522 te Brussel werd zelf uitgesproken in naam van Karel V of keizer Karel, want dat was hij sedert 1519. Daar werd niet mee gelachen!

17. Van Frans Anneessens en de 'Historie van Quarebbe' van J.F. Gaucheret

Pastoor Judocus -Dominicus 't Sas was pastoor van Kwerps van 1766 tot 1787. Judocus -Dominicus 't Sas was de laatste kapelaan van Sint-Catharina. Hij werd voorgedragen door de 'patronus' de la Faille de Leeuwergem namen zijn echtgenote, die een de Witte was.  Met de Franse republiek werden de kapelanijen afgeschaft. Judocus-Dominicus  't Sas overleed in de pastorie van Kwerps  op 24 juni 1797 en werd te Kwerps begraven.

Pastoor 't Sas ontving dikwijls zijn moederlijke oom Jean-François Gaucheret (1697-1784), de oudste zoon van Roger Gaucheret, deken der vettewariërs, en van Maria 't Kint, op de pastorie van Kwerps. Hij was kapelaan van de kerk van Sint-Catharina en rector van de kerk van  O.-L.-Vrouw van Bijstand, waarvan hij de geschiedenis schreef.   Zijn zuster Barbara Gaucheret (° 1705) huwde in 1731 Paul 't Sas , meester-brouwer. Deze was de zoon van Guillaume 't Sas, de deken van de brouwers. Paul 't Sas en Barbara Gaucheret, beiden kinderen van dekens van Brusselse ambachten, werden de ouders van de Kwerpse pastoor Judocus Dominicus 't Sas.

Dikwijls vertelde men in de pastorie van Kwerps over de opstand van deken Frans Anneessens. De familie van de pastoor was er nauw bij betrokken. De dekens van de 9 Natiën in Brussel verzetten zich in 1717 tegen het absolutisme de Oostenrijkse keizer Karel VI.. Ze weigerden de gevraagde belastingen te stemmen  en ze wilden de eed  op het reglement van 12 augustus 1700 van Maximiliaan -Emmanuel van Beieren, dat afbreuk deed aan hun rechten en hun privileges, niet afleggen. Tot die dekens behoorden naast de bekende Frans Anneessens o.a. Roger Gaucheret, de deken van de vettewariërs, en Guillaume 't Sas, de deken van de brouwers. Zo kwamen ze in conflict met Markies de Prié, die onze gewesten als gevolmachtigde minister bestuurde. De dekens waren grote verdedigers van de stedelijke vrijheden. Na woelingen te Brussel werd Deken Frans Anneessens aangehouden, ter dood veroordeeld en onthoofd  te Brussel op de Grote Markt op 18 september 1719. De dekens Roger  Gaucheret en Guillaume 't Sas werden eveneens vervolgd, maar wisten op tijd  naar het Prinsbisdom Luik te vluchten. In 1725 kwam er een amnestie voor de gevluchte dekens en ze keerden terug naar Brussel.

Jean-François Gaucheret schreef tussen 1766 en 1784 "De Historie der parochie, dorp en heerelijkheyt van Quarebbe". Gaucheret  was zeer bevooroordeeld in zijn historisch werk. Hij was wel duidelijk in zijn opvattingen: "Ik heb dit boek geschreven omdat Erps Quarebbe (Kwerps) kleineert". Toch gaf hij ook interessante gegevens b.v. over Johanna de Plaines, de Vrouwe van Quarebbe. Ze schonk aan de kerk van Kwerps een schone zilveren kelk en een zilveren remonstrans. Haar kasteel, het Hof ter Brugge,  stond op Erps. Johanna de Plaines liet ook de kapel van O.-L.-Vrouw van Bijstand in 1655 in witte steen bouwen.

18. De Zondagsschool, de modelschool van Pastoor t'Sas, opgericht in 1781 om de Kwerpse  parochianen niet dom te houden

Pastoor 't Sas van Kwerps was een gecultiveerd man. De pedagogen kennen hem vooral omwille van zijn zondagsschool, die hij te Kwerps opende in februari 1781.Deze zondagsschool was een betaalde school voor jongens en mannen van de parochie die op zon- en feestdagen de cursussen van pastoor 't Sas volgden. Normalerwijze trad de pastoor zelf op als onderwijzer. Hij had de licentie godgeleerdheid aan de Leuvense universiteit behaald, vooraleer hij tot pastoor in Kwerps benoemd was. Hij was dus een bekwaam man. De rentmeester moest de kas van het geld van de school bijhouden. Het inschrijvingsgeld bedroeg 10 oorden. Het maandgeld bedroeg 5 stuivers en werd de eerste zon- of feestdag van de maand opgehaald. Daarbij waren er nog de boetes. De gelden van de kas  zouden gebruikt worden voor de prijzen op het einde van het schooljaar. De laatste drie zondagen van het schooljaar werden besteed aan de proefwerken. De beste leerlingen kregen speciale prijzen, maar mochten geen drink aanbieden wanneer ze als primus uit de school kwamen zoals dat wel het geval was bij de schutterskoningen van de gilde. Vloeken in de klas werd beboet. Leerlingen, die hun wekelijkse opdrachten niet met zorg uitvoerden, kregen eveneens een boete. Het was dus een systeem dat tot activatie aanzette.'t Sas was du in elk geval een man met progressieve ideeën, die zijn parochianen, niet dom wilde houden. We zitten kort voor de Franse Revolutie.

19. De bekende architect Claude Fisco stierf in 1825 in de pastorie van Kwerps bij zijn neef Pastoor Fisco

Antonius -Josephus-Emmanuel Fisco was pastoor van Kwerps van 1803  tot 1826. Twee familieleden van hem brachten het tot paus: Innocentius IV en Hadrianus V. De bekende schrijver Dante beschreef deze laatste paus  in de 'Divina Commedia' in het Purgatorio (het
Vagevuur) bij de gierigaards. Soms werd er in de pastorie wel eens gelachen, wanneer men het over de Genuese afkomst van de familie had. Zijn oom Claude Fisco (Leuven 1736-Kwerps, 1825) woonde ook in de pastorie.  Bij de Brabantse Omwenteling in 1789 was Claude Fisco actief bij de Vonckisten, de progressieve groep rond J.F.Vonck. Hij was één van de stichters van het geheime genootschap 'Pro Aris et focis'. Hij was generaal onder de Franse Republiek en stadsarchitect van Leuven Zijn bekendste werk als architect is het Martelarenplein te Brussel, waar nu  de de zetel van de Vlaamse Regering gevestigd is. De grafsteen van Claude Fisco achter de kerk van Kwerps bleef bewaard. De Cultuur-Historische Vereniging van Erps-Kwerps richtte in 1976 in het kader van het Monumentenjaar  de Claude Fiscoprijs in om de mooiste restauraties te bekronen als een hulde aan deze bekende architect.